This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
Oefentoets Ademhaling
Slide 1 - Slide
Wat is een indicator om koolstofdioxide aan te tonen?
A
Zetmeel
B
Helder Kalkwater
C
Jodium
D
Zuurstof
Slide 2 - Quiz
Noem 3 gassen die in de lucht zitten.
Slide 3 - Open question
Waar zit meer water in?
A
Ingeademde lucht
B
Uitgeademde lucht
C
Sahara lucht
D
Ik heb geen zin om mee te doen.
Slide 4 - Quiz
Wat is de brandstof van de mens?
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide
C
Glucose
D
Water
Slide 5 - Quiz
Hoe heet nummer 3 en wat is zijn functie?
A
Kraakbeenring, peristaltische bewegingen maken
B
Kraakbeenring, luchtpijp open houden
C
Strottenhoofd, zorgen dat je kunt praten
D
Strottenhoofd, baard in de keel krijgen
Slide 6 - Quiz
Noem 2 redenen waarom ademen door de neus beter is dan ademen door de mond.
Slide 7 - Open question
Noem een gas in de lucht die evenveel in ingeademde als in uitgeademde lucht zit.
Slide 8 - Open question
Waar bevinden zich de stembanden?
A
In het strottenhoofd
B
In de bronchie
C
In een luchtpijptakje
D
Ik wil geen voldoende voor biologie halen.
Slide 9 - Quiz
Wat is de functie van de huig?
Slide 10 - Open question
Hoe heet nummer 11
A
Huig
B
Strottenhoofd
C
Strottenklepje
D
Bronchie
Slide 11 - Quiz
Hoe heet nummer 16?
A
Luchtpijptakje
B
Luchtpijp
C
Long
D
Longblaasje
Slide 12 - Quiz
Sleep de teksten van de buikademhaling in de goede volgorde.
Stap 1 inademing
Stap 2 ademhaling
Stap 3 ademhaling
Stap 4 ademhaling
Stap 5 ademhaling
Stap 6 einde van de buikademhaling
Lucht stroomt naar binnen
Het middenrif gaat omhoog
De borstholte wordt kleiner
Het middenrif gaat omlaag
De borstholte wordt groter
Lucht stroomt naar buiten
Slide 13 - Drag question
Hoe heet het onderdeel dat je luchtpijp afsluit tijdens het slikken?
Slide 14 - Open question
Welke verbrandingsproducten ontstaan bij verbranding in een lichaam?
A
Koolstofdioxide en water
B
Alleen koolstofdioxide
C
Koolstofdioxide en energie
D
Zuurstof en energie
Slide 15 - Quiz
Tein zegt: Dat er verbanding plaats vindt in elke cel van je lichaam. Rinke zegt dat in je lichaam alleen verbranding plaatsvindt als je wakker bent. Wie heeft of wie hebben gelijk?
A
Alleen Tein
B
Alleen Rinke
C
Allebei
D
Geen van beide
Slide 16 - Quiz
A
Linker plaatje is slikken
B
Middelste plaatje is ademhalen
C
Rechterplaatje is verslikken
D
Ik zie geen verschil
Slide 17 - Quiz
Waar bevinden zich de trilhaarcellen?
Slide 18 - Open question
Wat is de functie van de trilhaarcellen?
A
Stofjes , vuil en slijm naar de bronchie brengen
B
Slijm en vuil naar de keelholte brengen
C
Stof uit de lucht opvangen
D
Zwaaien
Slide 19 - Quiz
Wat moet er staan bij nummer 4?
A
Koolstofdioxide
B
Stikstof
C
Zuurstof
D
Bloed
Slide 20 - Quiz
Ben je klaar voor de biologie toets in de toets week?
A
Ja ik heb al geleerd en deze toets ging goed
B
Ja al heb ik nog niet geleerd deze toets ging goed.