Les 10 - V3 - zelfstandige les: describir la casa

1 / 26
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Voordat je aan deze les gaat beginnen
. . . moet je de woordjes kennen van ...

1) la casa (S-N) p. 64 en 65 uit de reader
2) preposiciones de lugar (S-N) - zie bijlage in teams/bestanden/lesmateriaal of zie bijlage in magister huiswerk 18 januari

Slide 2 - Slide

Timen

Neem de tijd op die je aan deze les besteedt.
Bedenk dat deze lessonup een blokuur en een enkel uur vervangt, dus neem rustig de tijd en raffel het niet af.

Slide 3 - Slide

Al final de esta clase ...
. . .sabes cómo describir los espacios en tu casa
. . . weet jij hoe je de verschillende ruimtes in jouw huis kan beschrijven

Slide 4 - Slide

Un repaso de la clase anterior
Maak de sleepvraag op de volgende slide om je geheugen op te frissen van de laatste les voor de kerstvakantie en om te checken of je de woordjes kent.

Slide 5 - Slide

el comedor
el salón
la entrada
la cocina
el despacho
la escalera
EL sofá

Slide 6 - Drag question

Welke 3 werkwoorden heb je nodig
om plekken of ruimtes te beschrijven?

Slide 7 - Open question

Ser
Estar
Hay
Beschrijvingen van hoe de ruimte, de kamer of het huis is (groot, klein, mooi, oud, nieuw etc.) 
Als je vertelt waar een iets zich bevindt in het huis
Als je vertelt wat er allemaal in een huis, een ruimte of een kamer is.. 

Slide 8 - Drag question

Mi dormitorio . . . mediano, . . . ni grande ni pequeño
En mi dormitorio . . . un armario muy grande
Ser
Estar
Hay
Mi ordenaror . . . en el escritorio
El dormitorio de mi hermano . . . muy desordenado.
Una pared de mi habitación . . . azul.
. . . . 4 sillas en mi habitación

Slide 9 - Drag question

Leerwerk
ESTAR  gebruik je met ..
HAY gebruik je met ...

bepaalde lidwoorden
el, la, los, las

aanwijzende voornaamwoorden
este, estos, estas, estos

bezittelijke noornaamwoorden
mi(s), tu(s), su(s), nuestro(s), nuestra(s), vuestro(s), vuestra(s), su(s)


onbepaalde lidwoorden
un, una, unos, unas

onbepaalde hoeveelheden
mucho(s), mucha(s) , poco(s), poca(s), 
algunos ,algunas

telwoorden
un, dos, tres, cuatro etc.
Klik hier
algunos, algunas = enkele, een paar
este, esta, estos, estas = deze, dit
poco(s), poca(s) = weinig

Slide 10 - Slide

Voorbeelden gebruik SER, HAY en ESTAR
En mi casa hay tres dormitorios.
En la nevera hay muchas bebidas.
El sofá está en el salón.
El salón no es muy grande.
Mi dormitorio es acogedor (gezellig).
Nuestra cocina está al lado del salón

Slide 11 - Slide

Beschrijf je huis of een ruimte
in 7 zinnen met afwisselend
gebruik van ser, estar en hay
Klik ook hier
Als je een woord niet weet, raadpleeg dan:
- je reader
- de woordenlijst met voorzetsels in magister of teams
- een woordenboek N-S
- mijnwoordenboek.nl 
GEEN VERTAALTOOLS VAN INTERNET

Slide 12 - Open question

Más vocabulario 
Kijk de video op de volgende slide

Apunta vocabulario nuevo y útil = 
Schrijf nieuwe en handige woorden (die niet in de reader staan) in een lijst in je schrift
Doe dit om je filmpje zo goed mogelijk en volledig mogelijk te maken.





Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Sleep de woorden naar de juiste plaats in de afbeelding.
el sillón
la nevera
el horno
las sillas
la mesa
el sofá
el lavabo
la ducha
el baño
la cama
el armario
la bañera
la lámpara
el escritorio
el lavabo

Slide 15 - Drag question

Mi casa - frases útiles 
Mi casa tiene un/una [+ ruimtes]
Mi casa tiene una cocina, un dormitorio, un salón y dos cuartos de baño.
En mi [ruimte] hay . . .  [meubels]
Mi [meubel] es [bijvoegl. nw].
Mi [ruimte] es [bijvoegl. nw].
Tengo un/ una [+meubel of ruimte] [+kleur]
Mi dormitorio tiene una cama, una mesilla y una lámpara.
Mi sofá es cómoda
Mi salón es pequeño y bonito
Tengo una alfombra negra y roja.

Slide 16 - Slide

Describe tu dormitorio
Escribe 10 frases con verbos (ser, estar y hay)
Beschrijf je slaapkamer in 10 zinnen met werkwoorden

Slide 17 - Open question

Escucha el fragmento donde María describe su dormitorio.
Luister het fragment en schrijf in je schrift welk ding niet klopt aan haar beschrijving van haar kamer..
Klik hier

Slide 18 - Slide

Kijk de vorige oefening zelf na
La mochila no está a la derecha del escritorio.
De rugzak bevindt zich (staat) niet rechts van het bureau.

La mochila está a la izquierda del escritorio.
De rugzaak staat links van het bureau.

Slide 19 - Slide

Klik hier en lees de tekst. Sleep daarna de foute zinnen naar de prullenbak.
Hola Maria:

¿Qué tal? Yo estoy muy bien.

Te escribo porque tengo una casa nueva, grande y muy bonita. Mi casa está en Helmond. Es muy grande y tiene cuatro dormitorios, una cocina blanca y pequeña, dos cuartos de baño, uno azul y uno verde.

Para mí escribir es muy aburrido, yo prefiero hablar por Whatsapp. Mi número de teléfono es: cero- seis- veinte- quince- diecisiete- treinta.

Un saludo,

Sara
2. Sara's huis is nieuw, groot en mooi.
3. Sara's huis heeft 3 slaapkamers.
1. Er zijn 2 badkamers, 1 blauwe en
    1 groene.
5. De keuken is wit en groot.
4. Sara vindt schrijven leuk.
7. Sara praat liever via Whatsapp.
6. Haar telefoonnummer is: 
    0-7-20-15-16-30.

Slide 20 - Drag question

Wat ik nog wil weten om mijn huis te kunnen beschrijven is...

Slide 21 - Mind map

Hoe lang heb je over deze les gedaan?
Schrijf het aantal minuten op.

Slide 22 - Open question

Leg hier uit wat je moeilijk of makkelijk vindt van deze les en waarom.

Slide 23 - Open question

Ik ben op schema qua leerwerk voor Spaans
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Poll

Ik heb serieus gewerkt aan deze les en als ik de theorie geleerd heb, dan kan ik een video maken waarin ik (een deel van) mijn huis beschrijf
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

Los deberes

Slide 26 - Slide