Schrijfexamen A2

Grammar - herhaling en nieuw
1 / 29
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolMBOStudiejaar 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Grammar - herhaling en nieuw

Slide 1 - Slide

Telwoorden
Wat is handig? 
1 t/m 30 uit je hoofd kennen om data aan te geven.

1 augustus -> the first(1st) of August

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Schrijf de volgende datum voluit:
13 juni

Slide 4 - Open question

Er zijn bepaalde woorden die altijd met een hoofdletter moeten in het Engels ongeacht waar deze staan in de zin. Welke zijn dit?

Slide 5 - Open question

Denk aan:
Verleden tijd vs tegenwoordige tijd (nu)
I worked yesterday / I'm working right now

Feiten/regelmaat/gewoonte
I work everyday


Slide 6 - Slide

Vul de juiste vorm van het werkwoord in:
She __________(walk) home right now

Slide 7 - Open question

Vul de juiste vorm van het werkwoord in:
I _______ (watch) tv everyday

Slide 8 - Open question

Veel gemaakte fouten
Verschil tussen              your / you're 
Verschil tussen              there/their/they're 
Verschil tussen              to/too 
Verschil tussen              then or than 
                                               It's/ I'm
                                               


Slide 9 - Slide

Wat is het verschil tussen
your & you're

Slide 10 - Open question

Wat is het verschil tussen
then or than

Slide 11 - Open question

Formele brief: aanhef. Je schrijft naar een man met de achternaam Johnson
Wat is de juiste aanhef?

Slide 12 - Open question

Formele brief. Je schrijft naar een vrouw met de achternaam O'Connor
Wat is de juiste aanhef?

Slide 13 - Open question

Hoe sluit je een informele brief af in het Engels?

Slide 14 - Open question

Maak een simpele zin in de verleden tijd Engels (gebruik past simple)

Slide 15 - Open question

i of I?
Dagen en maanden

Slide 16 - Slide

A of An
A book
an excellent job

Slide 17 - Slide

A of An
An hour

-> baseer op wat je hoort
Medeklinker -> a
Klinker ->     an

Slide 18 - Slide

Fill in A or An
However, I will give you ____ idea

Slide 19 - Open question

Fill in A or An
Yesterday I dreamt about ___ unicorn

Slide 20 - Open question

Maak het meervoud van de volgende woorden: dog, deer, shelf, city, man, foot, box, match,

Slide 21 - Open question

Let op: Meervoud
Nooit 's!!!! video -> videos

Kijk waarop het woord eindigt voor de juiste meervoud

Slide 22 - Slide

How to form a sentence?
Wie doet wat waar wanneer

I drink a glass of water at school everyday

Slide 23 - Slide

Maak de juiste zinsvolgorde van de losse woorden
at work / she / daily / eats / chocolate

Slide 24 - Open question

Wat zou een afsluitende zin kunnen zijn van je brief?

Slide 25 - Open question

Denk je dat je klaar bent voor schrijf het examen?
A
:D
B
:)
C
:l
D
:(

Slide 26 - Quiz

Toa Examen bekijken
https://www.studeersnel.nl/nl/document/mborijnland/bedrijfseconomie/examentraining-toa-schrijven-a2-engels/14446360

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Opdracht 3 Je bent laatst nog op excursie geweest met je klasgenoten en docenten. Om het vak Engels af te sluiten, schrijf je een kort verslag over die excursie. In jouw verslag:  Stel je jezelf voor (naam, leeftijd en woonplaats).  Vertel je waar je geweest bent en met wie. (Voorbeelden: Londen, Manchester, Oxford, Cambridge, Brussel, Antwerpen, Berlijn, Rotterdam, Den Haag, Leiden, of Amsterdam.)  Vertel je over de plek of het gebied waar je geweest bent.  Vertel je wat je het leukst vond aan de excursie.  Wat zou je aan de excursie willen wijzigen of toevoegen? Geef een verbeterpunt aan. Je mag de gegevens zelf verzinnen.

Slide 29 - Slide