1.4 Elektriciteit en veiligheid

1 / 22
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Aan het einde van de les kun je ...
  • uitleggen hoe de stroom en spanning thuis werken
  • berekenen of een groep wordt overbelast
  • uitleggen wat de vier kleuren draden in huis zijn.
  • berekenen of een stopcontact/groep wordt overbelast
  • uitleggen wat kortsluiting is.
  • vertellen hoe zekeringen en de aardlekschakelaar werken

Slide 2 - Slide

Huisinstallatie
  • Netwerk van elektriciteitsdraden 
       in huis.
  • Splitst in (bijvoorbeeld 6) parallelle groepen
  • Elke groep heeft eigen groepsschakelaar.
  • Je kan een groep spanningsloos maken om veilig reparaties in huis uit te voeren.
  • Bevat automatische zekeringen en aardlekschakelaar

Slide 3 - Slide

Overbelasting
Maximumstroom per groep: 16A  
Meer = brandgevaar

te veel apparaten => overbelasting
want: stroom hangt af van aangesloten vermogen

Bij overbelasting wordt de groep uitgeschakeld door de zekering

Slide 4 - Slide

groter vermogen = grotere stroomsterkte


Totale opgenomen vermogen:


(want P=U x I en de spanning U is bij elk apparaat 230 V)

Itotaal=I1+I2+I3+I4+...
Ptotaal=P1+P2+P3+...

Slide 5 - Slide

Vermogen
Alle apparaten die aangesloten zijn op een stroombron, verbruiken dus energie. Dit meten wij in Watt.

Welke van de apparaten hier links mogen niet op 1 groep? Wat gebeurt er als je dat wel doet?

Wat als je een jaccuzzi wil? 
Die heeft 20A of meer nodig ... 
(google maar eens)

Slide 6 - Slide

Wat is het maximale vermogen per groep als er 16 A stroom mag lopen?

Slide 7 - Open question


A
10 A
B
13 A
C
14 A
D
16 A

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Slide

Waarom krijgen wasmachines vaak een 'eigen groep'?
A
Hogere spanning
B
Hoge stroom
C
Werkt met water
D
Grotere kans op kortsluiting

Slide 10 - Quiz

4 kleuren bedrading
Bruin - fasedraad (230 V)
Blauw - nuldraad


Groengeel - aarde
Zwarte - schakeldraad: Alleen spanning als schakelaar aan is.
Welke draden kun je veilig aanraken?
nuldraad
Waarom raak je ook de nuldraad niet aan? Omdat er een kans is dat bijv. een vorige bewoner de nuldraad en fasedraad verwisseld heeft. Dan werkt alles perfect - maar staat alle spanning op de nuldraad. 

Slide 11 - Slide

Stopcontact
Bekijk de twee stopcontacten.

De linker heeft een randaarde (de ijzeren contactjes) en de bijbehorende stekker heeft inkepingen.


Slide 12 - Slide

Aarding

Slide 13 - Slide

Welke draad kun je veilig aanraken?
A
bruin: fasedraad
B
blauw: nuldraad
C
groengeel: aardedraad
D
zwart: schakeldraad

Slide 14 - Quiz

Kortsluiting:
Kortsluiting = extreem kleine weerstand. 
Bijvoorbeeld als fasedraad en nuldraad elkaar raken!

I=U / R dus als R superklein
dan I ... ????

Slide 15 - Slide

De aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar reageert als er stroom 'weglekt' via een andere weg dan de draden, b.v. via je lichaam.
Hij vergelijkt Ifasedraad met Inuldraad
het verschil noem je de lekstroom Ilek 
Als Ilek > 30mA zet de aardlekschakelaar
de groep uit.



Slide 16 - Slide

Een defecte wasmachine maakt kortsluiting.
Dankzij dubbele isolatie van de wasmachine lekt er geen stroom weg. Toch wordt de groep uitgeschakeld door ...
A
de aardlekschakelaar
B
de kortsluiting
C
de zekering
D
de schakeldraad

Slide 17 - Quiz

Slide 18 - Video

Kun je nu  ... 
  • uitleggen hoe de stroom en spanning in een huis werkt.
  • berekenen of er een te hoge stroom in een geleider aanwezig is.
  • uitleggen wat de vier kleuren draden in huis zijn.
  • uitleggen wat een kortsluiting is.
  • uitleggen hoe zekeringen en aardlekschakelaar werken - en hoe ze verschillen.
???

Slide 19 - Slide

James Watt
James Watt (Greenock , 19 januari 1736 – Heathfield Hall bij Birmingham, 25 augustus 1819) was een Schotse ingenieur en de uitvinder van de moderne stoommachine. Watt is degene die de paardenkracht als eenheid van vermogen introduceerde. Later werd de eenheid van vermogen in het SI-systeem naar hem genoemd: 1 watt = 1 joule/seconde.
The End

Slide 20 - Slide

Watt wil je nog
weten over elektriciteit?

Slide 21 - Mind map

Aan de slag!
Maken opg 41 t/m 45 (§7) & alle vragen die in deze LessonUp stonden EN
lezen §8 en maken opg  47 en 48

Waar: schrift + hier online

Hulp: docent en klasgenoten

De uitwerkingen van alle opgaven uit HS6 staan in teams/bestanden.





Slide 22 - Slide