Prijs OH25

H6 Marketingmix Prijs
EXAMENTERMEN
  • Kenmerken en voorbeelden van betalingscondities
  • Kenmerken en voorbeelden van verkoopprijsstellingsmethoden
1 / 37
next
Slide 1: Slide
HandelMBOStudiejaar 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

H6 Marketingmix Prijs
EXAMENTERMEN
  • Kenmerken en voorbeelden van betalingscondities
  • Kenmerken en voorbeelden van verkoopprijsstellingsmethoden

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

timer
2:00
Op basis waarvan kun
je prijs bepalen?

Slide 2 - Mind map

This item has no instructions

Lees H6.1
timer
6:00

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Consument georiënteerde prijsstrategie 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Maak opdr. 2 in duo's 
timer
7:00

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Kostengeoriënteerde prijsstrategie

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Video

This item has no instructions

De afzet van het bedrijf is
A
Het geld dat zij voor de producten vragen
B
Het aantal producten dat zij over houden
C
Het aantal producten dat zij weg moeten gooien
D
Het aantal producten dat zij verkopen

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

De omzet van een bedrijf is
A
De winst die het bedrijf maakt
B
Alle inkomsten van het bedrijf
C
De kosten die het bedrijf maakt
D
De inkomsten min de kosten

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Bij een break even afzet/omzet
A
Maak je geen winst en ook geen verlies
B
Maak je verlies
C
Heb je alle totale kosten terug verdiend
D
Maak je winst

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

J&J verkoopt online een artikel voor een verkoopprijs van € 225.
De vaste kosten zijn € 3.000.
De inkoopkosten zijn € 48 en de verzendkosten zijn € 2,30.

Wat is de break-evenomzet van dit artikel? Laat jouw berekening zien!
timer
3:00

Slide 13 - Open question

€ 3.000 / (€ 225 – € 50,30 ) = 17, 17 = 18 artikelen
18 × € 225 = € 4.050
Concurrentiegeoriënteerd
Prijs aanpassen aan de hand van prijzen concurrenten.
  • Stay-out pricing (beschermen markt)
  • Put-out pricing (concurrent verdrijven)
  • Me-too pricing (passief)
  • Discount pricing (onder normale prijs)
  • Premium pricing (boven normale prijs)
  • Going rate pricing 
  • Backward pricing (wat wil klant ervoor betalen)
  • Dumping (voorraad kwijtraken).

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Wie kan er nog meer voorbeelden geven?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Een fabrikant van heftrucks hanteert extreem lage prijzen om de concurrentie uit de markt te verdrijven.

Welke methode van prijszetting past deze fabrikant toe?


A
Me-too pricing
B
Discount pricing
C
Put-out pricing
D
Stay-out pricing

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Welke prijsstrategie maakt een product duurder om exclusief te lijken, zoals bij Rolex?
A
Prijsdifferentiatie
B
Premium pricing
C
Prijsdiscriminatie
D
Psychologische prijsstelling

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Van welke vorm van prijszetting is sprake, als de prijs zo laag wordt gesteld dat potentiële concurrenten niet op de markt komen?
A
dumping
B
put-out pricing
C
afroom-pricing
D
stay-out pricing

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Wat is backward pricing?
A
Prijs verhogen bij schaarste
B
Prijs onder kostprijs
C
Marktprijs volgen
D
Terugrekenen vanaf verkoopprijs

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Er heerst een prijzenoorlog in de supermarkten. Prijzen worden zo laag vastgesteld dat concurrenten deze markt verlaten. Er is sprake van?
A
Backward pricing
B
Put out pricing
C
Stay out pricing
D
Me too leader pricing

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

timer
1:00
Hoe kunnen prijzen
voor hetzelfde product
verschillen?

Slide 21 - Mind map

This item has no instructions

timer
1:00
Hoe lijkt een prijs lager?

Slide 22 - Mind map

This item has no instructions

Consumentgeoriënteerd
Wat de consument er voor over heeft! (consumentensuplus)

  • Psychologische prijsstelling
  • Prijsdiscriminatie 
  • Promotionele prijsstelling 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Psychologische prijsstelling

  • Niet-afgeronde bedragen.
  • (emotionele) drempels
  • Taalgebruik!

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Geef een voorbeeld





Prijsdifferentiatie

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Kaartjes voor een familievoorstelling in schouwburg Bellevue kosten € 9,50. Kinderen tot 12 jaar hoeven slechts € 4,25 te betalen.

Welke methode van prijszetting past de organisatie van het evenement toe?

A
Prijsdiscriminatie naar product
B
Prijsdiscriminatie naar plaats
C
Prijsdiscriminatie naar type afnemer
D
Prijsdiscriminatie naar product

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Promotionele prijsstelling 
Tijdelijke prijsverlaging, bijv.: 
  • "Deze week maar €5,99"
  • van-voor-prijzen "van € 139 voor € 119,90"
  • "nu €100 retour" (refund actie)
  • Op basis van adviesprijs:



Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Promotionele prijsstelling 
Kosten-baten analyse:
  • Bereken extra benodigde afzet.
  • Meet extra omzet (breed).
  • Meet extra klanten.
  • Meet effect op imago.
  • Etc.




Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Koppel de juiste prijsstrategie
timer
2:00
De prijs is gebaseerd op de prijs die de concurrent voor hetzelfde product vaststelt.
De prijs is gebaseerd op de reactie van de consument.
De kosten die je gemaakt hebt om het product te produceren en op de markt te brengen, is de basis van de prijs.
Vraageoriënteerde prijsstrategie
concurrentiegeoriënteerde prijsstrategie
kostengeoriënteerde prijsstrategie

Slide 29 - Drag question

This item has no instructions

Een bedrijf berekent de verkoopprijs van een productgroep met behulp van de gemiddelde prijs in de markt. Welke prijsstellingsmethode past dit bedrijf toe?
A
Consumentgeoriënteerde prijsstelling
B
Kostengeoriënteerde prijsstelling
C
Concurrentiegeoriënteerde prijsstelling

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Lees H6.2 & maak opdr 3 
timer
10:00

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Levering onder rembours is?
A
Leveren op rekening
B
Transportkosten zijn voor leverancier
C
Klant moet direct betalen bij levering
D
Transportkosten zijn voor de klant

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

10. Hoe heet een standaardkorting waarbij een fabrikant een percentage van de consumentenprijs als korting geeft?
A
Kwantumkorting
B
Relatiekorting
C
Rabatkorting
D
Actiekorting

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Wat verstaat men onder een ‘kwantumkorting
Een korting die een klant krijgt wanneer hij...
A
in een jaar een bepaalde hoeveelheid goederen afneemt.
B
de goederen zelf bij het magazijn komt afhalen.
C
een grote hoeveelheid goederen bestelt

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

4 Groepen 
6

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Voor een retailer zijn de vaste kosten voor product B235 € 6.000.
De verkoopprijs van dit product is € 35.
De variabele kosten zijn € 15.

Bereken het break-evenpunt voor product B235. Laat jouw berekening zien!
timer
3:00

Slide 36 - Open question

€ 6.000 / (€ 35 – € 15) = 300 stuks
Er zijn veel soorten kortingen die in de marketingmix bij het onderdeel prijs gebruikt kunnen worden. Rabat is daarbij een ander woord voor:
A
Handelskorting
B
Promotiekorting
C
Hoeveelheidskorting
D
Klantkorting

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions