Thema 7: Theater (woordenschat boek 2)

Thema 7: Theater
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 4

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Thema 7: Theater

Slide 1 - Slide

Wat is de betekenis van
'leiding'?
A
Voorstelling in het theater met grappige liedjes en toneelstukjes
B
Opvoering van een toneelstuk of vertoning van een film
C
Het opnemen van bv. een film of geluid
D
De mensen die de baas zijn

Slide 2 - Quiz

'Hulp van de overheid in de vorm van geld'
A
Receptie
B
Subsidie
C
Couplet
D
Souffleur

Slide 3 - Quiz

Wat betekent 'opname'?
A
Angst om op te treden
B
Opgenomen beeld of geluid
C
Ergens voordeel van hebben
D
Een muziek- of een toneelstuk oefenen

Slide 4 - Quiz

Welk woord past  bij het plaatje?
Leiding
Kostuum
Souffleur
Regisseur

Slide 5 - Drag question

Wat voor soort koorts heb je als je angst hebt om op te treden?
A
Hooikoorts
B
Knokkelkoorts
C
Q-koorts
D
Plankenkoorts

Slide 6 - Quiz

'Ik zou graag ooit nog willen ....... in een film of serie'
A
Acteren
B
Souffleren
C
Profiteren
D
Repeteren

Slide 7 - Quiz

'Voorstelling in het theater met grappige liedjes en toneelstukjes'
A
Receptie
B
Voorstelling
C
Cabaret
D
Schouwburg

Slide 8 - Quiz

Wat is het beroep van deze meneer?
Regisseur
Souffleur
Producer
Stand up 
comedian

Slide 9 - Drag question

Ander woord voor 'grappig' of 'komisch'
A
Humoristisch
B
Sarcastisch
C
Cynisch
D
Somber

Slide 10 - Quiz

Wat is de betekenis van het woord 'schouwburg'
A
Uitzending op de radio of televisie
B
Gebouw waarin toneelstukken, musicals etc. worden vertoond
C
Opvoering van een toneelstuk of vertoning van een film
D
Ruimte bij de ingang van een gebouw waar bezoekers worden ontvangen

Slide 11 - Quiz

'Ik gaf na afloop hard applaus want ik vond de voorstelling echt ...........'
A
Vreselijk
B
Saai
C
Wel geinig
D
Fantastisch

Slide 12 - Quiz

Wat is hier gaande?
Kerkdienst
Spreekbeurt
Openluchtconcert
Vechtpartij

Slide 13 - Drag question

'Iemand die de leiding heeft bij het maken van een toneelstuk, tv-programma of film'
A
Regisseur
B
Souffleur
C
Stand up comedian
D
Cabaretier

Slide 14 - Quiz

'Hij draagt altijd dezelfde kleren als ik. Misschien wilt hij me wel .........'
A
Imitatie
B
Profiteren
C
Nabootsen
D
Repeteren

Slide 15 - Quiz

Welk woord staat NIET in de woordenlijst van deze week?
A
Positie
B
Programma
C
Kaartverkoop
D
Opeenvolgend

Slide 16 - Quiz

BONUSVRAAG:
'Onderdeel van een lied dat met dezelfde melodie terugkomt, maar wel steeds met andere woorden'

Slide 17 - Open question

SUCCES BIJ DE TOETS!

Slide 18 - Slide