Oefentoets 2

Oefentoets 
1 / 41
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Oefentoets 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wanneer gaat een zwangere vrouw naar een gynaecoloog?

Slide 2 - Mind map

specialist in problemen van vrouwelijk voortplantingsorgaan; zwangerschap met risico's, problemen met vruchtbaarheid of behandeling van kanker aan baarmoeder of eierstokken.
Baby
peuter
adolecent
schoolkind

Slide 3 - Drag question

This item has no instructions

Bij een pasgeboren baby zijn de fontanellen nog niet gesloten. Wees daarom voorzichtig met:
A
Wassen van de voetjes
B
Knuffelen
C
Luier verschonen
D
Aaien over het hoofdje

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Vrouwen waarbij de zwangerschap goed gaat worden begeleid door

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Hoe noem je de 1e ontlasting van de baby?
A
Fontanel
B
Meconium
C
Huidsmeer
D
Vroeggeboorte

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Welke reflex heeft de baby niet?
A
Grijpreflex
B
Mororeflex
C
Slikreflex
D
Rolreflex

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Hoe controleer je de temperatuur van het badwater als je geen thermometer hebt?
A
Met de binnenkant van je pols
B
Met je elleboog
C
Met je handen
D
Met je wang

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent éénkennig?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Interne factoren zijn:
A
Factoren die van zijkant een rol spelen.
B
Factoren die van onderuit een rol spelen
C
Factoren die van buitenaf een rol spelen.
D
Factoren die van binnenuit een rol spelen.

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Externe factoren zijn:
A
Factoren die van zijkant een rol spelen.
B
Factoren die van onderuit een rol spelen
C
Factoren die van buitenaf een rol spelen.
D
Factoren die van binnenuit een rol spelen.

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Is dit een belemmerende of bevorderende factor?

Een kind krijgt elke avond voorgelezen

A
bevorderend, intern
B
bevorderend, extern
C
belemmerend, intern
D
belemmerend, extern

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Is dit een belemmerende of bevorderende factor?

Een kind slaapt maar 5 uur per nacht

A
bevorderend, intern
B
bevorderend, extern
C
belemmerend, intern
D
belemmerend, extern

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Is dit een belemmerende of bevorderende factor?

Een kind speelt elke dag buiten

A
bevorderend
B
belemmerend

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Is dit een belemmerende of bevorderende factor?

Ouders hebben vaak ruzie

A
bevorderend, intern
B
bevorderend, extern
C
belemmerend, intern
D
belemmerend, extern

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Grove motoriek is?
A
Grote bewegingen
B
kleine bewegingen

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Grove motoriek is
A
Rennen, fietsen, lopen
B
Voetballen, zwemmen en breien
C
Schilderen, breien en lopen
D
Breien, typen, snijden

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat hoort er bij de fijne motoriek en wat hoort bij de grove motoriek?
<b>Fijne motoriek</b>
<b>Grove motoriek</b><br>

Slide 18 - Drag question

This item has no instructions

grove motoriek
fijne motoriek

Slide 19 - Drag question

This item has no instructions

Wat is een autoritaire opvoedstijl?

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Hoe oud is een peuter?
A
1 tot 2 jaar
B
3 tot 5 jaar
C
2 tot 4 jaar
D
1,5 tot 3 jaar

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Grove motoriek&nbsp;
Fijne motoriek&nbsp;

Slide 22 - Drag question

This item has no instructions

In een sportklas zitten 20 leerlingen. Ze zijn allemaal 14 of 15 jaar oud en doen allemaal aan voetbal als sport.
Vraag: Is dit een homogene of heterogene groep?
A
homogeen
B
heterogeen

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

In een projectgroep zitten vier leerlingen: één houdt van tekenen, één van techniek, één van taal, en één van presenteren. Ze hebben allemaal andere talenten.
Is dit een homogene of heterogene groep?
A
homogeen
B
heterogeen

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Een docent maakt een groepje van drie leerlingen die allemaal moeite hebben met rekenen en extra uitleg nodig hebben.
Is dit een homogene of heterogene groep?
A
homogeen
B
heterogeen

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Tijdens een schoolfeest staat een groepje leerlingen bij elkaar dat bestaat uit jongens en meisjes uit verschillende leerjaren en niveaus.
Is dit een homogene of heterogene groep?
A
homogeen
B
heterogeen

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Wat houdt imitatiespel in?
A
Spel dat alleen buiten gespeeld kan worden
B
Een spel waarbij kinderen rollen/ acties imiteren
C
Een spel waarbij kinderen met elkaar overleggen en afspraken maken
D
Een spel waarbij kinderen bouwwerken maken

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een constructiespel?
A
Een spel waarbij kinderen bouwen en iets maken
B
Een spel dat enkel alleen gespeeld kan worden
C
Een spel waarbij kinderen met elkaar touwtje springen
D
Een spel waarbij kinderen niet mogen praten

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een regelspel?
A
Een spel waarbij kinderen zelf de regels bepalen
B
Een spel dat enkel binnen gespeelt kan worden
C
Een spel waarbij kinderen niet samenwerken
D
Een spel waarbij kinderen volgens bepaalde regels spelen

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een beweegspel?
A
Een spel dat alleen binnen gespeelt kan worden
B
Een spel waarbij kindere niet samen spelen
C
Een spel waarbij kinderen afspraken maken voor ze kunnen spelen
D
Een spel waarbij kinderen fysiek actief zijn?

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

lichamelijke ontwikkeling
geestelijke ontwikkeling
sociale ontwikkeling

Slide 31 - Drag question

This item has no instructions

Bewegingsspel
constructiespel
Fantasiespel
imitatiespel
regelspel

Slide 32 - Drag question

This item has no instructions

Welk soort spel is legofriends?
A
bewegingsspel
B
regelspel
C
constructiespel
D
imitatiespel

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Wat is empathie?
A
Het vermogen om je eigen emoties te negeren
B
Het vermogen om je in te leven in de gevoelens van anderen
C
Het vermogen om snel beslissingen te nemen
D
Het vermogen om feiten goed te onthouden

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Objectief of subjectief?
Masja komt huilend het KDV binnen en roept dat bij mama wil blijven.

A
Objectief
B
Subjectief

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Objectief of subjectief?
Samira was erg slordig aangekleed vandaag.

A
Objectief
B
Subjectief

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Objectief of subjectief?
Liz heeft haar haar geverfd en nu is het groen.

A
Objectief
B
Subjectief

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Objectief of subjectief?
De hele klas heeft een voldoende voor de rekentoets

A
Objectief
B
Subjectief

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Objectief of subjectief?
De groep is druk, iedereen loopt door elkaar heen en het is een troep.

A
Objectief
B
Subjectief

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Geef een objectieve beschrijving van wat je op de volgende foto ziet

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Objectief:
subjectief:

Slide 41 - Mind map

This item has no instructions