Psychopharmaca


Module Zorgtechnische handelingen


1 / 27
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 27 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson


Module Zorgtechnische handelingen



Lesdoelen

  • Je kunt uitleggen wat psychopathologie inhoudt

  • Je kunt toelichten wat afwijkend gedrag is

  • Je kunt kort uitleggen wat de DSM5 is

  • Je kunt enkele veel voorkomende psychische stoornissen benoemen en hier kenmerken van noemen

  • Je kunt vertellen wat psychopharmaca inhoudt en wanneer het wordt toegediend.


Agenda

  • Planning komende weken

  • Medicatievragen bespreken

  • casus Kevin bespreken

  • Theorie psychofarmaca

  • Opdracht mindmap

  • Presentatie 2x


Wat is psychopathologie?


Pathologie (de leer van de ziekte):

  • alles wat er met het lichaam mis kan gaan, zoals ziekte of letsel


Komt vanuit het Grieks:

  • psyché = geest

  • pathos = pijn


Psychopathologie richt zich op psychische stoornissen:

  • denken, gevoelens en/of gedrag van een persoon wijken af van een bepaalde norm



(Psycho)pathologie

  • Pathologie is direct te meten of te constateren

    • Bloedwaarde

    • Botbreuk

    • Ontsteking


  • Psychopathologie is moeilijk te meten

    • Je kunt niet in iemands hoofd kijken


Maar hoe kunnen we er dan achter komen

dat iemand een psychische stoornis heeft?



Professionals kijken naar afwijkend/probleemgedrag



Normaal gedrag vs. probleem gedrag

Wat is normaal?

(en wie bepaalt dat?)

Wat normaal is kan veranderen

Voorbeeld 1 – Tijd

Vroeger werd homoseksualiteit in de psychiatrie gezien als een stoornis. Nu niet meer.


Voorbeeld 2 – Cultuur

In sommige culturen praten mensen weinig over gevoelens. In andere culturen juist veel. Wat hier normaal is, kan ergens anders vreemd zijn.


Voorbeeld 3 – Situatie

Huilen:

  • op een begrafenis → normaal

  • elke dag uren huilen zonder duidelijke reden → mogelijk probleem



Verschillende soorten gedrag

Een stoornis? Dit hangt af van:

  • Hoe lang duurt het?

  • Hoe ernstig is het?

  • Heeft iemand er last van in het

dagelijks leven?


Afwijkend gedrag

fragment levenslang met dwang


Kijkvragen

  • Welke afwijkend gedrag zie je bij Jasmijn?


  • Waarom doet zij dit denk je?


  • Hoe vind je dat haar ouders en zus omgaan met het gedrag van Jasmijn ?


  • Valt je verder nog iets op?




Hoe ontstaat een

psychische stoornis?

  • 3 factoren:

  • Biologisch

  • Psychologisch

  • Sociaal

Lichaam

Denken

en voelen

Omgeving

Psychische stoornissen in Nederland

  • Hoeveel Nederlandse volwassenen (18-75 jaar) hebben ooit in hun leven een psychische aandoening gehad?












Bron: Cijfers psychische gezondheid - Trimbos-instituut


Psychische stoornissen in Nederland

Hoeveel volwassenen hebben de afgelopen twaalf maanden een psychische aandoening gehad?















Bron: Cijfers psychische gezondheid - Trimbos-instituut


DSM 5

Zie ook boek ‘Mensen’, Hoofdstuk 6.7

Maatschappelijke zorg

Binnen de maatschappelijke zorg kun je veel te maken krijgen met psychische stoornissen.


Het is belangrijk dat een (persoonlijk) begeleider;

  • Gedrag kan herkennen

  • Begrijpt waar het vandaan kan komen

  • Passend kan reageren

  • Signaleren en rapporteren


  • Wat niet? Behandelen


  • Voorbeeld:

    • Kevin zit veel op zijn kamer, slaapt slecht en lijkt nergens plezier in te hebben.

  • Voorbeeld:

    • Sara raakt snel in paniek bij drukke situaties en vermijdt school.

  • Voorbeeld:

    • Lisa komt op stage, lijkt stil en trekt zich terug. Ze zegt: “Ik kan toch niks goed doen, iedereen vindt me stom.”















Wat doe je als begeleider?

  1. Observeren/signaleren

  2. Gesprek aangaan

  3. Veiligheid waarborgen

  4. Rapporteren

  5. Actie/vervolg



Observeren

  • Wat je doet: kijk naar gedrag, emoties, uitspraken en lichamelijke signalen.

Tips:

  • Beschrijf wat je ziet, niet wat je denkt: “Kevin zit stil en maakt weinig oogcontact” i.p.v. “Kevin voelt zich slecht”.

  • Is het incidenteel of merk je dat er een patroon inzit?



Het gesprek aangaan

  • Doel: nagaan hoe het gaat, begrip tonen, cliënt niet beoordelen.

  • Praktisch:

  • Gebruik open vragen: “Hoe voel je je vandaag?”

  • Luister actief: knik, maak oogcontact, herhaal in eigen woorden wat de cliënt zegt.

  • Houd het kort en rustig, vooral bij stress of paniek.



Veiligheid waarborgen

  • Voor jezelf en de cliënt(en):

  • Houd afstand als iemand agressief wordt.

  • Zorg dat je niet alleen bent bij risico-situaties.

  • Schakel hulp in bij ernstig gevaar (collega, psycholoog, politie bij dreiging).



Rapporteren

  • Waarom: andere collega’s moeten weten wat er speelt.

  • Hoe: beschrijf feitelijk gedrag en uitspraken, geen interpretaties.


Actie/vervolg

  • Afhankelijk van signalen:

  • In gesprek blijven

  • Structuur of kleine opdrachten aanbieden

  • Hulp van collega of professional inschakelen



Aan de slag

  • We gaan ons verder verdiepen in psychische stoornissen door een mindmap te maken.

  • Maak groepjes van 3. Jullie hebben nodig: 1 groot vel papier + stiften.


Aan de slag

  • De mindmap gaat over ‘psychische stoornissen’.

  • Maak een aantal hoofdcategorieën zoals bijvoorbeeld:

    • Stemmingsstoornissen

    • Angststoornissen

    • Psychotische stoornissen

    • Ontwikkelingsstoornissen

    • Verslavingsstoornissen


  • Per categorie geef je voorbeelden

  • beschrijf concreet welk gedrag je ziet als begeleider

  • wat voor hulp is beschikbaar

  • welke medicatie is passend

  • hoe werkt de medicatie

  • wat zijn de bijwerkingen van de medicatie



Bronnen:

  • www.thuisarts.nl

  • www.ggzstandaarden.nl

  • www.ggz-delfland.nl

  • www.apotheek.nl


Terugblik en evaluatie

  • Inzet

  • Prullenbak

  • Bewaarbak