2.2.2 Bewegingen van de aarde KISP

Bewegingen van de aarde
1 / 27
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeSecundair onderwijs

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Bewegingen van de aarde

Slide 1 - Slide

Hoe wordt de baan van de aarde rond de zon genoemd?

A
de aardrotatie
B
de aardrevolutie
C
het eclipticavlak
D
het perihelium

Slide 2 - Quiz

Wat gebeurt er tijdens de aardrotatie?

A
De aarde draait rond de zon.
B
De aarde draait om haar eigen as.
C
De aarde beweegt naar het aphelium.
D
De aarde verandert het eclipticavlak.

Slide 3 - Quiz

Hoe lang duurt de aardrevolutie ?
A
24 uur
B
365 dagen

Slide 4 - Quiz

Gevolgen aardrevolutie: seizoenen
De aarde heeft seizoenen omdat de aardas schuin staat onder een hoek van 23°27’ ten opzichte van het eclipticavlak. Hierdoor gebeurt het volgende:
  • Afhankelijk van de tijd van het jaar (door de aardrevolutie):
- Het ene halfrond is naar de zon gekeerd (zomer).
- Het andere halfrond is van de zon weg gekeerd (winter).
- equinox = herfst/lente

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Waarom ontstaan de seizoenen?
  • Gevolg:
- De invalshoek van de zonnestralen verandert.
--> Een kleinere invalshoek betekent dat de zonnestralen over een groter oppervlak worden verspreid, waardoor het kouder wordt.
-->  Een grotere invalshoek zorgt voor geconcentreerde verwarming, wat leidt tot warmere temperaturen.
- bestralingsduur verandert
Kortom: De schuine stand van de aardas bepaalt de seizoenen!

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Wat gebeurt er als het noordelijk halfrond naar de zon is gekeerd?

A
Het is zomer op het noordelijk halfrond.
B
Het is winter op het noordelijk halfrond.
C
Het is lente op het noordelijk halfrond.
D
Het is herfst op het noordelijk halfrond.

Slide 10 - Quiz

Zonnewende in juni
Op 21 juni, tijdens de zonnewende in juni.

Noordelijk halfrond:
Gericht naar de zon.
Grotere invalshoek van de zonnestralen: ze verwarmen een kleinere oppervlakte.
Gevolg
  • Het is warmer → zomer op het noordelijk halfrond.
  • Lange dagen en korte nachten
  • Pooldag/midzomerdag (24 uur daglicht) noorpoolcirkel
  • pooldag van 6 maanden op de noordpool


Slide 11 - Slide

Zonnewende in juni
Zuidelijk halfrond:
- Weg van de zon gericht.
- Kleinere invalshoek van de zonnestralen: ze verwarmen een grotere oppervlakte.
- Gevolg
  • Het is kouder → winter op het zuidelijk halfrond.
  • korte dagen en lange nachten
  • poolnachten (24 uur) aan de zuidpoolcirkel
  • poolnacht van 6 maanden op de zuidpool

Slide 12 - Slide

Wat gebeurt er op 21 juni op het noordelijk halfrond?

A
De zonnestralen hebben een kleinere invalshoek.
B
Het is zomer, omdat de zonnestralen een grotere invalshoek hebben.
C
Het is winter, omdat het noordelijk halfrond van de zon is weggericht.

Slide 13 - Quiz

Wat is het gevolg van een kleinere invalshoek van de zonnestralen?

A
De zon verwarmt een grotere oppervlakte, waardoor het zomer wordt.
B
De zon verwarmt met dezelfde intensiteit en er is geen temperatuurverschil.
C
De zon verwarmt een grotere oppervlakte en het wordt kouder.
D
De zon verwarmt een kleinere oppervlakte en het wordt warmer.

Slide 14 - Quiz

Waarom is het in juni winter op het zuidelijk halfrond?

A
Omdat het noordelijk halfrond dichter bij de zon staat.
B
Omdat het zuidelijk halfrond naar de zon gericht is.
C
Omdat de zonnestralen een kleinere invalshoek hebben en een grotere oppervlakte verwarmen.
D
Omdat de zonnestralen loodrecht op het zuidelijk halfrond vallen.

Slide 15 - Quiz

Hoe lang schijnt de zon tijdens de zonnewende in juni in de Noordpoolcirkel?
A
O uur
B
12 uur
C
24 uur

Slide 16 - Quiz

Hoe lang schijnt de zon tijdens de zonnewende in juni in de Zuidpoolcirkel?
A
O uur
B
12 uur
C
24 uur

Slide 17 - Quiz

Welk seizoen begint tijdens de zonnewende in juni in het noordelijk halfrond?
A
zomer
B
herfst
C
winter
D
lente

Slide 18 - Quiz

Welk seizoen begint tijdens de zonnewende in juni in het zuidelijk halfrond?
A
zomer
B
herfst
C
winter
D
lente

Slide 19 - Quiz

zonnewende in december 
Omgekeerd aan de zonnewende in juni 

Slide 20 - Slide

Wat met de lente en herfst?
In de lente- en herfstequinox (21 maart en 23 september) staan beide halfronden gelijk naar de zon gericht
gevolg:
  • waardoor de invalshoek van de zonnestralen gelijkmatig afneemt naarmate je van de evenaar naar de polen gaat.
  • beiden hemisferen krijgen evenveel zonlicht
  • dag en nacht zijn ongeveer even lang

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Hoe lang schijnt de zon tijdens de lente- en herfstequinox in de Noordpoolcirkel?
A
O uur
B
12 uur
C
24 uur

Slide 23 - Quiz

Hoe lang schijnt de zon tijdens de lente- en herfstequinox in de zuidpoolcirkel?
A
O uur
B
12 uur
C
24 uur

Slide 24 - Quiz

Hoe lang schijnt de zon tijdens de lente- en herfstequinox aan de evenaar?
A
O uur
B
12 uur
C
24 uur

Slide 25 - Quiz

Zijn er seizoenen aan de evenaar? 
Hoe dichter bij de evenaar, hoe kleiner de schommelingen in temperatuur doorheen het jaar. Hierdoor kennen de gebieden rond de evenaar geen seizoenen als zomer of winter die gebaseerd zijn op temperatuur. In deze regio’s wordt er meer een onderscheid gemaakt tussen regen- en droog seizoen.

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide