Wat kun je aan het eind van deze les?
Je kunt benoemen wanneer iemand een normaal mictiepatroon heeft
Je kunt benoemen om welke redenen het mictiepatroon kan afwijken van het normale
Je kunt benoemen op welke vier manieren de urine onderzocht kan worden en welke aandachtspunten daarbij gelden
Je kunt aan de kleur en de hoeveelheid urine benoemen welke aanwijzingen er zijn voor een normaal of afwijkend mictiepatroon
Je kunt benoemen wat de meest voorkomende oorzaken en symptomen zijn van poly-en oligurie