Les 1 26/27

Les 1 2026/2027
- Hoe was je zomer?
- Waar ben je geweest?
- Heb je veel Nederlands gesproken?
- Heb je Nederlandse boeken gelezen? 
- Zo ja: welke?
1 / 49
next
Slide 1: Slide
Nederlands

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Les 1 2026/2027
- Hoe was je zomer?
- Waar ben je geweest?
- Heb je veel Nederlands gesproken?
- Heb je Nederlandse boeken gelezen? 
- Zo ja: welke?

Slide 1 - Slide

Van B1 naar B2: waar staan we?
Je hebt B1 gehaald. Gefeliciteerd!

Vandaag gaan we ontdekken:
- Wat kun je al goed?
- Wat wordt je volgende uitdaging?

Slide 2 - Slide

Wat is volgens jou B2?

Als je aan B2-Nederlands denkt, wat denk je dan dat je beter moet kunnen dan bij B1?

Slide 3 - Slide

Van B1 naar B2
- langere en complexere teksten zelfstandig kunnen begrijpen;
- hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden;
- impliciete informatie en bedoeling van de schrijver weten te herkennen;
- nauwkeuriger en gevarieerder kunnen formuleren;
- grammaticale fouten grotendeels zelfstandig kunnen vermijden;
- spelling en interpunctie betrouwbaar toe kunnen passen;
- antwoorden kunnen onderbouwen en samenhangend formuleren.

Slide 4 - Slide

Verschil van B1 en B2 (teksten)
Bij B1 kun je je meestal goed redden.

Bij B2 moet je niet alleen begrijpen 
wat iemand zegt
maar ook steeds beter begrijpen wat iemand bedoelt
waarom iemand iets zegt en 
hoe je daarop kunt reageren.

Slide 5 - Slide

Leesstrategie (geldt ook voor luisteren)
Kijk eerst naar de 5 BELANGRIJKE vragen (vraag je dit ALTIJD af):

- Waar gaat deze tekst over?
- Wat is de belangrijkste boodschap?
- Waarom heeft de schrijver deze tekst geschreven?
- Welke argumenten/voorbeelden gebruikt de schrijver?
- Wat moet ik afleiden?

Slide 6 - Slide

makkelijk/ moeilijk
- Welke van deze vijf vragen vind je het makkelijkst? 
- Welke het moeilijkst?
- Waarom?

Slide 7 - Slide

Leestekst
Waarom jongeren steeds vaker offline gaan

Een paar jaar geleden leek het bijna onmogelijk om een dag zonder smartphone door te brengen. Jongeren gebruikten hun telefoon om contact te houden met vrienden, nieuws te lezen, muziek te luisteren en foto's te maken. Inmiddels kiezen sommige jongeren er bewust voor om minder tijd online door te brengen.

Slide 8 - Slide

Leestekst
Daar zijn verschillende redenen voor. Sommige jongeren merken dat ze zich moeilijk kunnen concentreren wanneer ze voortdurend meldingen krijgen. Anderen vinden dat sociale media te veel invloed hebben op hun humeur. Wanneer ze foto's en berichten van anderen bekijken, krijgen ze soms het gevoel dat iedereen een interessanter leven leidt dan zijzelf.

Slide 9 - Slide

Leestekst
Toch betekent minder online zijn niet automatisch dat jongeren minder contact hebben met anderen. Sommigen spreken juist vaker persoonlijk met vrienden af wanneer ze hun telefoon minder gebruiken. Ook ontdekken ze dat ze meer tijd hebben voor hobby's, sport of lezen.

Slide 10 - Slide

Leestekst
Minder telefoongebruik is echter niet voor iedereen gemakkelijk. Smartphones zijn inmiddels zo sterk verbonden met het dagelijks leven dat het moeilijk kan zijn om ze helemaal weg te leggen. Daarom kiezen veel mensen niet voor een volledig offline leven, maar proberen ze bewuster met hun schermtijd om te gaan.

Slide 11 - Slide

Begrijp je de tekst?


Wat is het belangrijkste onderwerp?



Slide 12 - Slide

Begrijp je de tekst?


Waar in de tekst heb je dat antwoord gevonden?



Slide 13 - Slide

Noem twee redenen waarom jongeren minder online willen zijn.

Slide 14 - Open question

Waarom kunnen sociale media invloed hebben op het humeur?

Slide 15 - Open question

Wat kan er gebeuren wanneer jongeren minder hun telefoon gebruiken?

Slide 16 - Open question

Waarom is volledig stoppen moeilijk?

Slide 17 - Open question

Welke conclusie past het beste bij de tekst?

A
jongeren zouden allemaal moeten stoppen met sociale media.
B
Jongeren gebruiken hun telefoon vooral om met vrienden te praten.
C
Sommige jongeren proberen bewuster met hun telefoongebruik om te gaan.
D
Smartphones hebben vooral negatieve gevolgen voor jongeren.

Slide 18 - Quiz

Iets dieper

Wat wil de schrijver volgens jou duidelijk maken met deze tekst?

Slide 19 - Slide

Iets dieper
A. Jongeren zouden helemaal moeten stoppen met hun telefoon.

B. Jongeren hoeven niet volledig offline te gaan, maar kunnen bewuster omgaan met hun telefoongebruik.

Slide 20 - Slide

Iets dieper
Waarom A? of 
Waarom B?

Slide 21 - Slide

Taal
Welke zin klinkt goed?
Gisteren ik een interessant artikel las.
Gisteren las ik een interessant artikel.
Gisteren heb ik een interessant artikel las.
Gisteren ik heb een interessant artikel gelezen.
Waarom?

Slide 22 - Slide

Grammatica

Beantwoord de volgende vragen

Slide 23 - Slide

Gisteren ___ ik een interessant artikel.
A
lees
B
las
C
gelezen

Slide 24 - Quiz

Als ik tijd heb, ___ ik morgen naar de bibliotheek.

A
ga
B
ging
C
gegaan

Slide 25 - Quiz

Omdat het regende, ___ we thuis.

A
blijven
B
bleven
C
gebleven

Slide 26 - Quiz

Zij heeft het boek gisteren
A
koop
B
kocht
C
gekocht

Slide 27 - Quiz

De jongen ___ naast mij zit, is mijn vriend.

A
die
B
dat
C
wat

Slide 28 - Quiz

Ik weet niet ___ zij morgen komt.

A
als
B
of
C
dat

Slide 29 - Quiz

Morgen ___ ik naar school, ook al ben ik moe.

A
ging
B
ga
C
gaat

Slide 30 - Quiz

Hij zei dat hij geen tijd ___.

A
heeft
B
hebben
C
had

Slide 31 - Quiz

Toen ik thuiskwam, ___ mijn moeder al gekookt.

A
heeft
B
had
C
heeft gehad

Slide 32 - Quiz

Hoewel het moeilijk was, ___ ze de opdracht af.

A
maakte
B
maakt
C
gemaakt

Slide 33 - Quiz

Verbeteren

Verbeter de fouten in de volgende zinnen.
Niet alles is altijd fout.

Slide 34 - Slide

Hij vind het een goed idee.

Slide 35 - Open question

Gisteren gebeurde er iets bijzonders.


Slide 36 - Open question

Zij heeft de brief verstuurd.

Slide 37 - Open question

Ik wordt morgen achttien jaar.

Slide 38 - Open question

De leraar bedoeld het goed.

Slide 39 - Open question

Hij heeft het antwoord veranderd.

Slide 40 - Open question

Ik weet niet waarom dat gebeurt.

Slide 41 - Open question

Zij verhuisd volgende maand naar Nederland.

Slide 42 - Open question

De kinderen gebeurde iets onverwachts.


Slide 43 - Open question

Hij word later arts.

Slide 44 - Open question

Schrijfopdracht
 Steeds meer jongeren proberen minder tijd op hun telefoon door te brengen. Vind jij dat een goed idee?

 Leg uit waarom wel of niet. Geef minstens twee argumenten en een voorbeeld.

Je antwoord mag tussen de 120–150 woorden bevatten:

Slide 45 - Slide

Hoe gaan we aan de slag?
- Elke week een uur online les
- We zullen veel met Nieuwsbegrip gaan werken aangezien daar veel maatschappelijke onderwerpen worden behandeld. Het B2 examen werkt daar ook veel mee.
- Zou jij zelf nog met iets anders willen werken?

Slide 46 - Slide

Foutenboek
Begin een persoonlijk B2-foutenboek.
Daarin komt steeds: 
fout → verbetering → regel → eigen voorbeeldzin

Slide 47 - Slide

Huiswerk
Nieuwsbegrip:
Tekst en opdrachten bij "Brand je niet aan fabels!";
Geef aan of je dit tekstniveau 'lastig' vindt;
Zoek 5 woorden die je niet begrijpt op in een woordenboek.

Slide 48 - Slide

Slide 49 - Link