- langere en complexere teksten zelfstandig kunnen begrijpen;
- hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden;
- impliciete informatie en bedoeling van de schrijver weten te herkennen;
- nauwkeuriger en gevarieerder kunnen formuleren;
- grammaticale fouten grotendeels zelfstandig kunnen vermijden;
- spelling en interpunctie betrouwbaar toe kunnen passen;
- antwoorden kunnen onderbouwen en samenhangend formuleren.