Hoofdstuk 4 herhaling

1 / 36
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2,4,5,6

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
H1 Kun jij kopen wat je wilt ?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen 4.1
1. Je kunt uitleggen wat een cao is. R
2. Je kunt je nettoloon berekenen. T1
3. Je kunt uitleggen wat het minimumloon is. R
4. Je kunt berekeningen maken met het minimumloon. T1

Slide 4 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Burgerschapsleerdoel 
Burgerschap – Economische zelfredzaamheid / Arbeid & Geld

Ik kan uitleggen welke rechten en plichten werknemers hebben en kan financiële begrippen zoals minimumloon, cao en nettoloon gebruiken om zijn eigen positie in arbeidssituaties te begrijpen.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Individuele arbeidsovereenkomst
CAO
De arbeidsvoorwaarden voor een bedrijfstak
De afspraken die jouw werkgever met jouw maakt
Het aantal werkuren bij een voltijdbaan
Vakbonden spelen hierbij een belangrijke rol

Slide 7 - Drag question

This item has no instructions

CAO
Individuele arbeidsovereenkomst
Minimumloon
Je salaris
Minimaal aantal vakantiedagen
Op welke afdeling je gaat werken

Slide 8 - Drag question

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Brutoloon - ............. = nettoloon
Wat moet er op de stippellijn staan?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Een begeleider van de kinderopvang verdient bruto 1981 euro per maand. Er wordt 633 euro ingehouden wat is haar nettoloon?
De formule voor het berekenen van nettoloon is: brutoloon - inhoudingen van belastingen = nettoloon

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Mijn brutoloon is 680 euro. Mijn nettoloon 550. Wat zijn mijn inhoudingen?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Jan krijgt een brutoloon van € 1500,00. Hij betaalt aan loonbelasting € 144,10 en aan sociale premies
€ 65,80. Wat is zijn nettoloon?

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Wat is een CAO?
A
Afspraken over het werk voor een individu
B
Afspraken over het werk voor een grotere groep
C
Een contract die je tekent

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Minimumloon is...
A
Minimum inzet
B
Minimaal uren werken
C
Het hoogste loon of salaris
D
Het bedrag wat een werknemer minimaal moet krijgen voor het werk.

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Een minimumloon is bedoeld om...
A
aanbieders op de arbeidsmarkt te beschermen
B
vragers op de arbeidsmarkt te beschermen
C
zowel vragers als aanbieders te beschermen

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Bereken het salaris voor een 17-jarige die het minimumloon verdient.

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Noem twee redenen om te werken, behalve geld.

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Waarom is arbeidsverdeling belangrijk?

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

Doen ze leidinggevend of uitvoerend werk? Sleep het juiste naar het juiste antwoord.
Uitvoerend werk
Leidinggevend werk
Bert is vrachtwagenchauffeur
Dion is bedrijfsleider
Soraya heeft haar eigen bedrijf
John vult de schappen van de supermarkt
Jason stuurt zijn personeel aan in een vergadering

Slide 20 - Drag question

This item has no instructions

Leidinggevend werk
Uitvoerend werk

Piet is teamleider bij de Albert Heijn.
Jan is een  vrachtwagen-chauffeur.
Petra werkt in de bediening bij de MacDonalds.
Klaas is de baas van zijn eigen onderneming. Hij stuurt zijn werknemers aan.

Slide 21 - Drag question

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

geschoold werk
ongeschoold werk

Slide 23 - Drag question

This item has no instructions

Wat is een cao?
A
Een uitkering bij werkloosheid.
B
Afspraken die gelden voor een bedrijfstak.
C
Afspraken over werktijden, rusttijden en pauze.
D
Afspraken over een veilige werkplek.

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Slide 25 - Video

This item has no instructions

primaire sector
secundaire sector
tertiaire sector
primaire sector
secundaire sector
Quartairesector

Slide 26 - Drag question

This item has no instructions

0

Slide 27 - Video

This item has no instructions

Arbeidsmarkt
Werknemer
Werkgever
Aanbod
Vraag

Slide 28 - Drag question

This item has no instructions

timer
0:30
vraag
aanbod

Slide 29 - Drag question

This item has no instructions

Wat is de beroepsbevolking?
A
Iedereen die werkt of werkloos is
B
Iedereen die werkt
C
Iedereen van 15 jaar tot de pensioenleeftijd die werkt
D
Iedereen van 15 jaar tot de pensioenleeftijd die werkt of opzoek is naar werk

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Slide 31 - Video

This item has no instructions

Wanneer ben je werkloos?
A
Als je geen werk hebt
B
Als je actief op zoek bent naar een baan
C
Als je tussen de 15 en pensioenleeftijd bent en geen werk hebt EN je bent actief op zoek naar een baan
D
Als je tussen de 15 en pensioenleeftijd bent

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Wat is verborgen werkloosheid?
A
Werkgelegenheid
B
Regio's waar meer werkloosheid is
C
Mensen die zich niet inschrijven bij het UWV
D
Beroepsbevolking

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Er zijn verschillende soorten werkloosheid. Kies de juiste omschrijving bij de juiste soort werkloosheid
Structurele werkloosheid
Conjuncturele werkloosheid
Regionale werkloosheid
Frictie werkloosheid
Seizoenswerkloosheid
Werkloosheid die ontstaat door blijvende veranderingen.
Werkloosheid als gevolg van een krimpende economie.
Werkloosheid die in een bepaald gebied hoger is
Werkloosheid vanwege de tijd die het kost om te solliciteren
Werkloosheid omdat er maar een deel van het jaar werk is

Slide 34 - Drag question

This item has no instructions

Conjuncturele werkloosheid
Fricitiewerkloosheid
Structurele werkloosheid
Regionale werkloosheid
Seizoenswerkloosheid

Slide 35 - Drag question

This item has no instructions

Structurele werkloosheid
Conjucturele werkloosheid
Frictiewerkloosheid
Seizoenswerkloosheid
Regionale werkloosheid
Soorten weerkloosheid
Werkloosheid is in Groningen hoger dan in de randstad
Het gaat slecht met de economie en je hebt tijdelijk geen werk
Je bent kort werkloos voordat je na je opleiding een goede baan vindt
Je werkte bij de receptie op een camping in Zuid-Frankrijk 
Werkloosheid door blijvende veranderingen, bijv machines ipv mensen of verhuizing fabriek naar lagelonenlanden

Slide 36 - Drag question

This item has no instructions