Python programmeren - De basis

1 / 30
next
Slide 1: Slide
InformaticaMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Leerdoel
Aan het eind van deze les....

Slide 2 - Slide

Wat is nu eigenlijk programmeren?

Slide 3 - Open question

Waarom Python?
Het is een relatief makkelijke programmeertaal.

Je kan met een paar regels code al goed werkende apps maken.

Slide 4 - Slide

Eerste regel code
Een van de belangrijkste functies in python is het weergeven van de uitvoer van een app. Dit doe je met de functie print().


print("Hallo allemaal")

Slide 5 - Slide

Probeer het zelf eens
Opdracht:
Schrijf zelf je eerste app die als uitvoer geeft:

"Mijn eerste app" 
Tekst

Slide 6 - Slide

Rekenen
Je kan ook heel makkelijk rekenen met python.

Rekenkundige operatoren die je kan gebruiken zijn:
+ (optellen)
- (aftrekken)
/ (delen door)
* (vermenigvuldigen)

Slide 7 - Slide

Als je 20 delen door 5 wilt gaan programmeren in python, hoe ziet je code er dan uit?

Slide 8 - Open question

Rekenen en uitvoer
Wil je het resultaat van een rekensom als uitvoer van een app weergeven, dan maak je weer gebruik van de functie print.

print(20 / 5)

Slide 9 - Slide

Probeer het zelf eens
Klik hier om in een nieuw tabblad een python programmeeromgeving te starten.
Opdracht:
Zorg dat je app als uitvoer het antwoord van de volgende rekensommen weergeeft:

5 x 8
21 : 7
5 x 20 : 10

Slide 10 - Slide

Stel: je maakt een rekensom, je wilt het antwoord van de eerste rekensom gebruiken in een tweede rekensom. Wat moet je dan doen met het antwoord van de eerste rekensom?

Slide 11 - Open question

Variabelen (1)
Om iets tijdelijk op te slaan in python maak je gebruik van een variabele. Een variabele is een stukje geheugen op de computer.

Iedere variabele heeft een unieke naam, ook wel label genoemd.



Slide 12 - Slide

Variabelen (2)
Hoe schrijf je iets weg naar een variabele?
naam = "Kees"
leeftijd = 15

Slide 13 - Slide

Variabelen (3)
Het label van een variabele mag bestaan uit letters, cijfers en een underscore (_)

Een label mag NIET beginnen met een cijfer!



Slide 14 - Slide

Wat is GEEN juiste naam voor een label in python?
A
naam
B
antwoord_1
C
1_antwoord
D
_naam

Slide 15 - Quiz

Wat is GEEN juiste naam voor een label in python?
A
antwoord 1
B
_Naam
C
antwoord1
D
Leeftijd

Slide 16 - Quiz

Variabelen (4)
Stel je wilt meerdere berekeningen doen, dan zal je het antwoord van de eerdere berekeningen tijdelijk moeten opslaan.

antwoord1 = 5 * 10
antwoord2 = antwoord1 - 10

Slide 17 - Slide

Hoe geef ik een variabele weer in de uitvoer?
Tot nu toe hebben we in onze app berekeningen uitgevoerd. De app heeft echter nog geen uitvoer (antwoord wordt nog niet weergegeven)

antwoord1 = 5 * 10
antwoord2 = antwoord1 - 10
print("Het antwoord is: %d" % antwoord2)

Slide 18 - Slide

Nog een voorbeeld
Je slaat de naam en leeftijd op in een variabele. Je wilt weten hoe oud iemand over 10 jaar is.
naam = "Kees"
leeftijd = 50
leeftijd_10jaar = leeftijd + 10
print("Je naam is %s en over 10 jaar ben je %d" % (naam, leeftijd_10jaar))

Slide 19 - Slide

Variabelen (5)
Er kan dus verschil zitten in het weergeven van de uitvoer van een variabele.

%s gebruik je voor strings (tekst)
%d gebruik je voor integers (gehele getallen)
%f gebruik je voor floating point (kommagetallen)



Slide 20 - Slide

Het getal pi, maar dan korter
Bij een kommagetal kan het voorkomen dat je een maximaal aantal getallen achter de komma wilt weergeven. Het getal zal dan automatisch worden afgerond.
pi = 3.14159265359
print("Het getal pi met 2 cijfers achter de komma is %.2f" % pi)
print("Het getal pi met 4 cijfers achter de komma is %.4f" % pi)
print("Het getal pi met 6 cijfers achter de komma is %.6f" % pi)

Slide 21 - Slide

Probeer het zelf eens
Klik hier om in een nieuw tabblad een python programmeeromgeving te starten.
Opdracht:
Maak een berekening waar het antwoord bestaat uit meerdere cijfers achter de komma. Geef het antwoord uiteindelijk weer met 2 cijfers achter de komma.

Slide 22 - Slide

Input vragen aan de gebruiker
Een programma dat input vraagt aan de gebruiker is natuurlijk veel interessanter! Dan is er tenminste interactie tussen de gebruiker en de app.



Slide 23 - Slide

Als je via een app input vraagt aan de gebruiker, wat doe je daar vervolgens mee?

Slide 24 - Open question

Input (1)
Je gaat de naam en de leeftijd vragen aan de gebruiker en zorgt dat de app dit als uitvoer gaat weergeven. Om aan de gebruiker input te vragen maak je gebruik van de functie input().
naam = input("Wat is uw naam: ")
leeftijd = int( input("Wat is uw leeftijd: ") )
print("Uw naam is %s en u bent %d jaar." % (naam,leeftijd) )

Slide 25 - Slide

Input (2)
De functie input() gaat er altijd vanuit dat er tekst als invoer wordt gegeven. Als je echter getallen vraagt aan de gebruiker en daar mee gaat rekenen moet de invoer omgezet worden naar een getal.

Hiervoor gebruik je de functie:
int() voor een geheel getal
float() voor een kommagetal

Slide 26 - Slide

Probeer het zelf eens
Klik hier om in een nieuw tabblad een python programmeeromgeving te starten.
Opdracht:
Eerder hadden we aan app die de naam en leeftijd van een persoon over 10 jaar weergeeft. Herschrijf deze app zo dat je de naam en de leeftijd van de persoon vraagt. De leeftijd hoog je op met 10 jaar en de uitvoer van je app is:
Uw naam is [NAAM] en u bent over 10 jaar [10JAAROUDER].

Slide 27 - Slide

Oh jee, het gaat niet goed.... (1)
Bij programmeren maak je snel fouten. Dat is helemaal niet erg, de meeste programmeeromgevingen geven duidelijke foutmeldingen waarmee je je fout snel kan vinden!

Slide 28 - Slide

Oh jee, het gaat niet goed.... (2)
Wat gaat er hier niet goed?

Slide 29 - Slide

Oh jee, het gaat niet goed.... (3)
Wat gaat er hier niet goed?

Slide 30 - Slide