Herhalen organen en cellen

Herhalen organen en cellen
Pak een chromebook en log in
1 / 30
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo lwoo, gLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 25 min
Report this lesson

Items in this lesson

Herhalen organen en cellen
Pak een chromebook en log in

Slide 1 - Slide

Levensverschijnselen

Slide 2 - Slide

Wat hebben plantaardige cellen wel dat dierlijke cellen niet hebben?
A
celkern en celwand
B
celwand en celplasma
C
bladgroenkorrels en celwand
D
Bladgroenkorrels en celplasma

Slide 3 - Quiz

Uit hoeveel cellen zijn al je cellen ontstaan?
A
1
B
2
C
10
D
1000

Slide 4 - Quiz


Dit orgaan heeft meerdere functies. Wat doet dit orgaan nog meer?
A
Het maakt voedsel
B
Het verteert voedsel
C
Het vergroot voedsel
D
Het maakt het bloed schoon

Slide 5 - Quiz

Nieuwe cellen ontstaan doordat cellen zich ......
A
Kern
B
Groeien
C
Delen
D
Cellen

Slide 6 - Quiz

Wat is een orgaan?
A
Een orgaan is een deel van een organisme met een of meer functies
B
Een orgaan is een deel van het menselijk lichaam met een of meer functies
C
Groep organen met dezelfde functie
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 7 - Quiz

Wat is GEEN levenskenmerk?
A
Ademhalen
B
Slapen
C
Groeien
D
Voortplanten

Slide 8 - Quiz


Mitose
Waar vindt geen mitose plaats?
A
Het ontstaan van een huidcel in de huid van een olifant.
B
Het ontstaan van een bastcel in de stengel van een klimop.
C
De celdeling van een bevruchte eicel.
D
Het ontstaan van een zaadcel bij een dier.

Slide 9 - Quiz

Plassen is een levenskenmerk, het levenskenmerk wat hierbij hoort is:
A
Voeding
B
Ademhaling
C
Uitscheiding
D
Waarnemen

Slide 10 - Quiz

Bladgroenkorrels kunnen veranderen in kleurstofkorrels
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

Wat zijn kleurstofkorrels
A
Plaatje 1
B
Plaatje 2
C
Plaatje 3
D
Of alle plaatjes

Slide 12 - Quiz

Bouw organisme (groot naar klein)

Slide 13 - Slide

Orgaanstelsels

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Link

Middenrif
Buikholte
Borstholte

Slide 16 - Drag question

De organisatieniveau's van klein naar groot:
A
Cellen, weefsels, organen, orgaanstelsels
B
orgaanstelsels, organen, weefsels, cellen
C
weefsels, cellen, organen, orgaanstelsels
D
cellen, weefsels, organen, orgaanstelsels

Slide 17 - Quiz

Een groep cellen met dezelfde bouw en dezelfde functies wordt orgaan genoemd?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quiz

Een groep organen die samenwerken noem je:
A
Organen
B
Orgaanstelsels
C
Samenwerkende cellen
D
Cellen

Slide 19 - Quiz

De darmen op de afbeelding zijn
A
Organen
B
Orgaanstelsels
C
Weefsels
D
Cellen

Slide 20 - Quiz

Organisme
cel
Organenstelsel
orgaan

Slide 21 - Drag question

Zet in volgorde van groot naar klein. 
Organisme
Cel
Orgaan
Orgaanstelsel
Weefsel

Slide 22 - Drag question

Slide 23 - Link

Basisstof 4
Chromosomen

  • Lange dunne draden
  •  De mens heeft 46 chromosomen, 23 paar.
  • Chromosoom is opgebouwd uit DNA (erfelijk materiaal).

Slide 24 - Slide

Basisstof 5
Gewone celdeling (mitose)

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

Wat is mitose ?
A
Celdeling voor nieuwe lichaamscellen
B
Mitose komt voor bij planten alleen
C
Mitose is een verbrandingsproces
D
Celdeling voor geslachtscellen

Slide 27 - Quiz

Mitose
Zet de fasen van de mitose in de juiste volgorde.
<b>1</b>
<b>2</b>
<b>3</b>
<b>4</b>
<b>5</b>
<b>6</b>

Slide 28 - Drag question

Wat is een meiose?
Bij een meiose worden...
A
nieuwe cellen gevormd
B
geslachtscellen gevormd
C
reductiedeling
D
gewone celdeling

Slide 29 - Quiz

Wat zijn de verschillen tussen mitose en meiose?

Slide 30 - Open question