Quiz over Identiteit en Diversiteit

Wat is een voorbeeld van seksuele identiteit?

A

Non binair

B

Lesbisch

C

Homoseksueel

D

Transgender

1 / 15
next
Slide 1: Quiz
New lesson editorMens en SamenlevingSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsSportLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Wat is een voorbeeld van seksuele identiteit?

A

Non binair

B

Lesbisch

C

Homoseksueel

D

Transgender

Wat betekent non binair?

A

Tussen man en vrouw

B

Specifiek mannenrol

C

Geen man of vrouw

D

Altijd man of vrouw

Wat beschrijft dynamische identiteit?

A

Altijd hetzelfde

B

Geen invloed van omgeving

C

Veranderlijk door de tijd

D

Persoonlijke groei

Wat is een lesbische identiteit?

A

Vrouwelijke homoseksualiteit

B

Transgender vrouw

C

Vrouw die van vrouwen houdt

D

Man die van mannen houdt

Wat is transgender?

A

Non binair persoon

B

Iemand die van geslacht verandert

C

Altijd geboren als vrouw

D

Geslacht komt niet overeen met identiteit

Wat is een kenmerk van homoseksualiteit?

A

Aantrekking tot hetzelfde geslacht

B

Relaties tussen gelijke geslachten

C

Aantrekking tot het andere geslacht

D

Transgender identiteit

Wat betekent seksuele identiteit?

A

Alleen heteroseksualiteit

B

Familiebanden

C

Identiteit gebaseerd op seksuele voorkeur

D

Hoe iemand zijn seksualiteit ervaart

Wat is een voorbeeld van dynamische identiteit?

A

Iemand die altijd hetzelfde blijft

B

Iemand die van hobby's verandert

C

Iemand die van carrière verandert

D

Iemand zonder interesses

Wie kan non binair zijn?

A

Alleen vrouwen

B

Iemand die niet in binaire genders past

C

Iedereen die zich zo identificeert

D

Alleen mannen

Wat is een kenmerk van een homoseksuele relatie?

A

Twee mensen van hetzelfde geslacht

B

Emotionele verbinding tussen gelijken

C

Relatie zonder liefde

D

Altijd een man en een vrouw

Wat is de focus van persoonlijke identiteit?

A

Regels van de maatschappij

B

Hoe iemand zichzelf ziet

C

Familiegeschiedenis

D

Zelfbeeld en zelfgevoel

Wat is een voorbeeld van seksuele voorkeur?

A

Altijd een relatie

B

Vallen op mannen

C

Vallen op vrienden

D

Vallen op vrouwen

Wat betekent het als iemand transgender is?

A

Niet betrokken bij gender

B

Geslacht niet overeen met geboorte

C

Altijd in een rol

D

Identiteit verschilt van geboorte geslacht

Wat is de betekenis van identiteit?

A

Wie je bent als persoon

B

Je uiterlijk alleen

C

Je unieke kenmerken en waarden

D

Wat mensen van je denken

Wat is een belangrijke factor van dynamische identiteit?

A

Verandering door levenservaringen

B

Geen invloed van anderen

C

Altijd hetzelfde blijven

D

Groei en ontwikkeling door de tijd