H3 waarnemen 3.2 Zien

H3 Waarnemen 
De grote hersenen kunnen je waarnemingen beïnvloeden.



Je waarnemingen zijn niet goed verwerkt. 
1 / 27
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

H3 Waarnemen 
De grote hersenen kunnen je waarnemingen beïnvloeden.



Je waarnemingen zijn niet goed verwerkt. 

Slide 1 - Slide

3.2 Zien 
Aan het eind van de les weet ik...

  • Uit welke onderdelen je ogen bestaan. 
  • Hoe je ogen werken 
  • Hoe je kleur kan zien (HV)

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Buitenkant oog
  • Ooglid met wimpers: Houden stof, vuil en licht uit het oog
  • Wenkbrauwen: Houden zweet uit het oog
  • Iris: Gekleurde deel van je oog
  • Pupil: Opening in de iris die hoeveelheid licht regelt

Slide 4 - Slide

Tranen
  • Traanklier boven elk oog
    die traanvocht maakt > zorgt
    dat ogen niet uitdrogen en
    spoelt vuiltjes weg
  • Traanbuis vervoert vocht 
    en stof naar je neus

Slide 5 - Slide

Iris
Pupil
Oogwit

Slide 6 - Drag question

Hoe werken je ogen?
1. Harde oogvlies: Beschermt binnenkant oog. Het doorzichtige deel heet het hoornvlies
2. Vaatvlies: Hier zitten de bloedvaatjes. Voorkant is gekleurd, dit is je iris.
3. Netvlies: Hier zitten de lichtgevoelige zintuigcellen. Gele vlek zit recht  achter je pupil. 
4. Glasachtig lichaam: Gelei dit het netvlies op zijn plaats houdt
5. Blinde vlek is de plek waar oogzenuw vastzit.
hier zitten geen zintuigcellen. > 

Slide 7 - Slide

De binnenkant van een oog
Aan het harde oogvlies zitten oogspieren vast. Daarmee kun je je ogen draaien.

Het vet in de oogkassen beschermt je oogbollen. 


Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Werking oog

Slide 10 - Slide

Harde oogvlies
Netvlies
Vaatvlies

Vangt lichtprikkels op
beschermt alles wat binnenin het oog zit
Hierin zitten de bloedvaatjes die stoffen vervoeren die het oog nodig heeft

Slide 11 - Drag question

Binnenkant oog
  • Vaatvlies: Voorziet oog van zuurstof en voedingsstoffen
  • Netvlies: Bevat de zintuigcellen van het oog
  • Lens met kringspieren: Zorgen voor de vorming van een scherp beeld op de gele vlek
  • Glasachtig lichaam: Houdt netvlies op zijn plaats

Slide 12 - Slide

Hoe zie je kleuren? 
Je netvlies bevat twee soorten zintuigcellen:
  • staafjes > werken bij weinig licht. Hiermee
    zie je zwart, wit en grijstinten
  • kegeltjes > hiermee zie je kleur.
    Ze werken alleen bij veel licht.  
    3 type kegeltjes: voor rood, 
    blauw & groen licht


Slide 13 - Slide

Huiswerk
HV: 
  • lees blz. 68 t/m 70
  • maak opdr. 3 t/m 15

MH:
  • lees blz. 62 - 63
  • maak opdr. 3 t/m 14

Slide 14 - Slide

Tot ziens!

Slide 15 - Slide

DEEL 2 

Slide 16 - Slide

H3 Waarnemen 
De grote hersenen kunnen je waarnemingen beïnvloeden.



Je waarnemingen zijn niet goed verwerkt. 

Slide 17 - Slide

3.2 Zien 
Aan het eind van de les weet je.....
  • Hoe je ogen genoeg licht krijgen. 
  • Hoe je scherp kan zien 
  • wanneer je een bril nodig hebt
  • Hoe je diepte kan zien 

Slide 18 - Slide

Pupilreflex
Licht valt door de pupil.

De pupil regelt hoeveel licht op het netvlies valt

Veel licht: Kringspieren trekken samen > pupil wordt kleiner
Weinig licht: Lengtespieren trekken samen > pupil wordt groter




Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

de lens
Als de lens bol is kan je dichtbij scherp zien

Als de lens plat is kan je veraf scherp zien

Accommoderen = scherpstellen
Dit gebeurt door kringspier die om de lens heen zit: straallichaam

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Wanneer heb je een bril nodig?
-

Als je niet scherpt kunt zien doordat
  • je je ooglens niet goed platter of boller kunt maken
  • de vorm van je oogbol is niet goed

Verziend > bolle lenzen
Bijziend > holle lenzen

Slide 24 - Slide

Hoe zie je diepte?

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

Huiswerk 
HV:
  • lees blz. 71 t/m 73
  • maak 17 t/m 21 + 23 t/m 33
MH:
  • lees blz 64 t/m 68
  • maak 16 t/m 23 + 25 t/m 33

Slide 27 - Slide