6.3 Warmtetransport

1 / 36
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Warmtetransport

Slide 2 - Slide

Als je in ijskoud water valt raak je snel onderkoeld, waarom?
A
Omdat er veel stroming plaatsvindt
B
Omdat water een goede geleider is
C
Omdat je lichaam een slechte isolator is
D
Weet ik niet

Slide 3 - Quiz

Hoe houdt deze beker thee warm?
A
Houdt straling tegen
B
Houdt stroming tegen
C
Houdt geleiding tegen
D
Geen van bovengenoemde

Slide 4 - Quiz

Hoe houdt deze deken de man warm?
A
Houdt straling tegen
B
Houdt stroming tegen
C
Houdt geleiding tegen
D
Geen van bovengenoemde

Slide 5 - Quiz

Steenwol gebruik je om daken te isoleren. Hoe werkt dat?
A
Houdt straling tegen
B
Houdt stroming tegen
C
Houdt geleiding tegen
D
Geen van bovengenoemde

Slide 6 - Quiz

De Zon brengt warmte naar de aarde door..?
A
Geleiding
B
Straling
C
Stroming

Slide 7 - Quiz

Warmte transport gaat van:
A
Een warme naar een koude temperatuur.
B
Een koude naar een warme temperatuur.
C
Beide kanten op.

Slide 8 - Quiz

Door de vloerbedekking voelt de grond warmer aan dan op een stenen grond.

Aan welke vorm van warmte transport ligt dit?
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling

Slide 9 - Quiz

Bij warmte-stroming maken we gebruik van de lucht om de warmtebron.

Waar gaat de warme lucht naartoe?
A
Stijgt
B
Daalt
C
Beweegt niet

Slide 10 - Quiz

Als een gloeilamp erg warm wordt dan geeft het licht.

De warmte van het licht noemen we....?
A
Geleidingswarmte
B
Stromingwarmte
C
Stralingwarmte

Slide 11 - Quiz

Zonder ............ vindt er geen warmte transport plaats.
A
De verwarming
B
De lucht
C
Verschil in temperatuur
D
De voorwerpen in een kamer

Slide 12 - Quiz

De radiator geeft warmte af door...
A
Straling
B
Stroming
C
Straling en stroming
D
Straling, stroming en geleiding

Slide 13 - Quiz

In een fluitketel gaat de warmte door het water van onder naar boven.

Dit gebeurt door ................
A
Straling
B
Stroming
C
Geleiding

Slide 14 - Quiz

Als je bij een kampvuur zit, welke vorm van warmtetransport houdt je dan lekker warm
A
Straling
B
Stroming
C
Geleiding

Slide 15 - Quiz

Warmte kan gemakkelijk door metalen heen.
Van welk soort warmtetransport is dit een voorbeeld?
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling

Slide 16 - Quiz

Hoe houdt deze beker thee warm?
A
Houdt straling tegen
B
Houdt lucht tegen
C
Houdt geleiding tegen
D
Geen van bovengenoemde

Slide 17 - Quiz

Je verwarmt soep. In de pan staat een stalen lepel. De lepel wordt ook warm.

Dit komt door de ........... ?
A
Stroming
B
Isolatie
C
Geleiding
D
Straling

Slide 18 - Quiz

Andere naam voor warmtestraling is?
A
UV-straling
B
Rode-straling
C
Groene straling
D
Infrarode-straling

Slide 19 - Quiz

Welk materiaal is een goede warmtegeleider?
A
Aluminium
B
Plexiglas
C
PVC
D
Hout

Slide 20 - Quiz

Wat gebeurt er met water als het op één plaats verwarmt wordt?
A
Water gaat stijgen
B
Er gebeurt niets
C
Water gaat stromen
D
Water gaat geleiden

Slide 21 - Quiz

De temperatuur van een hete radiator is
70 a 80 graden Celsius.

Wat straalt deze radiator uit?
A
Zichtbaar licht
B
Niets
C
Gamma staling
D
Infrarode straling

Slide 22 - Quiz

Warmtegeleiding = warmtetransport door.................
A
Een isolator
B
Luchtcirculatie
C
Een tussenstof bijvoorbeeld ijzer
D
Water

Slide 23 - Quiz

Welke vormen van warmtetransport blokkeert een thermosfles?
A
Stroming & Straling
B
Stroming
C
Straling
D
Geleiding, stroming & straling

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Slide

5.5 Isoleren in huis
Wat ga je in deze paragraaf leren?
je kunt hierna:
  • aangeven wat er met de temperatuur gebeurt als de productie van warmte groter, kleiner of gelijk aan het warmteverlies is
  • met welk isolatiemateriaal je welke vorm van warmtetransport kunt tegengegaan
  • aangeven waar op een warmtebeeld warmteverlies optreedt
  • aangeven op een ir-foto waar veel warmtetransport is.
  • Rekenen aan warmteverlies

Slide 26 - Slide

Isolatie
Isoleren = voorkomen dat je warmte verliest

Hoe voorkom je warmteverlies door:
- Straling
- Stroming
- Geleiding                                                                                Spouwmuur


Slide 27 - Slide

Isolatie tegen geleiding

Geleiding kun je tegengaan door slecht geleidende materialen te gebruiken.

Bijvoorbeeld bij kozijnen van kunststof of hout, glaswol of dubbele beglazing.
Bij de laatste twee isoleert de stilstaande lucht.

Slide 28 - Slide

Isolatie tegen stroming

Stroming kun je tegengaan door vloeistoffen of gassen niet te laten stromen.

Dat kan door de tussenstof weg te halen of kleine ruimtes te maken waardoor er bijna geen stroming plaatsvindt.

Slide 29 - Slide

Isolatie tegen straling

Straling gaat door glas heen.

Straling wordt teruggekaatst door glimmende materialen en piepschuim.

Slide 30 - Slide

Isolatie
Buiten is het vaak kouder dan binnen. De warme lucht wil dus van binnen naar buiten. 

Als je je huis goed isoleert heb je dus minder warmteverlies.

Slide 31 - Slide

Isolatie
Isolatie is het het tegenhouden van warmtetransport

De rode plekken zijn warm en daar gaat dus veel warmte verloren

Slide 32 - Slide

Isolatie

Isolatie is het slecht transporteren van warmte

Weinig verlies van energie
Geleiding

Geleiding is het goed transporteren van warmte

Veel verlies van energie

Slide 33 - Slide

Isoleren
Isoleren is het tegengaan van warmtetransport. 

Lucht geleidt warmte heel slecht. 
Als lucht stilstaat is het dé perfecte isolator!!!!


Slide 34 - Slide

Welke manieren/
spullen ken je die
isoleren?

Slide 35 - Mind map

Isoleren
Straling tegengaan door de warmte terug te kaatsen met glimmend materiaal (bijvoorbeeld een spiegel)

Stroming tegengaan door het gas of de vloeistof 'op te sluiten'  (bijvoorbeeld de lucht tussen meerdere laagjes kleren)

Geleiding tegengaan door materialen te gebruiken die warmte slecht weg geleiden (bijvoorbeeld plastic in plaats van metaal)

Slide 36 - Slide