Les 20 Conjunctuur en begrotingsbeleid

Economie
1 / 35
next
Slide 1: Slide
EconomieWOStudiejaar 6

This lesson contains 35 slides, with text slides.

Items in this lesson

Economie

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag
  • Herhaling vorige les
  • Opdrachten bespreken
  • Theorie hoofdstuk 3 en 4 bespreken
  • Zelf aan de slag

Slide 2 - Slide

Herhaling vorige les
  • Waaruit bestaat het Keynesiaanse kruis? 
  • Wat was de multiplier van de overheid?
  • Wat zijn het spaarlek en het belastinglek?
  • Wat was de Taylorregel?

Slide 3 - Slide

Opdrachten

Slide 4 - Slide

Conjunctuur en welvaart
laagconjunctuur invloed op welvaart door negatieve output gap:
  • onvrijwillige werkloosheid groeit
  • meer kosten voor uitkeringen
  • verkopen lopen terug
  • ondernemingen failliet
  • enz.

Slide 5 - Slide

Effecten loon-prijsspiraal
Hogere lonen --> hogere kostprijzen bedrijven --> hogere verkoopprijs --> duur voor consumenten --> hogere lonen --> enzovoort

Slide 6 - Slide

Overheidsingrijpen
kan procyclisch: Overheidsingrijpen versterkt conjunctuurbewegingen. Niet wenselijk, sterke schommelingen hebben sterk effect.

Meestal (tegenwoordig) anticyclisch: tegen de stroming in, zodat de economie minder oververhit raakt en minder 

Slide 7 - Slide

Waarom van belang?
Overheid kan 2 effecten creëren: inverdieneffecten en uitverdieneffecten.

Wat was dat ook alweer?


Slide 8 - Slide

in- en uitverdieneffect


Inverdieneffecten: Overheid vergroot de bestedingen --> nationaal inkomen stijgt --> belastinginkomsten stijgen --> overheid verdient een deel van de extra bestedingen terug

Uitverdieneffecten: Overheid bezuinigt --> nationaal inkomen daalt --> belastinginkomsten dalen --> deel van de bezuiniging wordt teniet gedaan door misgelopen belastinginkomsten

Slide 9 - Slide

Overheid gaat voor anticyclisch
Schulden aflossen in goede tijden
In slechte tijden: lenen, zodat bijvoorbeeld wegen aangelegd kunnen worden, waardoor inkomens stijgen --> vraag stijgt--> consumptie stijgt --> bbp stijgt

Slide 10 - Slide

Internationale concurrentiepositie:
Kan onder andere verbeterd worden door:
Loonmatiging: wanneer lonen lager zijn, worden productiekosten lager per product en is je product interessant voor het buitenland door de lage(re) prijs.
arbeidsproductiviteit: zelfde effect.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Automatische stabilisatoren
  • Progressief belastingstelsel: als winsten en lonen hoog zijn wordt meer belasting betaald en als winsten laag zijn kun je zelfs belastinggeld terugkrijgen (carry back, carry forward)
  • Uitkering: heb je geen loon, krijg je (meestal) een uitkering

Slide 13 - Slide

Conjunctuur en welvaart
laagconjunctuur invloed op welvaart door negatieve output gap:
  • onvrijwillige werkloosheid groeit
  • meer kosten voor uitkeringen
  • verkopen lopen terug
  • ondernemingen failliet
  • enz.

Slide 14 - Slide

Effecten loon-prijsspiraal
Hogere lonen --> hogere kostprijzen bedrijven --> hogere verkoopprijs --> duur voor consumenten --> hogere lonen --> enzovoort

Slide 15 - Slide

Overheidsingrijpen
kan procyclisch: Overheidsingrijpen versterkt conjunctuurbewegingen. Niet wenselijk, sterke schommelingen hebben sterk effect.

Meestal (tegenwoordig) anticyclisch: tegen de stroming in, zodat de economie minder oververhit raakt en minder 

Slide 16 - Slide

Waarom van belang?
Overheid kan 2 effecten creëren: inverdieneffecten en uitverdieneffecten.

Inverdieneffecten: Overheid vergroot de bestedingen --> nationaal inkomen stijgt --> belastinginkomsten stijgen --> overheid verdient een deel van de extra bestedingen terug

Slide 17 - Slide

Uitverdieneffect
Uitverdieneffecten: Overheid bezuinigt --> nationaal inkomen daalt --> belastinginkomsten dalen --> deel van de bezuiniging wordt teniet gedaan door misgelopen belastinginkomsten

Slide 18 - Slide

Overheid gaat voor anticyclisch
Schulden aflossen in goede tijden
In slechte tijden: lenen, zodat bijvoorbeeld wegen aangelegd kunnen worden, waardoor inkomens stijgen --> vraag stijgt--> consumptie stijgt --> bbp stijgt

Slide 19 - Slide

Internationale concurrentiepositie:
Kan onder andere verbeterd worden door:
Loonmatiging: wanneer lonen lager zijn, worden productiekosten lager per product en is je product interessant voor het buitenland door de lage(re) prijs.
arbeidsproductiviteit: zelfde effect.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Automatische stabilisatoren
  • Progressief belastingstelsel: als winsten en lonen hoog zijn wordt meer belasting betaald en als winsten laag zijn kun je zelfs belastinggeld terugkrijgen (carry back, carry forward)
  • Uitkering: heb je geen loon, krijg je (meestal) een uitkering

Slide 22 - Slide

Hoofdstuk 4: monetair beleid op conjunctuur

Slide 23 - Slide

ECB
Monetaire beleid in Europa wordt bepaald door de ECB. 3 hoofdtaken:
  • rentebeleid
  • wisselkoersbeleid
  • maatschappelijk geldhoeveelheidsbeleid

Slide 24 - Slide

Belangrijke bijtaak:
Zorgen dat een bankrun voorkomen wordt. Bij een bankrun haalt iedereen z'n spaartegoeden van een bank, waardoor de bank omvalt. ECB (in NL: DNB) voorkomt dit door depositogarantiestelsel, waarbij je gegarandeerd € 100.000 terugkrijgt als de bank omvalt.

Waarom valt een bank om als mensen hun spaargeld claimen?

Slide 25 - Slide

Maatschappelijke geldhoeveelheid
Hoeveelheid giraal en chartaal geld dat in omloop is.
Vergroot door opkopen obligaties. Zij 'drukken geld' waarmee zij de obligatie opkopen, zodat het bedrag wat een lening is in euro's bij de schuldeiser/obligatiehouder. De overheid moet vervolgens aan de ECB terugbetalen, waardoor de geldhoeveelheid weer afneemt.

Slide 26 - Slide

Rentebeleid
De ECB kan haar rente (reprorente) aanpassen. Hoe hoger deze rente, hoe minder mensen gaan lenen, hoe minder inflatie, maar ook vermindering economische groei.

Slide 27 - Slide

Wisselkoersen
Waarde wisselkoersen worden net als alle andere factoren in een economie bepaalt. Vraag en aanbod bepalen de prijs.

  • appreciatie: munt wordt meer waard ten opzichte van andere munt.
  • depreciatie: munt wordt minder waard ten opzichte van andere munt.

Slide 28 - Slide

Wisselkoersbeleid

Slide 29 - Slide

Betalingsbalans
Vraag en aanbod naar bijv.
dollars, wordt bepaald door
inkomsten en uitgaven.

Slide 30 - Slide

Zwevende wisselkoers
als demping:
De munt neemt af in waarde
wanneer het economisch slecht
gaat.
zwakkere munt leidt tot betere
concurrentiepositie, waardoor
het economisch herstel intreedt.

Slide 31 - Slide

Muntunie
Heeft een muntunie (zoals de eurolanden) alleen maar voordelen?


Een centrale bank kan bij het beleid rondom haar munt niet alles vrij kiezen, omdat het zich dan in een trilemma bevindt.

Slide 32 - Slide

Het trilemma van monetair beleid
  • Wel of geen vrij internationaal kapitaalverkeer toestaan.
  • Wel of geen zelfstandig rentebeleid voeren.
  • Een vaste wisselkoers hanteren.


Een centrale bank kan hooguit 2 van deze 3 kiezen

Slide 33 - Slide

Vragen over lastige onderdelen?

Slide 34 - Slide

Zelf aan de slag

Slide 35 - Slide