Samenvatting 4 spellingsregels

Grammatica en spelling 4: spellingsregels

4.1 Meervoud
4.2 Tussenletters
4.3 Aan elkaar of los?
4.4 Einde op -e of -en?
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Grammatica en spelling 4: spellingsregels

4.1 Meervoud
4.2 Tussenletters
4.3 Aan elkaar of los?
4.4 Einde op -e of -en?

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wat is goed geschreven?
A
perziken
B
perzikken

Slide 3 - Quiz

Wat is goed geschreven?
A
melodiën
B
melodieën

Slide 4 - Quiz

Wat is goed geschreven?
A
autos
B
auto's

Slide 5 - Quiz

Wat is goed geschreven?
A
cadeaus
B
cadeau's

Slide 6 - Quiz

Wat is goed geschreven?
A
coupés
B
coupé's

Slide 7 - Quiz

Wat is goed geschreven?
A
dvds
B
dvd's

Slide 8 - Quiz

Wat is goed geschreven?
A
datums
B
data
C
data's

Slide 9 - Quiz

Wat is goed geschreven?
A
musicussen
B
musici

Slide 10 - Quiz

Tussenletter in samenstellingen

Slide 11 - Slide

Aan elkaar of los?

Slide 12 - Slide

Aan elkaar of los?

Slide 13 - Slide

Wat is juist geschreven?
A
zee egel
B
zeeegel
C
zee-egel

Slide 14 - Quiz

Wat is juist geschreven?
A
zomer vakantie
B
zomervakantie
C
zomer-vakantie

Slide 15 - Quiz

Wat is juist geschreven?
A
Paardebloem
B
Paardenbloem

Slide 16 - Quiz

Wat is juist geschreven?
A
Geboortekaartje
B
Geboortenkaartje

Slide 17 - Quiz

Wat is juist geschreven?
A
Maneschijn
B
Manenschijn

Slide 18 - Quiz

Wat is juist geschreven?
A
Bruidsluier
B
Bruidssluier

Slide 19 - Quiz

Sommige of Sommigen?

Slide 20 - Slide


A
sommige
B
sommigen

Slide 21 - Quiz

Enkele / Enkelen pennen moeten vervangen worden.
A
Enkele
B
Enkelen

Slide 22 - Quiz


A
laatste
B
laatsten

Slide 23 - Quiz