Herodotos CE 27 introductie

Herodotos uit Halikarnassos

eindexamen Grieks 2027
1 / 33
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Herodotos uit Halikarnassos

eindexamen Grieks 2027

Slide 1 - Slide

Wat was de bijnaam van Herodotos?

Slide 2 - Open question

Herodotos
  • De vader van de geschiedschrijving
  • Voor Herodotos: memoriseerders
  • Memoriseerders onthielden de verhalen van een bepaalde stad/familie tot meer (dan drie) generaties terug
  • Risico: Verhalen veranderen & wie betaalt, bepaalt
  • Voor Herodotos: logografen
  • Logografen schreven verhalen over wat ze interessant vonden 

Slide 3 - Slide

Herodotos: anders dan anders
  • ca 484-425 vC
  • schreef: Historiën
  • Griekse woord ἱστορίη betekent: onderzoek
  • reiziger
  • andere aanpak geschiedschrijving dan logografen

Slide 4 - Slide

Onderzoek door: ἀκοή, ὄψις, γνώμη
ἀκοή: wat hij hoorde
ὄψις: wat hij zag
γνώμη: wat hij bedacht
ἱστορίη: onderzoek naar oorzaak en gevolg

Slide 5 - Slide

Brongebruik
  • vermeldt in tekst hoe hij aan zijn informatie komt
  • gebruikt memoriseerderss en logografen als een van zijn bronnen
  • altijd expliciet: De Perzen zeiden dat ...., de Grieken zeiden dat ...
  • Dus veel aci-constructies!
  • Herodotos gebruikt die ook als soort disclaimer

Slide 6 - Slide

Thematiek
  • rode draad: daden Grieken en niet-Grieken &
    waarom conflict tussen Grieken en niet-Grieken
  • veel digressies = uitweidingen
  • thema’s:
  • vrijheid (in politiek en van oorlog)
  • wisselvalligheid menselijk bestaan
  • ὕβρις van mensen en φθόνος van goden

Slide 7 - Slide

Herodotos en het goddelijke
Herodotos maakt weinig gebruik van de bekende mythologieverhalen
Hij gebruikt liever ὁ θεός of το θεῖον dan de naam van een specifieke godheid
Wel belangrijk: dromen en orakels!

Slide 8 - Slide

Wat was de bijnaam van Herodotos?
A
de grootvader van de geschiedschrijving
B
de vader van de geschiedschrijving
C
de oom van de geschiedschrijving
D
de neef van de geschiedschrijving

Slide 9 - Quiz

Conclusies trekken door wat je ziet doe je door
A
ἀκοή
B
γνώμη
C
ὄψις
D
ἱστορίη

Slide 10 - Quiz

Conclusies trekken door wat je van anderen hoort doe je door
A
ἀκοή
B
γνώμη
C
ὄψις
D
ἱστορίη

Slide 11 - Quiz

Conclusies trekken door wat je bedenkt doe je door
A
ἀκοή
B
γνώμη
C
ὄψις
D
ἱστορίη

Slide 12 - Quiz

ὕβρις betekent:
A
roem
B
overmoed
C
jaloezie
D
onderzoek

Slide 13 - Quiz

φθόνος betekent:
A
roem
B
overmoed
C
jaloezie
D
onderzoek

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Maatschappelijke context
  • (aanloop naar) Perzische oorlogen 
  • godsdienst/mythologie
  • το θειον
  • orakels en dromen
  • Grieken en barbaren

Slide 16 - Slide

Stijl en structuur
  • alwetende verteller
  • retrospectie en prospectie
  • directe rede
  • digressies: uitweidingen
=> kop-staartverbinding
=> epanalepsis
=> ringcompositie

Slide 17 - Slide

Levendigheid
directe rede
enargeia 
dramatische ironie
praesens historicum
opbouw spanning (prospectie)

Slide 18 - Slide

=> kop-staartverbinding
werkwoord aan het eind (staart) van de zin wordt aan het begin (kop) van de volgende zin weer opgepakt door een participium van hetzelfde werkwoord

Slide 19 - Slide

=> epanalepsis
na een – kleine of grote – digressie wordt het hoofdverhaal weer opgepakt door woordelijke herhaling van (een deel van) het voorafgaande
(letterlijk: het weer oppakken)

Slide 20 - Slide

=> ringcompositie
aan het begin en het eind van een teksteenheid komen (woordelijke) overeenkomsten voor waardoor de teksteenheid als één informatieblok gepresenteerd wordt

Slide 21 - Slide

Een digressie is
A
een afwijking
B
een epanalepsis
C
een ringcompositie
D
een uitweiding

Slide 22 - Quiz

"Hij werd verliefd op zijn eigen vrouw. Nadat hij verliefd was geworden, ging hij ..." is een voorbeeld van
A
epanalepsis
B
kop-staartverbinding
C
retrospectie
D
ringcompositie

Slide 23 - Quiz

"Hij reisde via Leiden. Daar blablabla. Toen hij verder reisde, ..." is een voorbeeld van
A
epanalepsis
B
kop-staartverbinding
C
retrospectie
D
ringcompositie

Slide 24 - Quiz

Bijzonderheden taalgebruik Herodotos

Hij komt uit Halikarnassos (Klein-Azië), dus hij spreekt/schrijft Ionisch ipv Attisch

Bijzonderheden: zie 
examenboek hst. 12
Pharos en woordenboek

Slide 25 - Slide

enkele eigenaardigheden:
  • η in plaats van een lange α
  • soms ε in plaats van ει (bijv ἐς ipv εἰς)
  • dativus meervoud: οισι(ν) in plaats van οις                                  ῃσι(ν) in plaats van αις
  • geen aspiratie (dus geen h-klank) waar je die wel verwacht (dit heet psilosis)

Slide 26 - Slide

afwijkingen vnw
τοι = σοι
οἱ = αὐτῳ/αὐτῃ
μιν = αὐτον/αὐτην/αὐτο
σφι = αὐτοις/αὐταις 

betr vnw: vaak met τ dus lijkt op lidwoord!
lidwoord: vaak gebruikt als aanw. vnw./pers.vnw.

Slide 27 - Slide

en nog wat andere eigenaardigheden…
  • zoals soms σσ ipv ττ
  • γίνομαι en γίνωσκω ipv γίγνομαι en γίγνωσκω
  • vaak geen contractie (dus geen samentrekking van klinkers)
    (dan staat er bijv εο ipv ου)
  • soms beginnen woorden waarvan je dacht dat ze met een π begonnen met een κ (πως -> κως; που -> κου)

Slide 28 - Slide

Het dialect van Herodotos was
A
Attisch
B
Dorisch
C
Ionisch
D
Korinthisch

Slide 29 - Quiz

Psilosis is
A
geen h gebruiken
B
vaker de psi gebruiken
C
vaker de h gebruiken
D
geen psi gebruiken

Slide 30 - Quiz

V5 periode 1 + 2: Herodotos
bonusopdrachten (woorden, grammatica)
toets week 40 (woorden, grammatica, syllabus)
toetsweek 1 (circa 125 regels Grieks)
proefvertaling
toetsweek 2 (circa 125 regels Grieks)

examenboek, woordenlijst, filmpjes, oefenen!


Slide 31 - Slide

V6: donderdag 27 mei CE Grieks
bonusopdrachten woorden en grammatica 
SE I, II, III

syllabus elke toets, al het Grieks verdeeld over I, II en III

oefenen en herhalen en filmpjes en oefenen en herhalen!

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide