Feedback (geven & ontvangen)

Feedback
Les 1: Feedback geven

1 / 17
next
Slide 1: Slide
SLBMBOStudiejaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Feedback
Les 1: Feedback geven

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  1. Je kan het doel van feedback benoemen
  2. Je kan het verschil tussen feedback & kritiek benoemen
  3. Je kent de 4 G's van feedback
  4. Je kent de hamburgermethode

Slide 2 - Slide

Kunnen jullie de 4g's van
feedback benoemen?

Slide 3 - Mind map

Slide 4 - Video

Opdracht
  1. Je hebt vast wel eens feedback gekregen de afgelopen jaren. 
  2. Beschrijf een van die situatie's waarin je feedback kreeg
    (positief of opbouwend)
  3. Beschrijf wat dit met je deed op dat moment en achteraf
  4. Heb je de feedback meegenomen en er iets mee gedaan
  5. Zo ja: wat is er veranderd n.a.v. de feedback?
  6. Zo nee: waarom niet?
timer
10:00

Slide 5 - Slide

Feedback
Feedback ontvangen

Slide 6 - Slide

Opdracht
  •  Plak een papiertje op je rug
  • Loop door het lokaal
  • Schrijf op de rug van je medestudenten een tip of een top
  • Zij doen dit ook voor jou

Slide 7 - Slide

Je houdt alleen rekening met jezelf
Je houdt alleen rekening met de ander 
Je houdt rekening met jezelf en de ander
Subassertief
Assertief
Agressief 

Slide 8 - Drag question

Slide 9 - Slide

Verdedigingsreacties 


1. Ontkenning ("Nee hoor, zo ging het helemaal niet")
2. Verdringing (Niet meer kunnen herinneren)
3. Rationalisatie ("Ja maar ik kon er niets aan doen. Want toen ik...")
4. Projectie ("Ik heb het jou ook wel eens zien doen, als jij het eerder tegen mij had gezegd dan..")

Slide 10 - Slide

Casus 
Je werkt samen met iemand die zijn gedeelte van de presentatie niet af heeft en die slecht bereikbaar is. De presentatie is overmorgen en je wil toch wel dat je partner zijn/haar/hen steentje bijdraagt.. 

Slide 11 - Slide

Geef een assertieve reactie op de casus

Slide 12 - Open question

Verdedigingsreacties 


1. Ontkenning ("Nee hoor, zo ging het helemaal niet")
2. Verdringing (Niet meer kunnen herinneren)
3. Rationalisatie ("Ja maar ik kon er niets aan doen. Want toen ik...")
4. Projectie ("Ik heb het jou ook wel eens zien doen, als jij het eerder tegen mij had gezegd dan..")

Slide 13 - Slide

Dat klopt, maar jij komt ook altijd te laat
Ja dat klopt, maar ik kan er niets aan doen want mijn fietsband was lek. 
Ik kan me niet meer herinneren dat het zo is gegaan. 
Nee hoor. Zo ging het helemaal niet!
Ontkenning
Verdringing
Rationalisatie
Projectie

Slide 14 - Drag question

Feedback ontvangen
 1. Wie zegt het?
 2. Hoe zegt hij/zij het?
3. Wanneer zegt hij het?
4. Hoe gaat het met mij op dat moment 

Slide 15 - Slide

Omgaan met feedback
Hanteer de regels van feedback;
Heb respect voor jezelf en voor de ander;
Doe moeite om de ander te begrijpen;
Zie een meningsverschil als iets gemeenschappelijks en daardoor oplosbaar.

Slide 16 - Slide

Welke tip zou je geven aan iemand die moeilijk kan omgaan met feedback?

Slide 17 - Open question