H.3 Woordenschat - Asyndetische en homerische vergelijking en synesthesie

H.3 Woordenschat


  • Asyndetische vergelijking
  • Homerische vergelijking
  • Synesthesie
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

H.3 Woordenschat


  • Asyndetische vergelijking
  • Homerische vergelijking
  • Synesthesie

Slide 1 - Slide

Planning deze les
- Theorie woordenschat H.3
- Oefenen 
- Huiswerk

Slide 2 - Slide

Asyndetische vergelijking
  • Bij een asyndetische vergelijking wordt er tussen het te vergelijken object en het beeld geen verbindingswoord gebruikt.

  • Karel, een echte angsthaas, was snel weg.
  • Zijn hoofd, een biet, sprak boekdelen.

Slide 3 - Slide

Homerische vergelijking
  • Vergelijking met allerlei bijzonderheden --> Homerus, de   dichter van de Ilias en de Odyssee

  • Een breedsprakige vergelijking, waarbij de schrijver zo   opgaat in het vergelijken, dat hij dingen noemt die geen   verwantschap meer hebben met het beeld.

Slide 4 - Slide

Voorbeelden homerische vergelijking:

Zoals in het begin van de lente Apollo voortgaat over de bergruggen bij het eiland Delos en de reidansen opnieuw instudeert, zo ging Aenas zelf.

Slide 5 - Slide

Synesthesie
  • Een combinatie van de indrukken van verschillende       zintuigen                                                                                                       (bv. de tastzin en het gehoor)

Slide 6 - Slide

Christines heldere ogen, fijn kristal, schitterden in de lage avondzon.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 7 - Quiz

Uit zijn mond vloeien zoete woorden, zodra hij Agnes ziet.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 8 - Quiz

Zoals een mobiele telefoon de stilte kan verstoren wanneer die plotseling luid begint te piepen in een volle zaal, zo was de kreet van de verwarde man tijdens de herdenking een ergerlijke verstoring van de stille plechtigheid.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 9 - Quiz

Door de fraaie nazomer heeft de wijn een ronde smaak gekregen.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 10 - Quiz

Helena sprong gracieus over het hekje en holde naar de ijscokar als een hinde die het voorjaar ruikt en de waterbron opzoekt om haar dorst te lessen.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 11 - Quiz

Franka heeft haar vriendje Trevis, die trouwe hond, volledig in haar macht.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 12 - Quiz

Maak een zin met een personificatie erin.

Slide 13 - Open question

Hij is niet achterlijk.
A
hyperbool
B
eufemisme
C
litotes
D
enumeratio

Slide 14 - Quiz

Ik moet even een sanitaire stop maken.
A
hyperbool
B
eufemisme
C
litotes
D
enumeratio

Slide 15 - Quiz

Mijn kind vergaat van de honger!
A
hyperbool
B
eufemisme
C
litotes
D
repetitio

Slide 16 - Quiz

Vrijheid, gelijkheid en broederschap
A
repetitio
B
climax
C
enumeratio
D
drieslag

Slide 17 - Quiz

Aan de slag!

H.3 Woordenschat - Beeldspraak:
Maak online opdracht 2, 3, 4 en 5


Slide 18 - Slide