Grondig leren lezen

Grondig leren lezen in alle vakken
1 / 54
next
Slide 1: Slide
AlgemeenSecundair onderwijs

This lesson contains 54 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Grondig leren lezen in alle vakken

Slide 1 - Slide

Grondig leren lezen
1/ Wat is het?
2/ Waarom is het belangrijk?
3/ Hoe pakken we dit aan?

Slide 2 - Slide

Eerst even dit...

Slide 3 - Slide

Waar botsten leerlingen op bij
het lezen van vakteksten?

Slide 4 - Mind map

  • Leerlingen begrijpen soms vakwoorden of schooltaalwoorden onvoldoende, waardoor ze de rest van de tekst niet meer volgen
  • Moeite met langere zinnen en complexe formuleringen, zeker bij externe teksten
  • Geen zicht op de structuur van de tekst (wat is hoofdzaak, wat bijzaak?)
  • Niet herkennen van verbanden tussen alinea’s of ideeën (oorzaak–gevolg, tegenstelling, conclusie --> signaalwoorden)
  • Leerlingen zoeken vooral naar antwoorden op de gestelde vragen in plaats van de tekst echt te begrijpen
  • ...

Slide 5 - Slide

Wat is het?

Slide 6 - Slide

Wat is het?
GrILL = Grondig en Intensief Leren Lezen 

Leerlingen leren begrijpen wat ze lezen,
door gerichte begeleiding vóór, tijdens en na het lezen,
met aandacht voor vaktaal, structuur en denkprocessen.
⚠️ Niet: teksten "verkleuteren" om tekstbegrip te verhogen

Slide 7 - Slide



  • Authentiek materiaal aanbieden (lat hoog!)
  • Vakwoorden expliciet maken
  • Signaalwoorden leren herkennen
  • Woordenschatstrategieën expliciet aanleren
  • Tekst samen lezen, paragraaf per paragraaf
  • Begrip controleren na het lezen: waar gaat deze paragraaf over?
  • Vragen op verschillende denkniveaus leren stellen (A/B/C): kennis - verbanden - toepassen en redeneren


  • Tekstmateriaal vereenvoudigen
  • Lesinhoud in bullet points opsommen
  • Lesinhoud al vooraf samenvatten of schematiseren
  • Leerlingen alleen de tekst in stilte laten doorworstelen
  • Alleen controleren of leerlingen het antwoord vinden op jouw (kennis)vragen bij de tekst

WEL GrILL    ✅
GEEN  GrILL   ❌

Slide 8 - Slide

5 redenen!
Waarom is het belangrijk?

Slide 9 - Slide

Waarom is het belangrijk?
1/ GrILL maakt leerstof begrijpelijk

Leerlingen struikelen over vakwoorden, structuur en verbanden
GrILL helpt hen door de tekst heen, niet erlangs
Begrip komt vóór inoefenen of toepassen
               Zonder begrip = schijnleren 

Slide 10 - Slide

Waarom is het belangrijk?
2/ GrILL verhoogt leerwinst in elk vak
Begrijpend lezen is nodig om te:
  • analyseren
  • redeneren
  • vergelijken
  • toepassen
                Lezen is geen apart doel, maar een leerinstrument

Slide 11 - Slide

Waarom is het belangrijk?
3/ GrILL verkleint verschillen tussen leerlingen

Taalsterke leerlingen redden zich vaak wel
Taalzwakke en anderstalige leerlingen haken sneller af
GrILL biedt gelijke toegang tot dezelfde leerstof

                Niet door vereenvoudiging, maar door begeleiding

Slide 12 - Slide

Waarom is het belangrijk?
4/ GrILL voorkomt oppervlakkig leren

Leerlingen zoeken nu vaak alleen antwoorden
Ze kopiëren zinnen zonder begrip
GrILL leert hen lezen met een doel

                Van zoeken → begrijpen → toepassen

Slide 13 - Slide

Waarom is het belangrijk?
5/ GrILL is essentieel voor vervolgonderwijs en werk
In hogere studies, op de werkvloer, in het dagelijke leven:
  • complexe teksten
  • handleidingen
  • artikels
  • richtlijnen
GrILL bereidt leerlingen hierop voor
                Lezen = een levensvaardigheid

Slide 14 - Slide

Waarom is het belangrijk?
Leerlingen botsen op vakteksten

Ze begrijpen vakwoorden, zinsbouw en structuur onvoldoende

Ze lezen oppervlakkig (zoeken antwoorden i.p.v. begrijpen)

Vakinhoud wordt niet echt verwerkt of toegepast

Resultaten blijven achter (zeker bij complexere opdrachten), motivatie daalt
In het kort:

Slide 15 - Slide

stappenplan
Hoe pakken we dit aan?

Slide 16 - Slide

stappenplan voor leerling

Slide 17 - Slide

stappenplan voor leerkracht

Slide 18 - Slide

voorbereiding = key!

Slide 19 - Slide

Vergelijk deze stukken cursus over hetzelfde onderwerp. Welke lijkt jou het beste? (taalsterkst)

Slide 20 - Slide

cursus 1
Neuronen zijn cellen van het zenuwstelsel die instaan voor het doorgeven van signalen in het lichaam. Dat gebeurt via elektrische en chemische processen. Een neuron bestaat uit verschillende onderdelen zoals het cellichaam, dendrieten en het axon. Deze onderdelen werken samen om signalen door te geven. Tussen twee neuronen zit een synaps. Daar verloopt de signaaloverdracht met behulp van neurotransmitters. Zodra het signaal de volgende zenuwcel bereikt, wordt het opnieuw elektrisch en kan het verder worden doorgegeven.
Neuronen functioneren als schakels in een netwerk dat informatie in het lichaam transporteert.

Slide 21 - Slide

cursus 2
Neuronen zijn cellen van het zenuwstelsel. Ze geven signalen door in het lichaam. Dat gebeurt via elektrische en chemische processen. Een neuron heeft verschillende onderdelen.
  • cellichaam: het deel van het neuron dat de kern bevat en de werking van de cel regelt
  • dendrieten: uitlopers van het neuron die signalen ontvangen van andere neuronen
  • axon: lange uitloper van het neuron die signalen doorgeeft naar andere cellen
Deze onderdelen hebben elk een functie bij de signaaloverdracht. Tussen twee neuronen zit een synaps. Daar spelen neurotransmitters een rol. Het signaal verandert daar en gaat verder naar een andere zenuwcel. In het lichaam worden zo signalen doorgegeven via neuronen.
Neuronen werken samen in het zenuwstelsel.

Slide 22 - Slide

Neuronen zijn de basiseenheden van het zenuwstelsel. Ze sturen signalen door het lichaam via elektrische en chemische processen. Een neuron bestaat uit het cellichaam, dat de kern bevat en de celactiviteiten regelt, de dendrieten, die signalen van andere neuronen ontvangen, en het axon, dat signalen naar andere cellen doorgeeft. Tussen twee neuronen bevindt zich de synaps, een kleine spleet waar het elektrische signaal tijdelijk wordt omgezet in een chemisch signaal.
Dat gebeurt met behulp van neurotransmitters: dit zijn chemische stoffen die het signaal van het ene neuron naar het andere doorgeven.
Zodra de neurotransmitters de volgende zenuwcel bereiken, zetten ze het elektrische signaal daar opnieuw in gang.







Stel je neuronen voor als postbodes.
De axon stuurt het bericht, de synaps is de brievenbus, en de neurotransmitters zijn de briefjes die het bericht doorgeven.


cursus 3

Slide 23 - Slide

Welke cursus lijkt jou het taalsterkst?
cursus 1
cursus 2
cursus 3

Slide 24 - Poll

Cursus 3 is (waarschijnlijk) het taalsterkst
  • (nieuwe) vakwoorden zijn vetgedrukt
  • vakwoorden worden in de context verklaard 
  • er is voldoende context - de tekst is niet te compact
  • alinea’s om structuur toe te voegen
  • signaalwoorden (Eerst en vooral, bovendien, …) om verbanden duidelijk te maken (<>bullet points)
  • niet verkleuterd, wel ondersteund door afbeelding en concreet, alledaags voorbeeld (postbodes)
                      Maak je cursusmateriaal  TAALSTERK (bv. met behulp van AI)
voorbeeld taalsterke cursus: Ga naar 'Sjablonen' op startpagina Smartschool

Slide 25 - Slide

voorbeeld prompt AI
Herschrijf deze cursus naar een taalsterke cursus.
Doelgroep: [bv. derde graad secundair onderwijs – dubbele finaliteit].
Richtlijnen:
Inhoud blijft volledig behouden: niet vereenvoudigen of verkleuteren.
(Nieuwe) vakwoorden worden vetgedrukt en in de context verklaard.
Zorg voor voldoende context: de tekst is niet te compact.
Gebruik duidelijke alinea’s om structuur aan te brengen.
Gebruik signaalwoorden (bv. eerst en vooral, bovendien, omdat, daarentegen) om verbanden expliciet te maken.
Gebruik vooral lopende tekst (geen bullet points als hoofdvorm).
Voeg waar zinvol een concreet, alledaags voorbeeld toe.
Geef suggesties voor ondersteunende afbeeldingen (zonder de tekst te vervangen).
Voeg voorbeeldvragen op A-, B- en C-niveau toe. Geef ook meteen de verbetersleutel van deze vragen.
Cursusmateriaal:
[Plak hier je tekst]

Slide 26 - Slide

Je kan uiteraard ook werken met authentieke bronnen (vakteksten). 
                             Deze pas je best niet aan. Houd ze authentiek.

verschillende tekstsoorten:
  • informatief (bv. krantenartikel)
  • narratief (bv. reisblog)
  • prescriptief (bv. recept)
  • argumentatief (bv. opiniestuk/column)


 voorbeeld uit Knack

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Deze tekst bevat alleen een titel; geen afbeeldingen




Waar gaat dit artikel over, denk je? Wat zijn je verwachtingen?
Leeftijdsbeperking voor sociale media en smartphones: ‘Misschien zijn niet onze kinderen, maar wijzelf the anxious generation’

Slide 29 - Slide

Waar gaat dit artikel over, denk je?
Leeftijdsbeperking voor sociale media en smartphones: ‘Misschien zijn niet onze kinderen, maar wijzelf the anxious generation’
Leeftijdsbeperking voor sociale media en smartphones: ‘Misschien zijn niet onze kinderen, maar wijzelf the anxious generation’

Slide 30 - Open question

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Wat is de hoofdgedachte van dit artikel?
Leeftijdsbeperking voor sociale media en smartphones: ‘Misschien zijn niet onze kinderen, maar wijzelf the anxious generation’

Slide 35 - Open question

Slide 36 - Slide

Tip: Toon de tekst op het whiteboard en duid mee aan met de leerlingen.
- hoofdgedachte/kernwoorden 
- signaalwoorden omcirkelen
- moeilijke woorden bespreken (woordenschatstrategieën!)
- kernwoord/richtvraag in marge noteren
+ Leerlingen kunnen dan ondertussen noteren in een Cornell
markeren

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Woordenschatsstrategieën



📝 Context gebruiken: probeer de betekenis af te leiden uit de omliggende zinnen.
🧩 Woorddelen ontleden: deel het woord in voor- of achtervoegsels en stam om het woord te begrijpen.
🔄 Synoniemen / tegenstellingen: zoek andere woorden in de zin die helpen bij de betekenis.
🌍 Andere talen inschakelen: lijkt het woord op een woord in je moedertaal of een andere taal die je kent?
📚 Woordenboek = laatste redmiddel!
Leerlingen struikelen vaker over (voor jou bekende) woorden dan je verwacht! 
Help hen na te denken over de betekenis van woorden - geef het niet zomaar 'weg'. Expliciteer deze strategieën:

Slide 40 - Slide

Cornell:

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide

Cornell:

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Slide

Slide 46 - Slide

Cornell:

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide

A-vragen (letterlijk begrip)
1) Wat beweert Jonathan Haidt in zijn boek?

2) Welke maatregelen stelt Noens concreet voor om jongeren te begeleiden in smartphonegebruik?



Slide 49 - Slide

A-vragen (letterlijk begrip)
1) Wat beweert Jonathan Haidt in zijn boek?
→ Haidt beweert dat smartphonegebruik het mentale welzijn van tieners aantast.
2) Welke maatregelen stelt Noens concreet voor om jongeren te begeleiden in smartphonegebruik?
→ Smartphonevrije zones, duidelijke afspraken thuis, offline activiteiten, jongeren betrekken bij hun eigen gebruik


Slide 50 - Slide

B-vragen (eigen woorden / verbanden leggen)

3) Leg in je eigen woorden uit waarom Noens waarschuwt voor de perceptie-effecten van mentale problemen bij jongeren.

4) Waarom vindt Noens een hogere minimumleeftijd voor sociale media niet pedagogisch sterk?



Slide 51 - Slide

B-vragen (eigen woorden / verbanden leggen)

3) Leg in je eigen woorden uit waarom Noens waarschuwt voor de perceptie-effecten van mentale problemen bij jongeren.
Als iedereen steeds zegt dat jongeren meer problemen hebben, gaan jongeren dat zelf ook zo ervaren.

4) Waarom vindt Noens een hogere minimumleeftijd voor sociale media niet pedagogisch sterk?
Omdat een verbod de oplossing niet is en jongeren nog steeds begeleid moeten worden bij bewust gebruik.


Slide 52 - Slide

C-vragen (toepassen / redeneren)
5) Denk je dat een smartphoneverbod op school een goed idee zou zijn? Gebruik argumenten van Noens én eigen redenering.

6) De tekst zegt dat er geen duidelijk causaal verband is tussen smartphones en mentale problemen bij tieners.Waarom is het belangrijk om verschil te maken tussen correlatie en causaliteit bij dit debat?


Slide 53 - Slide

C-vragen (toepassen / redeneren)
5) Denk je dat een smartphoneverbod op school een goed idee zou zijn? Gebruik argumenten van Noens én eigen redenering.
bv.: Nee, omdat het fundamentele rechten kan schenden en jongeren niet leert omgaan met technologie. Jongeren moeten begeleid worden.

6) De tekst zegt dat er geen duidelijk causaal verband is tussen smartphones en mentale problemen bij tieners.Waarom is het belangrijk om verschil te maken tussen correlatie en causaliteit bij dit debat?
Correlatie laat zien dat er een verband is, causaliteit laat zien dat iets de oorzaak is. Dit verschil voorkomt foute beslissingen en onnodige beperkingen, zoals verbieden of minimumleeftijden instellen, zonder dat het het probleem oplost.
Door het verschil te begrijpen, kunnen maatregelen meer pedagogisch verantwoord worden: begeleiding, afspraken en bewust gebruik, in plaats van angst of paniek.

Slide 54 - Slide