les 3 verbranding

1 / 37
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

              Startopdracht 
Stelling: “Verbranding gebeurt alleen als er vuur of vlammen zichtbaar zijn.”
• Geef aan of jij dit waar of niet waar vindt.
• Onderbouw je antwoord in 2 zinnen.

Hieronder staan drie foute uitspraken over verbranding. Verbeter elke uitspraak zodat hij wél klopt.
1. Verbranding gebeurt alleen in een kampvuur.
2. Bij verbranding in je lichaam komt geen energie vrij.
3. Voor verbranding is alleen brandstof nodig.

timer
3:00

Slide 4 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
              Startopdracht 
Les 3 – Verbranding in cellen (kaars-demo)

Vergelijking: Een kaars brandt en jouw lichaam “brandt” ook. Schrijf 2 overeenkomsten en 1 verschil op.

Voorspellen: Wat denk je dat er gebeurt met een kaars onder een stolp? En waarom?

Conceptvraag: Wat zou er gebeuren met je spieren als er géén zuurstof meer is?
timer
3:00

Slide 5 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 1 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 2

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 9 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Checklist:
  • Bepaal welke voorkennis relevant is voor de nieuwe lesstof.
  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.
  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om voorkennis te activeren.
Schrijf in een zin op wat fotosynthese is

Slide 10 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
  • Je kunt het verband uitleggen tussen verbranding in cellen en lichamelijke activiteit. 
  • Je weet dat bij verbranding zuurstof wordt verbruikt en koolstofdioxide ontstaat. / Kaars verbranding.


R Je kunt rekenen met grootheden en eenheden: – eenheid aangeven bij gemeten of berekende grootheid

R: Je benoemt de belangrijkste voedingsstoffen: eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen, vitamines en water en de belangrijkste functies voor het lichaam

Slide 11 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Stofwisseling 
in ALLE organismen vindt stofwisseling plaats
beweging, warm blijven, groei en herstel
Wat zou er gebeuren als je stofwisseling stopte?
Stofwisseling is nodig om in leven te blijven. zonder stofwisseling ga je dood. Het kan zijn dat een deel van je stofwisseling niet werkt, dan heb je een stofwisselingsziekte. Dit komt vooral voor bij kinderen omdat je er niet oud mee wordt. 
voorbeelden zijn diabetes en taaislijmziekte

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Verbranding
Glucose wordt afgebroken om energie vrij te maken
Dit noem je; verbranding
Verbranding vindt plaats     in mitochondriën



Mitochondriën zijn celorganellen die voorkomen in zowel plantaardige als dierlijke cellen.
mitochondriën = energiefabriekjes in de cel

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Mitochondriën 
cellen die veel energie nodig hebben, hebben meer mitochondriën.
De afbraak van glucose vindt plaats in mitochondriën

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Fotosynthese




Plant heeft (zon)licht nodig voor fotosynthese
Fotosynthese kan alleen in de bladgroenkorrels
Foto= licht   synthese= maken

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Verbranding

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Ezelsbruggetje
Relatie tussen een mitochondrium en een bladgroenkorrel --->

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Verbranding in organismen
Longen =  zuurstof en koolstofdioxide 
darmen = brandstof
bloed = vervoer brandstof en zuurstof

Slide 18 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt
Orgaanstelsels 
  1. Ademhalingsstelsel
  2. Verteringsstelsel
  3. Bloedvatenstelsel
  4. Uitscheidingsstelsel:het lymfevatenstelsel en het urinewegstelstel

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

In welke soort cellen zullen de meeste mitochondriën zitten?
A
Huidcellen
B
Oogcellen
C
Spiercellen
D
In iedere soort zitten evenveel mitochondriën

Slide 20 - Quiz

cellen die veel energie nodig hebben bevatten veel mitochondriën
Wat is de functie van mitochondriën?
A
Hier wordt glucose afgebroken zodat zuurstof vrijkomt
B
Hier wordt glucose afgebroken zodat energie vrijkomt
C
Hier wordt zuurstof afgebroken zodat energie vrijkomt
D
Hier wordt energie afgebroken zodat glucose vrij komt

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Wie doen er aan verbranding?
A
Alleen planten
B
Alleen dieren
C
Planten en dieren
D
Alle levende organismen

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Verbranding is?
A
De afbraak van CO2 in cellen
B
De productie van glucose is cellen
C
De toename van water in de cel
D
De afbraak van glucose in cellen

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Verbranding is ...
A
glucose + zuurstof -> koolstofdioxide + water + energie
B
koolstofdioxide + water =-> glucose + zuurstof + energie
C
koolstofdioxide + glucose + energie -> zuurstof + water
D
glucose + water + energie -> koolstofdioxide + zuurstof

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Orgaanstelsels 
  1. Verteringsstelsel
  2. Bloedvatenstelsel
  3. Ademhalingsstelsel
  4. Uitscheidingsstelsel

Functionele verbanden

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Wat is verbranding?
A
Een reactie tussen brandstof en koolstofdioxide
B
Een reactie tussen brandstof en water
C
Een chemische reactie
D
Energie verbruiken

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Waar in het lichaam vindt verbranding plaats?
A
Alleen in de spiercellen
B
In alle levende cellen van het lichaam
C
Alleen in het verteringsstelsel
D
In de spiercellen en dan wordt de energie vervoerd naar de rest van het lichaam

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Waar komt energie vandaan?
A
Uit jouw lichaam
B
Uit jouw eten
C
Uit jouw cellen
D
Uit het water

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Welk orgaanstelsel zorgt voor de voedingsstoffen in jouw lichaam?
A
Ademhalingsstelsel
B
Spierstelsel
C
Verteringsstelsel
D
Uitscheidingsstelsel

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Welk orgaanstelsel zorgt voor zuurstof in jouw lichaam
A
Spierstelsel
B
Uitscheidingsstelsel
C
Verteringsstelsel
D
Ademhalingsstelsel

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

wordt ver-voerd naar de cellen
daardoor kun je bewegen

ademhalingsstelsel: inademen

ademhalingsstelsel: uitademen

spierstelsel

verteringsstelsel

uitscheidingsstelsel

bloedvatenstelsel

Slide 31 - Drag question

This item has no instructions

Verbranding van glucose:


Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Welke orgaanstelsels spelen een rol bij verbranding?
wordt ver-voerd naar de cellen
daardoor kun je bewegen

ademhalingsstelsel: inademen

ademhalingsstelsel: uitademen

spierstelsel

verteringsstelsel

uitscheidingsstelsel

bloedvatenstelsel

Slide 33 - Drag question

This item has no instructions

Terugkijken 
op de leerdoelen
R Je kunt rekenen met grootheden en eenheden: – eenheid aangeven bij gemeten of berekende grootheid

R: Je benoemt de belangrijkste voedingsstoffen: eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen, vitamines en water en de belangrijkste functies voor het lichaam

Slide 34 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • Verbranding, 
  • beweging, 
  • Warmte, 
  • Inspanning, 
  • Afvalstoffen, 
  • Zuurstof 
  • Koolstofdioxide

Slide 35 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 36 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions