Hoofdstuk 2 - beginsituatie
Hoofdstuk 2 - beginsituatie
This item has no instructions
Wat is de beginsituatie
De beginsituatie zijn alle factoren die de start- of vertreksituatie bepalen van waaruit jij je les of training gaat geven.
This item has no instructions
Welke vragen (minimaal 5) stel jij jezelf voordat je training gaat geven aan nieuwe groep?
This item has no instructions
This item has no instructions
Plaats van de beginsituatie in het didactisch model
- Er moet een wisselwerking tussen beginsituatieanalyse en bepaling van de doelstelling te zijn.
- De beginsituatie is een belangrijk vertrekpunt voor de les/training.
- Evaluatie leidt tot een vernieuwde, gewijzigde beginsituatie.
This item has no instructions
Bedenk twee voorbeelden uit de praktijk waar je de wisselwerking tussen beginsituatie en doelstelling terug ziet komen.
De voorbeelden moeten het verband tussen de beginsituatie en de doelstelling duidelijk maken. Hieronder twee voorbeelden die dit verband duidelijk maken.
De coach van de schaatskernploeg zal voor de start van het Olympische seizoen een uitgebreide beginsituatieanalyse uitvoeren: hij zal conditietesten gebruiken, techniekanalyses maken en wedstrijdresultaten met elkaar vergelijken. Daarnaast zal hij onder andere motivatiegesprekken voeren met de schaatser. Op grond van al deze beginsituatiegegevens stelt hij zijn concrete trainingsdoelen voor de komende tijd vast.
Als nieuwe begeleider van een recreatieve volleybalgroep observeert Jaap zijn groep een keer. Hij probeert er via een aantal gesprekken achter te komen wat de verwachtingen en interesses van de deelnemers zijn. Op grond van deze globale beginsituatiegegevens kan hij tot (algemene) doelstellingen voor deze volleybalgroep komen.
Analyseren van de beginsituatie
Je kunt als lesgever drie dingen doen om het beginniveau van de SB-deelnemers in kaart te brengen, namelijk:
observeren
vragen stellen
specifieke middelen inzetten (bv tests).
This item has no instructions
Beginsituatiefactoren
Het vaststellen van de beginsituatie verloopt in een aantal stappen. Je moet een volledig beeld krijgen van de beginsituatie van:
de groep
de individuele SB-deelnemer
de lesgever
de randvoorwaarden.
This item has no instructions
Algemene beginsituatie van een groep
Bij dit deel van de beginsituatie gaat het om informatie die algemeen is en niet verandert van les tot les. Hiertoe behoort informatie over de samenstelling van de groep, zoals:
de groepsgrootte
de (gemiddelde) leeftijd
de samenstelling (aantal jongens/meisjes)
de aard van de groep (prestatief of recreatief).
This item has no instructions
Specifieke beginsituatie
Specifieke beginsituatie van een groep
Deze informatie ligt niet vast, maar is bijvoorbeeld afhankelijk van de doelstelling en het onderwerp van de les. Als je een atletiektraining geeft is het niet zo interessant om informatie over de schaatsvaardigheid te verzamelen. Het gaat dus om specifieke gegevens.
This item has no instructions
Specifieke beginsituatie
This item has no instructions
Motorisch niveau
Bij de bepaling van het motorisch niveau moet je informatie krijgen over drie aspecten:
het niveau van de bewegingsvaardigheden
het niveau van de bewegingseigenschappen
de fase van het motorisch leerproces.
This item has no instructions
Bewegingsvaardigheden
Bij dit onderdeel past de vraag:
Hoe goed of slecht beheerst het merendeel van de groep bepaalde vaardigheden en/of technieken?.
Welke eisen stel je aan de bewegingsvaardigheid?
This item has no instructions
Bewegingseigenschappen
Heten ook wel grondmotorische eigenschappen.
Er zijn vijf bewegingseigenschappen:
kracht
lenigheid
uithoudingsvermogen
coördinatie
snelheid.
This item has no instructions
Fase van het motorisch leerproces
Tot slot bepaal je in welke fase van het motorisch leerproces de groep zich bevindt. Het is van belang te weten of bepaalde bewegingen voor de eerste keer aan bod komen of dat het om een herhaling van al eerder uitgevoerde bewegingen gaat.
This item has no instructions
Cognitief niveau
Wat is de intelligentie van de SB-deelnemers?
Hoe snel begrijpen ze de uitleg of de spelregels?
Welke kennis van spelregels en reglementen hebben de SB-deelnemers?
Hoeveel tactisch inzicht hebben de SB-deelnemers?
Hoe is het bewegingsinzicht van de SB-deelnemers?
Hoeveel ervaring heeft de groep met deze vaardigheid?
Tussen SB-deelnemers van dezelfde leeftijd kunnen grote verschillen bestaan
This item has no instructions
Cognitief niveau
Bij het cognitieve niveau van iemand, spelen zowel leeftijd als aanleg een belangrijke rol. De leeftijd zegt iets over de ontwikkelingsfase waarin iemand verkeert. Er is verschil in bevattingsvermogen tussen kleuters en het oudere schoolkind. De leeftijd zegt niet alles. Tussen SB-deelnemers van dezelfde leeftijd kunnen grote verschillen bestaan.
This item has no instructions
Sociaal-affectief niveau
Welke sfeer heerst in de groep?
Hoe is de samenwerking binnen de groep?
Hoe is de communicatie binnen de groep? Is er sprake van overleg tussen de groepsleden?
Hoe is de onderlinge acceptatie en verdraagzaamheid?
Is er sprake van groepjesvorming?
Hoe is de relatie met en de houding van de groep ten opzichte van de lesgever?
This item has no instructions
Sociaal-affectief niveau
Onder de sociaal-affectieve beginsituatie vallen ook de persoonlijkheidskenmerken van de deelnemers. Hierbij kun je denken aan kenmerken als durf, openheid, mentaliteit, zelfbeheersing, zelfbeeld, waarden en normen, zelfwerkzaamheid en faalangst.
This item has no instructions
Hoe goed de groep met elkaar overweg kan:
Motorisch
Cognitief
Sociaal-affectief
This item has no instructions
Begrijpen wat de regel buitenspel betekent:
Motorisch
Cognitief
Sociaal-affectief
This item has no instructions
Het kunnen uitvoeren van een koprol:
Motorisch
Cognitief
Sociaal-affectief
This item has no instructions
Kunnen uitleggen hoe de techniek van een bovenhandse strekworp moet:
Motorisch
Cognitief
Sociaal-affectief
This item has no instructions
Tegen je verlies kunnen
Motorisch
Cognitief
Sociaal-affectief
This item has no instructions
De band tussen de lesgever en de groep
Motorisch
Cognitief
Sociaal-affectief
This item has no instructions
Een partijtje trefbal spelen
Motorisch
Cognitief
Sociaal-affectief
This item has no instructions
Herhalingsvragen vorige les: Noem de 4 beginsituatiefactoren
De groep
De individuele deelnemer
De lesgever
De randvoorwaarden
Herhalingsvragen vorige les: Uit welke 3 gedragsaspecten bestaat de specifieke beginsituatie
This item has no instructions
Specifieke beginsituatie
This item has no instructions
De beginsituatie van het individu
Vaak bevinden zich in een groep een aantal opmerkelijke of opvallende deelnemers. Zo is het handig om te weten wie opvallend druk of juist teruggetrokken is, wie motorisch heel handig of juist onhandig is. Als lesgever houd je hier rekening mee.
Dit kan zowel motorisch, cognitief als sociaal-affectief zijn.
This item has no instructions
De beginsituatie van de lesgever
Het beschrijven van je eigen beginsituatie leidt tot een aantal aandachtspunten voor jezelf waarmee je rekening kunt houden bij het lesgeven. Ook bij dit deel van de beginsituatie bekijk je de motorische, cognitieve en sociaal-affectieve beginsituatie.
Naast deze drie aspecten kijk je ook naar je didactische vaardigheid.
This item has no instructions
De beginsituatie van de lesgever
Het maakt uit of je een ervaren of minder ervaren lesgever bent. Bij het bepalen van de didactische beginsituatie van de lesgever horen vragen als:
Hoe goed ben ik in het instrueren van SB-deelnemers?
Hoe goed ben ik in het veilig en efficiënt organiseren?
Hoe goed ben ik in het snel aanpassen van de bewegingssituatie?
This item has no instructions
De beginsituatie van de randvoorwaarden
Behalve met deelnemers heb je als lesgever ook te maken met bijvoorbeeld een bepaalde accommodatie en sportmaterialen. Dit noemen we de randvoorwaarden:
This item has no instructions
Website
This item has no instructions