Feiten, meningen en argumenten

Feiten, meningen en argumenten.

1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Feiten, meningen en argumenten.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Feit  / mening / argument
- Een feit kan je controleren en vaststellen.

- Voor een goede mening maak je gebruik van argumenten en feiten.

- Een argument herken je aan signaalwoorden als: want, omdat en namelijk

Slide 3 - Slide

Kijk naar onderstaande zin en kies het juiste antwoord:
Wiskunde is het leukste vak op school.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 4 - Quiz

Kijk naar onderstaande zin en kies het juiste antwoord:
want de docent is erg leuk.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 5 - Quiz

Kijk naar onderstaande zin en kies het juiste antwoord:
Ik vind Maxima de mooiste koningin van Europa.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 6 - Quiz

Kijk naar onderstaande zin en kies het juiste antwoord:
Willem-Alexander is de koning van Nederland.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 7 - Quiz

Feit/mening/argument
  1. Noem een feit
  2. Noem een mening
  3. Noem een argument

Slide 8 - Slide

Feit/mening/argument
  1. Noem een feit
  2. Noem een mening
  3. Noem een argument

Slide 9 - Slide

Feit/mening/argument
  1. Noem een feit
  2. Noem een mening
  3. Noem een argument

Slide 10 - Slide

Feit, mening of argument?
  • Als je te laat bent, moet je je melden.
  • Ik vind het raar om docenten aan te spreken met u.
  • Jesse Klaver moet de nieuwe minister president worden.
  • Omdat hij goede standpunten heeft.
  • Atlete Dafne Schippers wisselt van trainer.

Slide 11 - Slide

Feit  / mening / argument
- Een feit kan je controleren en vaststellen.

- Voor een goede mening maak je gebruik van argumenten en feiten.

- Een argument herken je aan signaalwoorden als: want, omdat en namelijk


Slide 12 - Slide