4.4 Evolutie in populaties

4.4 Evolutie in populaties
1 / 22
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 22 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

4.4 Evolutie in populaties

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
-Je kunt uitleggen hoe allelen in een populatie overerven.

Belangrijke termen:
-Genenpool
-Allelfrequentie 
-Seksuele selectie

Slide 2 - Slide

Soorten en Rassen
Organismen die veel op elkaar lijken, hoeven niet tot dezelfde soort te behoren.

Een organisme kan vruchtbare nakomelingen krijgen met een organisme van dezelfde soort. 

Slide 3 - Slide

Belangrijke definities 
  • Populatie  Alle individuen van een soort die in een bepaald gebied leven en onderling voortplanten.

  • Genenpool is een verzameling van alle genen in een populatie.

  • Allelfrequentie is hoe vaak een bepaald allel in een populatie voorkomt.


Slide 4 - Slide

Belangrijke definities 
  • Geografische barrière  Populaties van dezelfde soort kunnen door natuurlijke barrières van elkaar zijn gescheiden, bijvoorbeeld door een bergkam, een rivier of een zee. 
  • Gene flow Het verschijnsel dat tussen twee populaties van dezelfde soort (2 subpopulaties) uitwisseling van genen plaatsvindt.

Slide 5 - Slide

Sommige allelfrequenties zijn stabiel (bv. bloedgroepen bij mensen).

Echter, veel allelfrequenties worden beïnvloed door gebeurtenissen. 

De allelfrequentie is altijd een waarde tussen 0 en 1 (0%-100%).
Bijv. A (dominant allel) 60%, a (recessief allel) 40%

Allelfrequenties

Slide 6 - Slide

Constante Allelfrequenties
  • Geen selectiedruk
  • Allelen worden
    willekeurig doorgegeven
  • Hoe vaker een allel voorkomt in een populatie, hoe groter de kans is dat dit allel wordt doorgegeven
  • Hardy - Weinberg regel
Veranderende Allelfrequenties
  • Mutaties
  • Wel selectiedruk --> een bepaald allel heeft voordeel
  • Seksuele selectie;  bepaalde eigenschappen beïnvloeden de voortplantingskans.

Slide 7 - Slide

Waarom deze BS?
  • De effecten van evolutie zijn pas echt zichtbaar op populatieniveau !
  • Eerder hadden we het al over de 3:1 verhouding bij Genetica. 
  • Ook hier geldt een karakteristieke verhouding: Hardy-Weinberg.

Alleen van toepassing op populaties die aan een aantal voorwaarden voldoen.

Slide 8 - Slide

Constante allelfrequentie
HARDY-WEINBERG
Een aantal aannames:
-willekeurige paring
-oneindig grote populatie
-geen mutatie of selectie
-gelijke allelfrequenties in mannetjes en vrouwtjes
-geen migratie

Dit noemen we ook wel de ideale populatie 
--> hier vindt dus geen evolutie plaats
--> handige nulhypothese, maar geen realistische situatie!
--> afwijkingen in deze karakteristieke verhouding zijn interessanter!

Slide 9 - Slide

HARDY-WEINBERG
Evenwicht
In zo'n ideale populatie verhouden de allelen zich in een bepaalde verhouding: 



dominante allel (A): letter p
recessieve allel (a): letter q

Samen is de allelfrequentie van de gehele populatie 100% --> dus p+q=1 (ALTIJD!)


Slide 10 - Slide

HARDY-WEINBERG
Trucje
Begin met het recessieve allel!
aa= q2 dus a=de wortel van q



Omdat p+q=1 --> p=1-q
Zo kunnen we dus het dominante allel berekenen. Daarmee kunnen we zowel de frequentie van AA als Aa berekenen. 

Slide 11 - Slide

HARDY-WEINBERG
Voorbeeld
In een populatie vertoont 20% van de individuen het recessieve fenotype. Bereken de frequentie van heterozygote individuen.


  1. aa (    ) = 20% dus q= 
  2. p+q=1 --> p= 1-0.4472=0.55279
  3. Aa=2pq= 
  4. Dus 49% van de populatie is heterozygoot.
0,2=0.4472
q2
20.552790.4472=0.49

Slide 12 - Slide

Veel allelfrequenties worden beïnvloedt door gebeurtenissen. 

Specifieke richting -> evolutie 
Door toeval -> genetic drift
Veranderende allelfrequenties

Slide 13 - Slide

Evolutie - mutaties
  • Mutaties zorgen voor nieuwe allelen  (varianten van genen). 
  • Vooral als deze dominant zijn,
    zal snel worden geselecteerd op het  positieve/nadelige effect. 



In dit voorbeeld:
mutatiesnelheid A -> a = 60%
Van de 20 x A worden er in volgende
generatie 12 x a.

Slide 14 - Slide

Seksuele selectie
Als een eigenschap voordeel oplevert voor de overlevingskans, zorgt natuurlijke selectie voor meer voortplantingssucces/fitness.

In sommige gevallen levert een eigenschap alleen voordeel op voor de voortplantingskans* dan spreken we van seksuele selectie.
Mannetjespauw:
*Opvallen verhoogt niet de overlevingskans,
maar wel de voortplantingskans > seksuele selectie

Slide 15 - Slide

Evolutie
op verschillende niveaus
 Micro-   
binnen soort (bijv. berkenspanner)
Macro- 
onstaan nieuwe soorten 
Co-
Als organismen met elkaar mee evolueren. Bijv. giftigheid bij planten en tolerantie bij rupsen. 

Slide 16 - Slide

Veel allelfrequenties worden beïnvloed door gebeurtenissen. 

Specifieke richting -> evolutie 
Door toeval -> genetic drift
Veranderende allelfrequenties

Slide 17 - Slide

Genetic drift - puur toevalsproces
  • Afzondering van een kleine subpopulatie die genetisch verschilt ten opzichte van de oorspronkelijke populatie.

    Twee vormen:
  • Flessenhals /bottleneck effect
  • Stichtereffect / founder effect 

Slide 18 - Slide

Stichtereffect / Founder effect
Kleine groep emigreert en er is alleen genenuitwisseling binnen de gemeenschap.

 Flessenhalseffect / bottleneck effect
Een deel van de van populatie sterft uit door bijv. een natuurramp

Slide 19 - Slide

Maak opdrachten bij BS 4.4. 

45, 48, 50, 51, 53


4.4 Evolutie in populaties

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video