Ontwikkelingspsychologie Jeugd

Politieacademie 2021
Optreden bij jeugd
Q1 Repressief Optreden PO21
1 / 29
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Report this lesson

Items in this lesson

Politieacademie 2021
Optreden bij jeugd
Q1 Repressief Optreden PO21

Slide 1 - Slide

Check in. Hoe zit je erbij vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Planning
  • Straatcultuur
  • Puberbrein
  • Je eigen jeugd
  • Hechting
  • Afsluiten

Slide 3 - Slide

Kennen en kunnen
  • Kennen: Ik ken mijn eigen referentiekader m.b.t. mijn jeugd en opvoeding en weet welk effect dit heeft op mijn gedrag. 
  • Kunnen:  Ik kan mijn eigen ervaringen positief inzetten in mijn werk. Ik kan contact maken met jeugd op een manier die aansluit bij de doelgroep. Ik kan handhavend optreden t.o.v. jeugd die strafbare feiten begaat op een wijze die past bij de ontwikkelingsfase van de jeugdigen.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Wat hebben jullie uit het filmfragment 'waarom doen pubers van die domme dingen' gehaald?

Slide 6 - Open question

Welke problemen voorzie je?
- Als je aan jeugd denkt, aan wat voor uitdagingen denk je dan? Schrijf deze op. Bijv. moeilijk contact maken.
- Schrijf dit op met je groepje. 
- Stap 2: Post its met oplossingen

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

 Is deze ‘bijzondere’ aanpak in strijd met het imago van de politie?

Slide 9 - Slide

Hoe ver ga je als agent om verbinding te maken met een jongere? 

Slide 10 - Slide

Wat weet je al over ontwikkelingsfasen/contact maken/aanpak van politie in jeugdtaak?

Slide 11 - Mind map

Ontwikkeling van gehoorzaamheid
  • Om te kunnen gehoorzamen is een bepaald niveau van cognitieve ontwikkeling nodig. Deze hebben baby’s nog niet. 
  •  Peuterpuberteit
  • Prosociaal gedrag: Inleving en meevoelen 

Slide 12 - Slide

Wat is hechting?

Slide 13 - Open question

Hechting
  • Onder hechting verstaan we de emotionele, affectieve en duurzame band tussen ouder en kind. Voor een kind betekent dit dat hij troost en nabijheid vindt bij zijn ouder, vooral als hij bang, gespannen of verdrietig is. 
  • De basis voor de hechtingsrelatie wordt gelegd in het eerste levensjaar en blijft het hele leven van belang

Slide 14 - Slide

Mogelijke gevolgen
  • moeite heeft met anderen vertrouwen;
  • minder neiging heeft tot exploratie;
  • een laag zelfbeeld ontwikkelt;
  • moeite heeft met interpretatie en het overzien van situaties;
  • minder goed begrijpt hoe de wereld werkt;
  • het gevoel heeft er alleen voor te staan en zich eenzaam voelt. 

Slide 15 - Slide

Gedragsstoornissen
  • Reageren heftiger en impulsiever
  •  Schuld en schaamte is minder ontwikkeld 
  • Kunnen het gedrag van anderen niet goed interpreteren
  • Gebrekkige sociale cognities 
  • Laten zich meer leiden door directe reacties 

Slide 16 - Slide

Casus
Casus 1 – De groep op het plein
Je werkt als agent in een wijk waar regelmatig een groep jongeren van 14-17 jaar op een plein staat. Er zijn klachten over geluidsoverlast en intimiderend gedrag. Een omwonende vertelt dat jongeren afval laten liggen en regelmatig tegen voorbijgangers roepen.

Tijdens een controle tref je zes jongeren aan. Eén van hen blijkt een bekende te zijn van de politie vanwege eerdere overlastmeldingen. De jongeren zeggen dat ze niets verkeerd doen en dat de buurtbewoners “altijd zeuren”.

Je collega zegt: “Gewoon allemaal wegsturen. Dan hebben we er voorlopig geen last meer van."

Slide 17 - Slide

Welke vooroordelen heb je? 

Slide 18 - Slide

Wat zie je? Welke feiten zijn bekend?  

Slide 19 - Slide

Wat kan er achter het gedrag zitten? 

Slide 20 - Slide

Welke opties heb je?
Bedenk minimaal 3 verschillende handelingsmogelijkheden.

Slide 21 - Slide

“Zou jouw aanpak anders zijn wanneer je weet dat één van deze jongeren thuis nauwelijks aandacht krijgt en juist bij deze groep aansluiting vindt?”

Slide 22 - Slide

Opdracht
  • Hoe jij jongeren benadert/aanspreek als er 1. niets aan de hand is of 2. bij een melding van overlast. 
  • Wat je zeker wel en wat zeker niet zou doen bij contact met jongeren?
  •  Wat jou aandachtspunten zijn waar je op gaat letten?
  • Wat jou sterke punten zijn die je kunt inzetten?
  • Je Do’s en Dont’s
  • Wat neem je mee uit je eigen jeugd als het gaat om jouw politietaak? 
  • Hoe je zou handelen als jongeren niet luisteren of niet met jou willen praten?
  •  Wat jouw taak en/of rol is in contact met jongeren 

Slide 23 - Slide

Nabespreken opdracht

  • Wat valt op?
  •  Zijn er overeenkomsten? 
  • Zijn er verschillen in aanpak?
  • Waar heeft dat mee te maken? (Roos en/of Ijsberg /referentiekader?  

Slide 24 - Slide

Tips
  • Begin met een vraag
  • Keur het gedrag af, niet de persoon
  • Zeg wat je wel zou willen 
  • Zeg wat je doet en doe wat je zegt 
  • Draai het om 'Heb jij wel eens last van buren?' 

Slide 25 - Slide

Naslagwerk
- Social media, jeugd en de politie https://leermiddelen.politieacademie.nl/maassloot
- Boek 'straatcultuur'
- Ajouad en de top600 
- Jojanneke en de jeugdzorgtapes
- Danny op straat
- Alicia 



Slide 26 - Slide

Met welke vraag blijf je zitten betreft jeugd?

Slide 27 - Open question

Kennen en kunnen behaald? 
Kennen: Ik ken mijn eigen referentiekader m.b.t. mijn jeugd en opvoeding en weet welk effect dit heeft op mijn gedrag.

Kunnen: Ik kan mijn eigen ervaringen positief inzetten in mijn werk. Ik kan contact maken met jeugd op een manier die aansluit bij de doelgroep. Ik kan handhavend optreden t.o.v. jeugd die strafbare feiten begaat op een wijze die past bij de ontwikkelingsfase van de jeugdigen.

Slide 28 - Slide

Afsluiten 
Vragen?
Volgende week -> Van der Steen

Slide 29 - Slide