Vandaag ga je dit kunnen
Ik kan mezelf in eenvoudige Nederlandse zinnen voorstellen, basiszinnen voor het werk gebruiken en laten merken wat ik nodig heb.
Vandaag ga je dit kunnen
Ik kan mezelf in eenvoudige Nederlandse zinnen voorstellen, basiszinnen voor het werk gebruiken en laten merken wat ik nodig heb.
This item has no instructions
deadline – vergadering – collega – project – afspraak – sollicitatie – feedback
Gebruik de input om aan te sluiten bij wat de cursist al herkent. Ook losse woorden of klanken zijn goed; het doel is vertrouwen opbouwen.
Kennismaken in het Nederlands
Een eerste gesprek op het werk begint vaak klein en vriendelijk.
Ik ben ...
Ik kom uit Brazilië.
Ik spreek Portugees.
Ik leer Nederlands.
Leuk je te ontmoeten.
Spreek langzaam voor en laat haar nazeggen. Gebruik eventueel gebaren bij 'ik ben', 'ik kom uit' en 'ik spreek'.
Zinnen om jezelf voor te stellen
Korte zinnen zijn genoeg.
Hallo, ik ben Ariane.
Ik ben nieuw hier.
Ik werk vandaag hier.
Fijn om kennis te maken.
Kies een voorbeeldnaam alleen als dat prettig is; gebruik anders haar eigen naam. Leg niet te veel grammatica uit: focus op bruikbare chunks.
Handige begroetingen
Hallo
Goedemorgen
Goedemiddag
Tot straks
Tot morgen
Dank u wel / Dank je wel
Noem kort het verschil tussen 'u' en 'je': op het werk is 'u' beleefd en veilig, maar dit verschilt per werkplek.
Vriendelijk en duidelijk klinken
Op het werk helpt eenvoudige taal.
spreek rustig
gebruik korte zinnen
glimlach en maak oogcontact
herhaal een zin als dat nodig is
Koppel taal aan vertrouwen: ze hoeft niet veel woorden te kennen om toch professioneel en vriendelijk over te komen.
Moeilijkheden/dificuldades
Nederlandse uitspraak CH/G/J/
DE/HET
Woordvolgorde
Werkwoordpositie
Zijn/hebben
Typische Nederlandse uitdrukkingen
?
?
This item has no instructions
Welke zin gebruik je om jezelf voor te stellen?
Ik ben Ariane
Waar is dat?
Kunt u helpen?
Tot morgen.
Checkt de basis uit kennismaken en begroeten. De afleiders komen uit andere nuttige chunks op de vorige slides.
Vul de juiste woorden in
Hallo, ik ben Ana. Ik kom uit . Ik spreek . Ik leer . Fijn om kennis te maken.
Correcte invulling: Brazilië, Portugees, Nederlands. Laat haar de volledige tekst daarna hardop zeggen.
Eerste werkzinnen
Deze zinnen helpen meteen op de werkvloer.
Ik begrijp het.
Ik begrijp het niet.
Kunt u dat herhalen?
Kunt u langzamer spreken?
Waar moet ik zijn?
Dit is de kern van overleven op het werk. Laat haar horen dat deze zinnen controle geven in een nieuwe situatie.
Vragen als je hulp nodig hebt
Kunt u mij helpen?
Wat moet ik doen?
Waar is ...?
Is dit goed?
Mag ik een vraag stellen?
Vul 'Waar is ...?' mondeling aan met voorbeelden die bij haar mogelijke werk passen: toilet, jas, kassa, magazijn, keuken.
Belangrijke antwoorden
Niet alleen vragen, maar ook reageren is belangrijk.
Ja.
Nee.
Oké.
Dank u wel.
Sorry, nog een keer.
Nu begrijp ik het.
Besteed aandacht aan uitspraak en intonatie. Een eenvoudige reactie met zelfvertrouwen maakt veel verschil.
Mini-dialoog op het werk
Collega: Goedemorgen.
Jij: Goedemorgen. Ik ben nieuw hier.
Collega: Begrijpt u het?
Jij: Nog niet. Kunt u dat herhalen?
Gebruik dit als kort rollenspelletje. Speel eerst zelf beide rollen, daarna samen. Houd het luchtig en succesgericht.
Wat zeg je als je iets niet begrijpt?
Ik werk vandaag hier.
Nu begrijp ik het.
Ik begrijp het niet.
Tot straks.
Richt zich op de kernzinnen voor veiligheid en controle op de werkvloer.
Vul de juiste woorden in
Goedemorgen. Ik ben nieuw hier. Nog niet. Kunt u dat ? Kunt u spreken? Nu begrijp ik .
Correcte invulling: herhalen, langzamer, het. Sluit aan op de mini-dialoog en kan direct als kort rollenspel worden herhaald.
Wat heb jij nodig op het werk?
begrijpen wat een collega zegt
om hulp vragen
weten waar iets is
eenvoudige instructies volgen
zeggen dat iets niet duidelijk is
Verken mondeling welke situaties voor haar het belangrijkst zijn. Denk aan schoonmaak, horeca, winkel, zorg, productie of kantoor, zonder al te veel nieuwe woordenschat op de slide te zetten.
Situaties die vaak terugkomen
Veel eerste werkgesprekken gaan over:
beginnen en stoppen
spullen en plaatsen
hulp vragen
iets controleren
bedanken en afscheid nemen
Gebruik deze slide om te ontdekken welke woordvelden in een volgende les prioriteit krijgen.
Een sterke start
Je hoeft nog geen lange gesprekken te voeren.
Met een paar goede zinnen kun je al:
contact maken
beleefd reageren
hulp vragen
duidelijk zeggen wat je wel en niet begrijpt
Sluit af met vertrouwen. Benoem concreet wat ze nu al kan, ook als het nog langzaam gaat.
Welke situatie op het werk is voor jou het belangrijkst?
Verwachte elementen: een praktische behoefte zoals hulp vragen, begrijpen wat een collega zegt, weten waar iets is, instructies volgen of zeggen dat iets niet duidelijk is. Gebruik het antwoord om haar communicatieve prioriteiten te verkennen.
Waarover wil je het liefst meer Nederlands leren?
hulp vragen
plaatsen
instructies
begroeten
This item has no instructions
Welke zin van vandaag wil je onthouden?
Reflectievraag zonder goed of fout. Laat de cursist één zin of enkele woorden geven.
Wat hielp jou vandaag het meest?
Reflectievraag over de leerervaring. Mogelijke elementen: nazeggen, korte zinnen, rollenspel, herhaling, rustige uitleg.
Woordenlijst
nieuw - pas begonnen, nog niet bekend
begrijpen - snappen wat iemand zegt
herhalen - nog een keer zeggen
langzamer - minder snel
helpen - ondersteuning geven
vraag - iets dat je wilt weten
werkplek - de plaats waar je werkt
This item has no instructions