Introductie van filosofie

Wat is filosofie
1 / 27
next
Slide 1: Slide
GodsdienstLevensbeschouwingMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Wat is filosofie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Waar denk je aan bij het woord
"Filosofie?

Slide 2 - Mind map

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je kunt de drie takken van filosofie benoemen (Metafysica, Epistemologie, Waardetheorie) en hun verschil met alledaagse meningen uitleggen.
  • Je kunt een deductief argument analyseren door premissen en conclusie te identificeren en te beoordelen of de conclusie logisch volgt uit de premissen.
  • Je begrijpt kritisch denken en kunt drogredenen herkennen die de kracht van een argument ondermijnen.
  • Je herkent de rol van filosofie in het dagelijks leven en kunt een eerlijke discussie voeren, zelfs bij meningsverschillen.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

5

Slide 4 - Video

This item has no instructions


Welke van de volgende is GEEN hoofdtak van filosofie?
A
Metafysica
B
Esthetiek
C
Epistemologie
D
Fysica

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions


Wat is het belangrijkste doel van filosofie?
A
Het vinden van de juiste antwoorden op alle vragen
B
Het ontwikkelen van een persoonlijke mening over alle onderwerpen
C
Het leren kennen van zoveel mogelijk feiten en informatie
D
Het leren denken en evalueren van verschillende wereldbeelden

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions


 Welke drie hoofdtakken van de filosofie worden in de video besproken?
A
Logica, ethiek en esthetiek
B
Metafysica, wetenschap en kunst
C
Ethiek, psychologie en epistemologie
D
Metafysica, epistemologie en waardetheorie

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Metafysica
Dit onderdeel van de filosofie onderzoekt wat de werkelijkheid is en hoe alles bestaat.
Voorbeeldvragen:
  • Wat is tijd? 
  • Wat is ruimte? 
  • Bestaat er iets buiten wat we kunnen zien?

Slide 8 - Slide

Het woord metafysica komt van het Griekse "meta" (μετά), wat "na" of "voorbij" betekent, en "physika" (φυσικά), wat "natuur" of "fysica" betekent.

De term ontstond omdat Aristoteles’ werken over dit onderwerp in de ordening van boeken ná zijn werk over de natuur kwamen. Later kreeg "metafysica" de betekenis van "de studie van wat voorbij de fysieke wereld ligt", oftewel de fundamentele aard van de werkelijkheid.

Metafysica is een kerngebied binnen de filosofie dat zich richt op de fundamentele aard van de werkelijkheid. Het onderzoekt vragen over het bestaan, de aard van objecten, tijd, ruimte, causaliteit en de relatie tussen geest en materie.

Belangrijke thema’s binnen de metafysica:

Ontologie: De studie van wat er bestaat en hoe dingen geordend zijn.

Kosmologie: De filosofische studie van het universum en zijn oorsprong.

Vrije wil en determinisme: Onderzoek naar de mate waarin gebeurtenissen bepaald zijn of beïnvloed kunnen worden.

Dualisme en monisme: Theorieën over de verhouding tussen lichaam en geest.

Metafysica helpt leerlingen kritisch na te denken over de werkelijkheid en hun aannames over de wereld te onderzoeken. Docenten kunnen deze onderwerpen koppelen aan wetenschappelijke, religieuze en alledaagse perspectieven om discussie en begrip te bevorderen.
Epistemologie
Dit is de studie van kennis. 
Voorbeeldvragen:
  • Hoe weten we iets? 
  • Wat is waarheid? 
  • Kunnen we zeker zijn van wat we weten?
Belangrijke ideeën:

  • We krijgen kennis via onze zintuigen (zien, horen, voelen).
  • Sommige kennis komt door logisch nadenken.
  • Niet alles wat we denken te weten is echt waar.

Slide 9 - Slide

Het woord epistemologie komt van het Griekse "epistēmē" (ἐπιστήμη), wat "kennis" of "wetenschap" betekent, en "logos" (λόγος), wat "leer" of "studie" betekent. Samen betekent epistemologie dus "de studie van kennis".

Epistemologie is de tak van de filosofie die zich bezighoudt met kennis: wat we weten, hoe we iets weten en wat de grenzen van onze kennis zijn. Dit vakgebied onderzoekt hoe overtuigingen gevormd worden en wanneer iets als ‘ware kennis’ beschouwd kan worden.

Belangrijke thema’s binnen de epistemologie:

Bronnen van kennis: Zintuiglijke waarneming, redenering, geheugen en getuigenis.

Scepticisme: Twijfel over wat we echt kunnen weten.

Empirisme vs. rationalisme: Is kennis gebaseerd op ervaring of op rede?

Waarheid en rechtvaardiging: Wat maakt een overtuiging waar en goed onderbouwd?

Epistemologie helpt leerlingen kritisch na te denken over informatie, fake news en de betrouwbaarheid van kennisbronnen. Docenten kunnen dit koppelen aan wetenschappelijke methoden, mediawijsheid en alledaagse besluitvorming om leerlingen bewuster te maken van hoe ze tot kennis komen.
Waardetheorie
Dit gaat over het begrijpen van waarden, zoals wat goed, mooi of belangrijk is. 
Het onderzoekt waarom we bepaalde dingen belangrijk vinden en hoe deze waarden ons gedrag beïnvloeden.
Voorbeeldvragen:
  • Wat is goed of slecht?
  • Wat is mooi of lelijk?
  • Wat is rechtvaardig?


Slide 10 - Slide

Waardetheorie is de tak van de filosofie die zich richt op het onderzoeken van waarden, zoals wat goed, mooi, rechtvaardig of belangrijk is. Het onderzoekt hoe we waarden bepalen, waarom we ze belangrijk vinden en hoe ze ons handelen beïnvloeden.

Belangrijke thema's binnen de waardetheorie:

Normen en waarden: Wat beschouwen we als goed of slecht, juist of onjuist?

Ethiek: Het bestuderen van morele waarden, zoals wat we als moreel juist of verkeerd beschouwen.

Esthetiek: Het onderzoeken van wat we als mooi of waardevol beschouwen in kunst en natuur.

Waarden in de samenleving: Hoe beïnvloeden persoonlijke, culturele en sociale waarden ons gedrag en beslissingen?



Waarom is het belangrijk om je standpunt goed te beargumenteren in een discussie of debat?

Slide 11 - Open question

This item has no instructions


Mijn inzet tijdens deze les
Hoe goed ben jij in het beargumenteren van je standpunt?

Slide 12 - Poll

This item has no instructions

04:37

Geen een korte duidelijke beschrijving waar metafysica over gaat. 

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

05:37

Welke van de volgende stellingen beschrijft het beste epistemologie?
A
De studie van ethiek
B
De studie van het "Zelf"
C
De studie van gedrag
D
De studie van kennis

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

06:30

 Welke van de volgende opties is de juiste definitie van Ethiek volgens de video?
A
De afweging of iets mooi is
B
Het beoordelen van mensen
C
Het bestuderen van hoe mensen met elkaar zouden moeten leven
D
Het bestuderen van waar de wereld uit bestaat

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

07:06

 Wat bestudeert esthetiek?
A
Schoonheid
B
Moraal
C
Taal
D
Gedrag

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

08:49

 Waarom is logica belangrijk in filosofie?
A
Het helpt om zo veel mogelijk feiten te kennen
B
Het helpt om morele principes te bepalen
C
Het helpt om op heldere en systematische manier vragen te beantwoorden
D
Het helpt om esthetische principes te bepalen

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

3

Slide 18 - Video

This item has no instructions


Is dit een geldig deductief argument?
Premis 1: Alle vogels hebben vleugels.
Premis 2: Een duif is een vogel.
Conclusie: Een duif heeft vleugels.

Slide 19 - Open question

Antwoord:  Ja, dit is een geldig deductief argument.

Uitleg: Als alle vogels vleugels hebben en een duif een vogel is, volgt de conclusie dat de duif vleugels heeft.

Is dit een geldig deductief argument?
Premis 1: Alle katten kunnen goed springen.
Premis 2: Felix is een kat.
Conclusie: Felix kan goed springen.

Slide 20 - Open question

Antwoord: Ja, dit is een geldig deductief argument.

Uitleg: Als de premissen waar zijn, dan volgt de conclusie logisch. Als alle katten goed kunnen springen en Felix een kat is, dan moet Felix goed kunnen springen.

Is dit een geldig deductief argument?
Premis 1: Alle mensen die op de maan zijn geweest, hebben een ruimteschip nodig.
Premis 2: Neil Armstrong is op de maan geweest.
Conclusie: Neil Armstrong had een ruimteschip nodig.

Slide 21 - Open question

Antwoord: Ja, dit is een geldig deductief argument.

Uitleg: Als de premissen waar zijn, dan volgt de conclusie noodzakelijkerwijs. Neil Armstrong is op de maan geweest, en volgens de premisse had hij een ruimteschip nodig.

Is dit een geldig deductief argument?
Premis 1: De meeste boeken in de bibliotheek zijn gratis.
Premis 2: Dit is een boek uit de bibliotheek.
Conclusie: Dit boek is gratis.

Slide 22 - Open question

Antwoord: Nee, dit is geen geldig deductief argument.

Uitleg: Dit is niet deductief geldig, omdat uit "de meeste" niet volgt dat elk individueel boek gratis is. Het kan nog steeds bij de minderheid horen die niet gratis is. Het is hoogstens een waarschijnlijkheidsargument (inductief), geen strikte deductie.

Premis 1: Alle studenten die hard studeren, halen goede cijfers.
Premis 2: Emma heeft een goed cijfer gehaald.
Conclusie: Emma heeft hard gestudeerd.

Slide 23 - Open question

Antwoord: Nee, dit is geen geldig deductief argument.

Uitleg: De conclusie volgt niet noodzakelijk uit de premissen. Het is mogelijk dat Emma een goed cijfer heeft gehaald zonder hard te studeren (bijvoorbeeld door geluk of andere factoren). De premissen zeggen wel dat wie hard studeert goede cijfers haalt, maar het omgekeerde hoeft niet waar te zijn (dat iedereen met een goed cijfer ook hard heeft gestudeerd). Dit is een omgekeerde causaliteit fout, wat het argument ongeldig maakt.
05:35

Wat is het verschil tussen een premisse en een argument?
A
Een premisse is altijd hetzelfde als een argument
B
Een premisse is een onderdeel van een argument, dat uit premissen en een conclusie bestaat
C
Een argument heeft altijd maar één premisse
D
Een premisse is een conclusie die ondersteund wordt door andere premissen

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

03:42
Volgens Plato bestaat de ziel uit drie delen:
Hij vergelijkt dit met een wagenmenner (rede) die twee paarden bestuurt: moed en begeerte.
  • Rede (logistikon) - het verstand.
  • Moed/ eer (thymos) -moed/ wilskracht.
  • Begeerte (epithymetikon) - lichamelijke verlangens. 

Slide 25 - Slide

Volgens Plato bestaat de ziel van de mens uit drie delen.

  • Het redelijke (logistikon) – Het rationele deel van de ziel, dat wijsheid en rede vertegenwoordigt. Dit deel streeft naar waarheid en kennis en moet de andere delen van de ziel beheersen.

  • Het driftmatige (thymos of thymoeides) – Het moedige of eergevoelige deel van de ziel, dat emoties zoals trots, woede en eergevoel omvat. Dit deel helpt bij het verdedigen van het juiste en het volgen van de rede.

  • Het begeertevolle (epithymetikon) – Het verlangende deel van de ziel, dat staat voor fysieke verlangens zoals honger, lust en materiële behoeften. Dit deel moet in toom worden gehouden door het redelijke deel.
Plato vergelijkt deze driedeling met een wagenmenner (rede) die twee paarden bestuurt: een nobel paard (moed) en een onstuimig paard (begeerte).
06:30
Deductief argument
  • Een deductief argument is een type argument waarbij de conclusie noodzakelijk volgt uit de premissen.
  • Als de premissen waar zijn, dan moet de conclusie ook waar zijn.
  • Deductieve redenering gaat van algemene principes naar specifieke gevallen.
Geldigheid: Als de premissen waar zijn, is de conclusie gegarandeerd waar.
Validiteit: De logica van het argument is correct, of het nu waar of onwaar is.

Slide 26 - Slide

Een deductief argument is een type argument waarbij de conclusie noodzakelijk volgt uit de premissen. In andere woorden, als de premissen waar zijn, dan moet de conclusie ook waar zijn. Deductieve redenering gaat van algemene principes naar specifieke gevallen.

Bijvoorbeeld:

Premis 1: Alle mensen zijn sterfelijk.

Premis 2: Socrates is een mens.

Conclusie: Socrates is sterfelijk.

In dit geval is de conclusie onvermijdelijk als de premissen waar zijn. Deductieve argumenten worden vaak gezien als sterk als de logica correct is, omdat de conclusie volgt uit de premissen zonder ruimte voor twijfel.

Kenmerken van een deductief argument:

Geldigheid: Als de premissen waar zijn, is de conclusie gegarandeerd waar.

Validiteit: De logica van het argument is correct, of het nu waar of onwaar is.

Een deductief argument is dus bedoeld om een onweerlegbare conclusie te bieden, op basis van de gegeven premissen.

Wat heb je deze les geleerd? 
Schrijf zoveel mogelijk op in 
60 seconden.
Wat heb je deze les geleerd? 
Schrijf zoveel mogelijk op in 60 seconden.
timer
1:00

Slide 27 - Open question

This item has no instructions