Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen
1 / 17
next
Slide 1: Slide
GGZMBOStudiejaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Persoonlijkheidsstoornissen

Slide 1 - Slide

Vandaag
Doel:
‘Na deze les kan je vertellen welke persoonlijkheidsstoornissen er zijn en wat hiervan de symptomen zijn.’

Slide 2 - Slide

Persoonlijkheid?
A
Is aangeleerd (nurture)
B
Is aangeboren (nature)
C
Is zowel aangeleerd en aangeboren
D
Ander antwoord

Slide 3 - Quiz

Wanneer is er sprake van een persoonlijkheidsSTOORNIS

Slide 4 - Open question

10 persoonlijkheidsstoornissen
Onderverdeeld in 3 clusters
A: Excentriek/vreemd
B: Dramatisch/emotioneel/labiel
C: Angstig/nerveus

Slide 5 - Slide

Oorzaken persoonlijkheidsstoornis
Temperament
Opvoeding
Sociale factoren
Levenservaring
De samenhang tussen deze oorzaken is belangrijker dan de individuele oorzaken.

Slide 6 - Slide

Cluster A
  1. Paranoïde persoonlijkheidsstoornis
  2. Schizoïde persoonlijkheidsstoornis
  3. Schizotypische persoonlijkheidsstoornis

Kenmerken:
  • Weinig contact
  • Beperking sociale relaties
  • leven geïsoleerd
  • Hulp vermijdend.

Slide 7 - Slide

Paranoïde PS
A
Veel vrienden
B
Impulsief
C
Achterdochtig

Slide 8 - Quiz

Cluster B
  1. Borderline persoonlijkheidsstoornis
  2. Antisociale persoonlijkheidsstoornis
  3. Narcistische persoonlijkheidsstoornis
  4. Histrionische persoonlijkheidsstoornis

Kenmerken
  • Weinig beheersing impulsen en emoties.
  • Snelle behoeftebevrediging
  • Slecht in het onderhouden van (stabiele) relaties.
  • Verstorend effect op omgeving

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Cluster C
  1. Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis
  2. Vermijdende persoonlijkheidsstoornis
  3. Dwangmatige (obsessief-compulsieve) persoonlijkheidsst.
Kenmerken
Sociale vermijding
Dwangmatig handelen
Onzelfstandigheid.
Beter aanpassen maatschappij dan cluster A en B

Slide 11 - Slide

Houding verpleegkundige

Slide 12 - Mind map

Houding verpleegkundige
  • Zelfverzekerd  / Niet autoritair / Neutrale houding
  • Structurerend / Eenduidigheid / Afspraken nakomen
  • Nabijheid met afstand
  • Zo min mogelijke beperkingen / Autonomie behouden / Zelfregie / Keuzevrijheid.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Geef mijn les en rating
0100

Slide 16 - Poll

Slide 17 - Slide