Hst 5 par. 5.2 De resultatenrekening deel 3

Hoofdstuk 5
De financiële administratie van een eigen bedrijf 
par. 5.2 De resultatenrekening
1 / 13
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Hoofdstuk 5
De financiële administratie van een eigen bedrijf 
par. 5.2 De resultatenrekening

Slide 1 - Slide

Afspraken
  • Hou je aan de regels/afspraken
  • Boven 75% niet te herkansen. Op gang bezig met aan ander vak.
  • Inhoudelijk les.
  • Proeftoets maken.
  • Herkansingtoets vrijdag 12 mei

Slide 2 - Slide

planning van de les
Terugblik vorige les
Uitleg over resultatenrekening
Uitleg over BTW
Proeftoets
Volgende week: Herkansing H5 leerdoelen

Slide 3 - Slide

De resultatenrekening
  • Overzicht van alle kosten en opbrengsten (inkomsten en uitgaven)
  • Over een periode (maand, kwartaal, jaar)
  • Alleen de financiële transacties die het eigen vermogen veranderen komen op de resultatenrekening terug
  • Stroomgrootheden -> grootheden die over een periode gemeten worden
  • Alle kosten en opbrengsten die in een resultatenrekening terug te vinden zijn -> stroomgrootheden
  • Voorraadgrootheden -> de waarde van grootheden op een bepaald moment
  • Alle bezittingen en vermogen die in een balans terug te vinden zijn -> voorraadgrootheden

Slide 4 - Slide

kosten
opbrengsten
inkoopwaarde van de omzet  € 
huur
rente
loon 
g/w/e kosten
brandstofkosten
etc.

winst                                            €


totaal                                       € 
omzet                                          €







verlies                                          €


totaal                                        €                                
Resultatenrekening
over 2020

Slide 5 - Slide

BTW 
  • staat voor belasting over de toegevoegde waarde
  • Ook wel omzetbelasting genoemd
  • Consumenten moeten over producten BTW betalen
  • Sommige producten hebben geen BTW bijv. medische zorg of huur
  • Laag tarief (9% BTW) geldt voor boeken, bezoek aan de kapper, fietsreparaties, medische hulpmiddelen (krukken, rollator etc.)
  • Hoog tarief (21% BTW) geldt voor verreweg de meeste producten en diensten bijv. kleding, eten, drinken, elektronica, meubels etc.
  • Bedrijven dragen de BTW af aan de belastingdienst. (ontvangen BTW van klanten – betaalde BTW)

Slide 6 - Slide

Rekenen met BTW
Bedragen exclusief BTW = 100%
Bijvoorbeeld een flesje water kost € 0,34 exclusief BTW
De klant moet in de winkel inclusief BTW betalen. Het BTW tarief is 21%

Oplossing = 
€ 0,34 = 100%  -> ??? = 121%
€ 0,34 / 100 x 121 = € 0,41 is de prijs inclusief BTW

Prijs incl. =121 %

Slide 7 - Slide

Een Samsung S11 kost € 750,- inclusief BTW (BTW tarief is 21%)
Bereken de prijs exclusief BTW.

Slide 8 - Open question

Een resultatenrekening is een overzicht van
timer
0:30
A
alle kosten en opbrengsten
B
alle bezittingen en vermogen
C
alle activa en passiva
D
alle eigendommen en schulden

Slide 9 - Quiz

Iemand koopt een nieuwe fiets en die kost € 1500 inclusief BTW (BTW tarief 21%) . Inclusief BTW staat gelijk aan
timer
0:30
A
100%
B
121%
C
79%
D
106%

Slide 10 - Quiz

Iemand koopt een nieuwe fiets en die kost € 1500 inclusief BTW (BTW tarief 21%) . Exclusief BTW staat gelijk aan
timer
0:30
A
100%
B
121%
C
79%
D
106%

Slide 11 - Quiz

Hoeveel kost de fiets van € 1500 (inclusief 21% BTW) zonder BTW?
timer
1:00
A
€ 1500 / 100 x 121 = € 1815,-
B
€ 1500 x 0,79 = € 1185,-
C
€ 1500 / 121 x 100 = €1239,67
D
€ 1500 / 0,79 = € 1898,73

Slide 12 - Quiz

Een resultatenrekening is
timer
0:30
A
een momentopname
B
een eindbalans
C
een voorraadgrootheid
D
een overzicht over een periode

Slide 13 - Quiz