Samenvatting Plant P3

Opbouw organisme







  • Molecuul = Stoffen waaruit alles is opgebouwd.
  • Cel = Bouwsteen van elk organisme.
  • Weefsel = Een groep cellen met dezelfde taak.
  • Orgaan = Een deel van een organisme met een eigen taak.
  • Orgaanstelsel = Een groep organen die samen werken om een bepaalde taak uit te voeren.
  • Organisme = Een levend wezen. 





timer
20:00
1 / 26
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo g, t, havoLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Opbouw organisme







  • Molecuul = Stoffen waaruit alles is opgebouwd.
  • Cel = Bouwsteen van elk organisme.
  • Weefsel = Een groep cellen met dezelfde taak.
  • Orgaan = Een deel van een organisme met een eigen taak.
  • Orgaanstelsel = Een groep organen die samen werken om een bepaalde taak uit te voeren.
  • Organisme = Een levend wezen. 





timer
20:00

Slide 1 - Slide

De vier rijken

Hoe worden die ingedeeld?
(Op basis van hun cellen)

Slide 2 - Slide


Wat waren de verschillen en overeenkomsten ook alweer?
SUPER BELANGRIJK! Je moet de plantencel uit je hoofd kennen
Plantencel
Dierlijke cel

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Fotosynthese
Koolstofdioxide + Water
Zuurstof + Glucose
zonlicht
+
+

Slide 5 - Slide

Fotosynthese samenvatting
Nodig:
Koolstofdioxide --> uit de lucht --> door bladeren
Water --> regen --> door wortels
zonlicht --> zon --> door bladgroenkorrels

Ontstaat:
Zuurstof --> naar bladeren --> de lucht
Glucose --> de hele plant --> bouwen van cellen/ reservestof
Geen fotosynthese als het te koud is!

Slide 6 - Slide

Organen plant
organen mens

Slide 7 - Slide

Wortels
  • Wortels zorgen ervoor dat de plant vast staat in de bodem.

  • Ze zorgen dat er water en mineralen uit de bodem worden opgenomen.

  • Ze slaan reservevoedsel op.


Slide 8 - Slide

Stengel
  • Stengels dragen de bladeren en bloemen (houdt de plant overeind).

  • Een stengel zorgt voor transport van voedingsstoffen, water en mineralen door de hele plant.

Slide 9 - Slide

Bladeren
  • Met behulp van de nerven in een blad worden de opgeloste stoffen getransporteerd (vervoerd) in het blad.

  • De bladgroenkorrels helpen bij het maken van voedsel voor de plant.

  • Daarnaast zitten er huidmondjes aan de onderkant van de bladeren. Als die open staan, kan er koolstofdioxide de plant in en zuurstof en water de plant weer uit.


Slide 10 - Slide

Bloem
Bloemen zijn belangrijk voor de voortplanting van de planten. Met hun mooie kleuren lokken ze insecten die helpen bij het bestuiven en bevruchten van andere bloemen. Ze maken zaden, waardoor er weer nieuwe planten worden gevormd.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Bastvaten gaan ook naar boven!

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Onderdelen bloem

Slide 15 - Slide

Bestuiving

1. Stuifmeelkorrels van de helmknop plakt op de bij.

2. Stuifmeelkorrels worden losgelaten op de stempel van de stamper (andere bloem)


Slide 16 - Slide

Bevruchting

  1. Stuifmeelkorrels op stempel.
  2. Stuifmeelbuis groeit in de stijl.
  3. Stuifmeelkorrel naar beneden richting het zaadbeginsel.
  4. Kernen versmelten.
  5. Zaadje groeit uit zaadbeginsel.

Slide 17 - Slide

2 zaadjes, 2 stuifmeelkorrels zijn er geweest en 2 eicellen

Slide 18 - Slide

1. Aanpassing bloem

Planten hebben door aanpassingen verschillende soorten bloemen:

  • Insectenbloemen: bestuiving door insecten.
  • Windbloemen: bestuiving door wind.

Slide 19 - Slide

2. Aanpassing klimaat


Planten passen zich aan aan het klimaat. 

Droge gebieden: Weinig water!
Planten hebben zich aangepast met:
--> groot wortelstelsel
--> kleine bladeren
--> huidmondjes dicht

Natte gebieden: Veel water!
Planten hebben zich aangepast met:
--> klein wortelstelsel
--> grote bladeren
--> huidmondjes open

Slide 20 - Slide

3. Aanpassing zaden


Planten passen zich aan door de manier van zaadverspreiding.

Slide 21 - Slide

4. Meer aanpassingen
Planten hebben nog meer aanpassingen om in leven te blijven:

  • Sneller groeien om licht te krijgen.
  • (Gifstoffen) uitscheiden.
  • Verdedigingsmechanismen inzetten.

Slide 22 - Slide

Voedingsstoffen

Slide 23 - Slide

Theoriekaart 3: Voeding
Vragen bij filmpje:
  • Wat zijn voedingsmiddelen?
  •  alles wat je eet en drinkt (Brood, melk, kaas, snoep, etc.)
  • Wat zijn voedingsstoffen?
  •  Stoffen uit je voeding die het lichaam nodig heeft om te kunnen groeien, bewegen en gezond te houden. Er zijn 5 verschillende voedingsstoffen. ( koolhydraten, vetten, eiwitten, etc.)

Slide 24 - Slide


Voedingsstoffen, groep en 
functie

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Link