Ik ga naar huis, want ik ben moe.
We wilden gaan zwemmen, maar het regende.
Kom je mee, of blijf je thuis?
Ze had geen zin, dus bleef ze binnen.
Hij zegt dat hij morgen komt.
Hoewel ze moe was, ging ze toch sporten.
We gingen naar binnen toen het begon te stormen.
Hij maakt zijn huiswerk en luistert naar muziek.