1 bk Unit 1: Speaking

UNIT 1.4

Speaking


1 / 27
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

UNIT 1.4

Speaking


Slide 1 - Slide

Wat ga je vandaag leren?
  • Je leert vragen stellen en beantwoorden over jezelf en anderen.
  • Je leert juiste combinaties van vragen en antwoorden maken.
  • Je oefent het interviewen van een klasgenoot.

Leerdoelen
  1. Je kunt jezelf en anderen voorstellen (gesprek).
  2. Je kunt overweg met aantallen, hoeveelheden, kosten en tijden (gesprek).
  3. Je kunt eenvoudige vragen stellen en beantwoorden (gesprek).
  4. Je kunt over jezelf vertellen (spreken).

Slide 2 - Slide

Vraag:
When do you introduce yourself to someone? 
Can you give an example?


Discuss in pairs
Vraag je klasgenoot hoe hij/zij zich zou voorstellen in het Nederlands.
Welke dingen zijn belangrijk om te vertellen?

Slide 3 - Slide

Korte uitleg:
When you introduce yourself, you say:

  •  your name
  •  age
  • where you are from
  • and something interesting about yourself. 

But you don’t need to tell everything!
Voorbeeld:


Hello! My name is Emma. I am 13 years old. I come from Spain, but I live in the Netherlands. I love playing football and watching movies.


Absolutely don’t tell!
I always sleep with my teddy bear!
Lesdoel 1
Je kunt jezelf en anderen voorstellen (gesprek).

Slide 4 - Slide

Bedenk een situatie waarin je jezelf moet voorstellen. 
Vul de tabel in.
Situation
Where?
When?
Who is with me?
Why do I introduce myself?
Example: First day at school
In my classroom
Monday morning
My classmates & teacher
To meet new people

Slide 5 - Slide

Werk in tweetallen
Important to tell:
My name is… , I live in…
Not important to tell: My favorite ice cream is…
Absolutely don't tell!: I sometimes talk to my plants!

Maak opdracht 51,
Lesdoel 1
Je kunt jezelf en anderen voorstellen (gesprek).

Slide 6 - Slide

Welke woorden die met school te maken hebben,
ken je al in het Engels?

Slide 7 - Mind map

Vergelijk oude en nieuwe school
  1. Zoek de gegevens van je oude school op en vul de tekst aan:

My old school is called ____. 
The school is in ____. 
It has got ____ teachers. 
It has got ____ classrooms.

Maak opdracht 52 en 53
Lesdoel 2
Je kunt overweg met aantallen, hoeveelheden, kosten en tijden (gesprek).

Slide 8 - Slide

Belangrijke woorden uit deze les:

🏢 building - gebouw
🏫 classroom - lokaal
🌍 geography - aardrijkskunde
📜 history - geschiedenis
🔢 maths - wiskunde
🗣️ languages - talen
🧪 biology - biologie
🎨 art - handenarbeid


🛠️ technology - techniek
💻 computer room - computerlokaal
🍽️ canteen - kantine
🏋️ gym - gymzaal
🌳 outside - buiten
👥 classmate - klasgenoot
📖 subject - vak
Vraag
  • Welke woorden ken je al? 
  • Welke zijn nieuw voor je?
Lesdoel
Ik kan Engelse woorden gebruiken over school en vakken.

Slide 9 - Slide

Grammar: Het alfabet.
Hoe spel je jouw naam in het Engels?

Lesdoelen
Ik kan de letters van het alfabet in het Engels uitspreken.
Ik kan mijn eigen naam in het Engels spellen

Slide 10 - Slide

Your teacher is going to spell 5 words. Listen carefully and write down what you hear.

Slide 11 - Open question

Ik kan mijn eigen naam in het Engels spellen.
Yes
A little
No

Slide 12 - Poll

Ik kan de letters van het alfabet in het Engels uitspreken.
Yes
A little
No

Slide 13 - Poll

Phrases: Questions and answers

Je vraagt iets aan iemand:

  • What's your name?
  • How old are you?
  • What class are you in?
  • Where are you from?
  • What are you good at?


Je beantwoordt vragen over jezelf:

  • I'm [naam].
  • I'm [leeftijd] years old.
  • I'm in class [klasse].
  • I'm from [plaats/land].
  • I'm good at [vaardigheid].
Lesdoel 3 en 4
Je kunt eenvoudige vragen stellen en beantwoorden (gesprek).
Je kunt over jezelf vertellen (spreken).

Slide 14 - Slide

Lesson 4: Speaking
Pages 37 - 45
Klassikaal:
Find Out: opdracht 54 en 55
Zelfstandig:
Words: opdracht 56 en 57
Grammar: opdracht 58 en 59
Phrases: opdracht 60 en 61
Expres yourself: opdracht 62

KLaar? Practise more online



Slide 15 - Slide

Wat betekent het werkwoord 'to be'?
'To be' is het werkwoord 'zijn'.

I                 am       I'm  (not) 
He             is         He's (not)
She           is         She's (not)
It                is          It's (not)
You           are       You're (not)
We            are       We're (not)
You           are       You're (not)
They         are       They're (not)
Lesdoel
Ik kan het werkwoord to be in de tegenwoordige tijd goed gebruiken (am / is / are).

Slide 16 - Slide

Brian ___ sporty.
Vraag
Maak de zin ontkennend
A
am
B
is
C
are

Slide 17 - Quiz

Kelly and Jane ___ twins.
Vraag
Maak de zin ontkennend.
A
is
B
am
C
are

Slide 18 - Quiz

Diana ___ a good cook.
Vraag
Maak de zin ontkennend.
A
is
B
am
C
are

Slide 19 - Quiz

Phrases: Questions and answers

Je stelt jezelf en anderen voor:

  • Hello, I'm [naam].
  • This is [naam].
  • Nice to meet you.
  • They're called [namen].


Je beschrijft jezelf en anderen:

  • I'm not sporty.
  • He's very funny.
  • They are very friendly.
  • She's my friend.
Lesdoel 3 en 4
Je kunt eenvoudige vragen stellen en beantwoorden (gesprek).
Je kunt over jezelf vertellen (spreken).

Slide 20 - Slide

Lesson 4: Speaking
Pages 46 - 48
Klassikaal:
Find Out: opdracht 63 en 64
Zelfstandig:
Grammar: opdracht 65 en 66
Phrases: opdracht 67


KLaar? Practise more online



Slide 21 - Slide

Speed daten
1 Je gaat speed daten met je klasgenoten
2 Je krijgt per ronde 2 minuten de tijd om vragen te stellen. Er zijn 6 rondes.
3 Op het bord staan vragen die je kunt gebruiken
4 Met wie klik je het beste? Vertel over de persoon die je gekozen hebt. Weet de rest van de klas over wie je het hebt?

Slide 22 - Slide

What's your name?
How old are you?
Where are you from?
What class are you in?
What are your hobbies?
Do you play any sports? 
Have you got any pets? 
Who are your friends?
What music do you listen? 
What are you good at?


My name is... . / I'm ... .
I'm ... years old.
I'm from ... 
I'm in class ... .
My hobbies are ...
I play ...
I have got ... / I haven't got ...
My friends are ...
I listen to ...
I'm good at ... .
timer
2:00

Slide 23 - Slide

Ik vond het gemakkelijk om de vragen te stellen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Poll

Bedenk een extra vraag die je iemand kunt stellen.

Slide 25 - Open question

Slide 26 - Video

Slide 27 - Link