7.1 Grammatica_opdracht 4 t/m 6_Hoofdzin en bijzin LES 1

Welkom!
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

7 Taalverzorging 3
Leerwerkboek B

7.1 Grammatica WE STARTEN BIJ 4 ZINSDELEN, BLZ. 11


Doe goed mee, want het is een lastig onderdeel voor velen. 
Belangrijk dat je het goed begrijpt!

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Doel
Aan het einde van de les:
1) Weet je wat enkelvoudige en samengestelde zinnen zijn.
2) Weet je wat hoofd- en bijzinnen zijn.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen?
1.  Uitleg 7.1 Grammatica Zinsdelen 
2. Oefenen via LessonUp
3. Opdrachten maken

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Enkelvoudige en samengestelde zinnen
Persoonsvorm en onderwerp, hoe zit dat ook alweer? 

Persoonsvorm: Het werkwoord dat verandert als je de zin in een andere tijd zet; en het werkwoord dat vooraan in de zin komt te staan bij een vraagzin.
Onderwerp: degene die de pv 'doet'. Het antwoord op de vraag: wie/wat + pv?



Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Enkelvoudige en samengestelde zinnen
Zinnen met 1 pv: enkelvoudige zin 
Zinnen met meerdere pv's: samengestelde zin

Meneer de Bruin geeft ons geen toets, want hij is heel cool.
1. Meneer de Bruin geeft ons geen toets. 
2. Hij is heel cool. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Samengestelde zinnen
We kennen twee soorten zinnen:
1. Hoofdzinnen
2. Bijzinnen

Let op: elke samengestelde zin bevat in ieder geval één hoofdzin! Dus een samengestelde zin met alleen twee bijzinnen kan niet!

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Categorie 1: hoofdzinnen
1. Ik wil naar de kermis dit jaar, mijn moeder wil ook wel mee.
2. Jullie mogen gelukkig vaker op school komen.
3. De zus van mijn man heeft pas een baby gekregen.

Onderwerp en persoonsvorm staan naast elkaar. 
Andere eigenschap: pv heeft een eerste of tweede plek in de zin (bijna altijd). 

 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Categorie 2: bijzinnen
1. Omdat ik geen zin heb, gaan we niet.
2. Waarom ik geen zin heb, durf ik niet te zeggen.
3. Aangezien ik de baas ben, beslis ik hierover.

Tussen onderwerp en persoonsvorm staan meerdere zinsdelen. 
Andere eigenschap: pv staat vaak achteraan in de zin.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Samengestelde zinnen
In samengestelde zinnen bestaan alle combinaties. 

Hoofdzin + hoofdzin
Hoofdzin + bijzin (of andersom)
Hoofdzin + bijzin + bijzin
Hoofdzin + hoofdzin + bijzin

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Samengestelde zinnen
Hoofdzinnen worden verbonden met nevenschikkende voegwoorden. want, en, of, maar

Hoofd- en bijzinnen worden verbonden met onderschikkende voegwoorden. wanneer, als, terwijl, zodra, voordat, voor, nu, toen, nadat, zolang als, totdat, sinds, doordat, zodat, waardoor, omdat, opdat, indien, mits, tenzij, hoewel, ondanks dat, …...

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Aantekeningen
Hoofdzin
Onderwerp en persoonsvormen staan naast elkaar.
Andere eigenschap: pv heeft een eerste of tweede plek in de zin (bijna altijd). 

HOOFDZIN Het schoolfeest (ow) was (pv) erg leuk, 
BIJZIN omdat mijn vrienden (ow) daar waren (pv).

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Aantekeningen
Bijzin
Tussen onderwerp en persoonsvorm staan meerdere zinsdelen.
Andere eigenschap: pv staat vaak achteraan in de zin.

HOOFDZIN Het schoolfeest (ow) was (pv) erg leuk,
BIJZIN omdat mijn vrienden (ow) daar waren (pv).

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Aantekeningen
Hoofdzin
Bijzin
Onderwerp - pv naast elkaar
Tussen onderwerp en pv kunnen meer zinsdelen staan
PV staat vooraan in de zin 
PV staat vaak achteraan in de zin 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn kenmerken van samengestelde zinnen?
A
Er staan een aantal woorden met hoofdletters in de zin.
B
Er staan twee persoonsvormen in.
C
Er staat 1 pv en 1 onderwerp in.
D
De zin bestaat altijd uit een hoofdzin en een bijzin.

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een hoofdzin?
A
Een zin met een voegwoord.
B
Een zin waarbij er een zinsdeel tussen de pv en het ow staat.
C
Een zin waarbij de pv en het ow naast elkaar staan.
D
Een zin zonder onderwerp.

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de bijzin (in welk deel van de zin staan pv en onderwerp niet naast elkaar)?
'Ik kom naar jouw feestje als ik mijn pianoles kan afzeggen.'

A
'Ik kom naar jouw feestje
B
als ik mijn pianoles kan afzeggen.'

Slide 17 - Quiz

Het onderwerp (ik) staat niet naast de persoonsvorm (kan).
Hoofdzin-hoofdzin of hoofdzin-bijzin?:
Grote gezinnen worden zeldzaam, maar er bestaan nog altijd gezinnen met zes of meer kinderen.
A
hoofdzin-bijzin
B
hoofdzin-hoofdzin

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Schrijf op of de zin bestaat uit hoofdzin- hoofdzin, hoofdzin- bijzin of bijzin- hoofdzin. Kies het goede antwoord.

Ik probeerde te lezen, maar mijn ogen vielen steeds dicht.
A
hoofdzin- hoofdzin
B
hoofdzin- bijzin
C
bijzin- hoofdzin

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Schrijf op of de zin bestaat uit hoofdzin- hoofdzin, hoofdzin- bijzin of bijzin- hoofdzin. Kies het goede antwoord.

Het gaat vast beter als ik een stukje hard ga lopen.
A
hoofdzin- hoofdzin
B
hoofdzin- bijzin
C
bijzin- hoofdzin

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de hoofdzin?
"Hij zegt dat hij heel blij is met haar."
A
Hij zegt
B
dat hij heel blij is met haar

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Aan het werk
Maken: opdracht 4 t/m 6, blz. 11 t/m 13

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Ik weet wat een samengestelde zin is.
A
ja
B
nee

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Ik weet het verschil tussen hoofd- en bijzinnen.
A
ja
B
nee

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Ik kan hoofd- en bijzinnen herkennen.
A
ja
B
nee

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions