H1: 1.3 / Kans - 4M

      Mobiele telefoon in de zak voor in de klas! 


1 / 15
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

      Mobiele telefoon in de zak voor in de klas! 


Slide 1 - Slide

Hoofdstuk 1 Statistiek en Kans
  • Lesdoel bekijken m.b.v. het leerdoelenformulier
  • Huiswerkcontrole
  • Terugblik: 1.1 t/m 1.2
  • Theorie: 1.3 
  • Zs/Zf 
  • Afsluiting

Slide 2 - Slide

lesdoel

Je hebt de leerdoelen van 1.3 behaald, of
weet wat je nog moet doen om deze te behalen.

Slide 3 - Slide

Huiswerk controle

Het huiswerk was:
Maken: 1.2: Opg. 12, 16 t/m 26 

Welke opgave(n) moeten we bespreken?

Slide 4 - Slide

Terugblik: 1.1 t/m 1.2

  • Wat is een graaf?
  • Is de volgende graaf een gerichte graaf?
  • Is het een gewogen graaf?
  • Wat is de afstand van B naar D?
  • Hoe noemen we dit soort graaf?
  • Hoeveel mogelijke combinaties zijn er?
  • Hoeveel combinaties zijn er als je weet dat degene die deze kleding uitkiest een hekel heeft aan blauw en rood?

Slide 5 - Slide

Terugblik: 1.1 t/m 1.2

  • In een competitie met 16 teams wordt een knock-outsysteem gebruikt. 
    Hoeveel wedstrijden worden er gespeeld?
  • In een competitie met 12 teams wordt een hele competitie gespeeld. 
    Hoeveel wedstrijden worden er gespeeld?
  • En als deze competitie een halve competitie is?

Slide 6 - Slide

1.3: Kans

Hoeveel kans, op een schaal van 0% tot 100%, zijn de volgende gebeurtenissen ongeveer?
  • Je wint een prijs in de staatsloterij.
  • Een meisje in NL van 15 jaar heeft een fiets.
  • Om 20:00 uur is er nieuws op tv.
  • Er vliegt een vleermuis in de woonkamer bij je thuis.

Slide 7 - Slide

1.3: Kans

En nu gaan we het exact berekenen met de formule: 
kans = aantal keren voorkomen / totaal aantal mogelijkheden
  • Je gooit een 4 met 1 dobbelsteen? 
  • Er zijn 6 mogelijkheden in totaal om te gooien. 
    1 van deze mogelijkheden is goed, een 4. 
    Dus er is 1/6 kans.
  • Hoeveel procent is dit?
  • Je kunt ook 100 / 6 = ca. 16,7%
  • Kansen kun je opschrijven als breuk of als procent. 

Slide 8 - Slide

1.3: Kans

En als we gooien met 2 dobbelstenen. Hoeveel is dan de kans op een 4?
Formule: kans = aantal keren voorkomen / totaal aantal mogelijkheden
  • De volgende opties zijn mogelijk: 2-2, 1-3, 1-3. Dus het komt 3 keer voor.
  • Hoeveel mogelijkheden zijn er in totaal?
    Eerste dobbelsteen heeft 6 mogelijkheden, tweede ook. 
    Dus er zijn 6 x 6 = 36 mogelijkheden.
  • kans = 3 / 36 = 1 / 12. 
  • In percentage is dit 100 / 12 = 8,33333 % dus ca. 8,3 %
  • Het volgende diagram kan makkelijker zijn, het is overzichtelijker.

Slide 9 - Slide

1.3: Kans

Hoeveel kans is er dat iemand:
  • een groene broek aan heeft, èn
  • een rood of wit shirt, èn
  • geen groene en zwarte sokken.

  • kans = aantal keren voorkomen / totaal aantal mogelijkheden.
  • totaal aantal mogelijkheden = 3 x 3 x 4 = 36.
  • aantal keren voorkomen = 1 x 2 x 2 = 4.
  • kans = 4 / 36 = 1 / 9 . In percentage = 100 / 9 = ca. 11,1 %

Slide 10 - Slide

Huiswerk

Maken:

1.3: opg. 36 t/m 48


Dobbelsteen voor opg. 37 kun je bij me ophalen.


Tip:

Hieronder een aantal filmpjes met uitleg.






Zs
Zf
Zf
timer
10:00
Huiswerk bespreken
Extra uitleg

FT: ma 24/9

PTA: 1/10

FT

Slide 11 - Slide

Lesdoel behaald?

Je hebt de leerdoelen van 1.3 behaald, of  
weet wat je nog moet doen om deze te behalen.

Slide 12 - Slide

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet goed begrepen hebt.

Slide 13 - Open question

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video