SCC D2 L10 Het werkwoord

D2 L10 het werkwoord
1 / 38
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

D2 L10 het werkwoord

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

vormen van het werkwoord
  • persoonsvorm
  • imperatief
  • voltooid deelwoord
  • infinitief


Slide 3 - Slide

Welke vorm van het ww staat in hoofdletters?
Dat kan niet op zijn, gisteren heb ik nog chocolade GEKOCHT!
A
persoonsvorm
B
imperatief
C
voltooid deelwoord
D
infinitief

Slide 4 - Quiz

Welke vorm van het ww staat in hoofdletters?
De kinderen ETEN chocolade.
A
persoonsvorm
B
imperatief
C
voltooid deelwoord
D
infinitief

Slide 5 - Quiz

Welke vorm van het ww staat in hoofdletters?
Zullen we de cake OVERGIETEN met chocolade?
A
persoonsvorm
B
imperatief
C
voltooid deelwoord
D
infinitief

Slide 6 - Quiz

Welke vorm van het ww staat in hoofdletters?
BLIJF van die chocoladereep af!
A
persoonsvorm
B
imperatief
C
voltooid deelwoord
D
infinitief

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Slide

extra uitleg nodig? 
Je vindt een samenvatting van het werkwoord op 
Smartschool/ documenten/ D2 L10 het werkwoord 

Slide 9 - Slide

Maak oefening in wb
p.72
opdracht 2 deelopdracht A

Slide 10 - Slide

tijden van het werkwoord
even herhalen

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

extra uitleg nodig? 
Je vindt een samenvatting van het werkwoord op 
Smartschool/ documenten/ D2 L10 het werkwoord 

Slide 14 - Slide

Maak oefening in wb
p.72
opdracht 2 deelopdracht B

Slide 15 - Slide

vervoeging van werkwoorden
schema zie wb p.73

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Maak oefening in wb/Scoodle
p.72-73
opdracht 3  online via Scoodle DEEL 2 Les 10
=> traject Gekend?
opdracht 4 in wb

Slide 19 - Slide

werkwoorden van Engelse herkomst

Slide 20 - Slide

Engelse werkwoorden 
Regel 1: stam in het Nederlands = stam in het Engels 

Vb.: to save => ik save
to fax => ik fax
to shampoo => ik shampoo 

Slide 21 - Slide

Geef de stam van het werkwoord 'to snooze'

Slide 22 - Open question

Hij (snoozen) graag.

Slide 23 - Open question

Engelse werkwoorden 
Uitzondering: je schrijft een enkele medeklinker als de Engelse stam eindigt op een dubbele medeklinker. 
 
Vb.: to grill => ik gril 
to volleyball => ik volleybal 

Slide 24 - Slide

Hij (stressen) voor het examen.

Slide 25 - Open question

Engelse werkwoorden 
Maar: je behoudt de dubbele medeklinker als de voorafgaande klinker op zijn Engels wordt uitgesproken.

 Vb.: to baseball => ik baseball
to pass => ik pass

Slide 26 - Slide

Hij (appen) me een foto.

Slide 27 - Open question

Engelse werkwoorden 
Uitzondering 2: Verdubbel de o en verwijder de eind -e als de Engelse stam in de laatste uitgesproken lettergreep een lange /oo/ heeft

 Vb.: to promote => ik promoot

Slide 28 - Slide

Ik (scoren) een mooi doelpunt.

Slide 29 - Open question

Engelse werkwoorden 
Uitzondering 3: Schrijf –el wanneer het werkwoord eindigt op –le

 Vb.: to scrabble => ik scrabbel
to tackle => ik tackel

Slide 30 - Slide

Zij (googelen) het antwoord.

Slide 31 - Open question

Engelse werkwoorden 
Regel 2: je vervoegt de Engelse werkwoorden zoals de regelmatige Nederlandse werkwoorden.  

Vb. TT: ik upgrade, jij upgradet, wij upgraden, 
VT: hij upgradede
VD: zij hebben geüpgraded

 

Slide 32 - Slide

Updaten
Ik ... (tt)
Ik ... (vt)
Ik heb de bestanden ... (vd)
De ... bestanden (vdbn)

Slide 33 - Open question

extra uitleg nodig? 
Bekijk de KENNISCLIP op Scoodle.
Waar? Deel 2 Les 10, werkwoorden verkort (korte versie) of werkwoorden (uitgebreide versie)

Slide 34 - Slide

OEFENEN

Maak nu oefening 5 en 6 in je werkboek p.74.
Daarna maak je eindoefening 7 p.75.

Slide 35 - Slide

Maak oefening in wb/Scoodle
p.73-75
opdracht 5 
opdracht 6
opdracht 7

Slide 36 - Slide

Meer oefeningen?
Online via Scoodle vind je extra oefeningen op de vervoeging van (Engelse) werkwoorden

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide