This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 15 min
Items in this lesson
QUIZ
Neurologische aandoeningen
Slide 1 - Slide
Een beroerte kan ontstaan door het afsterven van zenuwcellen
A
juist
B
onjuist
Slide 2 - Quiz
Wat is de meest voorkomende oorzaak van een CVA?
A
Herseninfectie
B
Tumor
C
Afsluiting of bloeding van een bloedvat in de hersenen
D
Slijtage van zenuwen
Slide 3 - Quiz
Welke ziekte verloopt vaak in aanvallen (schubs)?
A
CVA
B
Parkinson
C
Alzheimer
D
MS
Slide 4 - Quiz
Parkinsonisme is een verzamelnaam voor parkinson
A
juist
B
onjuist
Slide 5 - Quiz
Parkinson kan erfelijk zijn.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 6 - Quiz
Parkinson is:
A
Een neurologische ziekte
B
Een spierziekte
C
Een soort dementie
D
Een zeldzame ziekte
Slide 7 - Quiz
Wat is geen symptoom van Parkinson?
A
Hallucinaties
B
Maskergezicht
C
Traag bewegen
D
Tremor
Slide 8 - Quiz
Parkinson is een ziekte die vooral invloed heeft op bewegen.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 9 - Quiz
Welk symptoom past bij fase 5 van Parkinson?
A
(rol)stoel afhankelijk
B
Maskergezicht
C
Traag bewegen
D
Tremor
Slide 10 - Quiz
Behandeling van MS is gericht op genezing
A
waar
B
niet waar
Slide 11 - Quiz
Multiple sclerose is een van de belangrijkste oorzaken van chronische neurologische invaliditeit op jonge leeftijd. Stelling I: Multiple sclerose is een aandoening van de witte stof van de hersenen, leidend tot neurologische uitvalsverschijnselen. Stelling II: Bij multiple sclerose speelt erfelijkheid geen rol.
A
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
B
Stelling 1 en 2 zijn beiden juist
C
Stelling 1 en 2 zijn beiden onjuist
D
Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
Slide 12 - Quiz
Multiple sclerose is een spierziekte.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 13 - Quiz
Welke van de volgende uitspraken over multiple sclerose is waar?
A
Komt alleen voor bij mannen
B
Komt vooral voor in Oost-Europa
C
Komt vooral voor bij volwassenen
D
Ontstaat door beschadiging van de myeline
Slide 14 - Quiz
Een symptoom van multiple sclerose kan zijn het hebben van spraakstoornissen.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 15 - Quiz
Stelling 1 Je moet tegen iemand met CVA, MS of Parkinson altijd harder praten, omdat diegene je anders niet begrijpt.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 16 - Quiz
Stelling 2 Het is belangrijk om iemand met een neurologische aandoening rustig de tijd te geven om te praten of te bewegen.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 17 - Quiz
Stelling 3 Je mag iemand met Parkinson nooit helpen, omdat hij of zij alles zelf moet doen.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 18 - Quiz
Stelling 4 Bij iemand met MS kunnen klachten per dag verschillen, daar moet je rekening mee houden.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 19 - Quiz
Stelling 5 Je praat over iemand met CVA, MS of Parkinson beter met de begeleider dan met de persoon zelf.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 20 - Quiz
Stelling 6 Duidelijke, korte uitleg en structuur helpen bij de omgang met deze aandoeningen.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 21 - Quiz
Wat vind jij belangrijk in de omgang met iemand met CVA, MS of Parkinson?