This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 20 min
Introduction
lesdoelen
Je kunt benoemen welke inkomsten en uitgaven de gemeente en het Rijk hebben. Je kunt uitleggen wat een rijksbegroting is. Je kent het verschil tussen directe en indirecte belastingen. Je kunt de btw berekenen die in de consumentenprijs is verwerkt.
Items in this lesson
INKOMSTEN EN UITGAVEN VAN DE OVERHEID
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Je kunt benoemen welke inkomsten en uitgaven de gemeente en het Rijk hebben. Je kunt uitleggen wat een rijksbegroting is. Je kent het verschil tussen directe en indirecte belastingen.
Slide 2 - Slide
taken van de gemeente
Slide 3 - Mind map
degemeente.nl
Slide 4 - Link
inkomsten van de gemeente
Slide 5 - Slide
Wat zouden de overige uitgaven van gemeenten kunnen zijn?
Slide 6 - Open question
gemeentelijke belastingen
onroerendezaakbelasing (OZB)
hondenbelasting
toeristenbelasting
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Video
Slide 9 - Slide
inkomsten van het rijk
Slide 10 - Slide
directe belastingen
Worden direct aan de belastingdienst betaald.
Het gaat om de belasting over inkomen, winst en vermogen.
Slide 11 - Slide
indirecte belastingen
Zitten verwerkt in de prijs van producten en diensten. Ze worden betaald aan de verkoper, deze draagt ze af aan de belastingdienst.
Het gaat om btw en accijns.
Slide 12 - Slide
Wat heb je geleerd?
Slide 13 - Slide
Wat staat er in de rijksbegroting?
Slide 14 - Open question
Loonbelasting is een ... belasting.
A
directe
B
indirecte
Slide 15 - Quiz
Een winkelier ontvangt voor zijn producten:
A
de inkoopprijs inclusief btw.
B
de verkoopprijs exclusief btw.
C
de verkoopprijs inclusief btw.
D
de inkoopprijs exclusief btw.
Slide 16 - Quiz
Wat is de consumentenprijs?
A
verkoopprijs zonder btw
B
verkoopprijs
C
verkoopprijs met btw
D
inkoopprijs
Slide 17 - Quiz
De prijs is 83,49 euro inclusief 21% BTW Bereken de prijs in euro's exclusief BTW