Sylvester Vanden Eede
13/10/2026
Thema 1: basisverpleegkunde
Hoofdstuk 3: zorg aan het spijsverteringsstelsel
Sylvester Vanden Eede
13/10/2026
Thema 1: basisverpleegkunde
Hoofdstuk 3: zorg aan het spijsverteringsstelsel
This item has no instructions
Hoofdstukken
3.1 Overzicht organen spijsverteringsstelsel
3.2 Functies spijsverteringsstelsel
3.3 Mondholte
3.4 Keelholte
3.5 Slokdarm
3.6 Maag
3.7 Dunne darm
3.8 Dikke darm
3.9 De organen betrokken bij de spijsvertering
This item has no instructions
3.1 Overzicht organen spijsverteringsstelsel
Het spijsverteringsstelsel bestaat uit volgende delen:
1. Cavum oris (mondholte)
2. Farynx
3. Oesofagus
4. Gaster
5. Intestinum tenue
6. Intestinum crassum
This item has no instructions
3.1 Overzicht organen spijsverteringsstelsel
De organen die betrokken zijn bij het spijsverteringsstelsel:
1. Pancreas (alvleesklier)
Hepar (lever)
Vesica fellea (galblaas)
==> Leerstof VB module
This item has no instructions
3.2 Functies spijsverteringsstelsel
Verteren: mechanisch en chemisch afbreken van voedsel tot voedingsstoffen (nutriënten)
Resorptie: opname van voedingsstoffen via de darmwand, bloed- en lymfevaten.
Uitscheiden: onverteerbare en onverteerde voedselresten verwijderen = stoelgang.
Voedingsstoffen: natuurlijke bestanddelen noodzakelijk voor het lichaam. Leveren energie en zijn belangrijk voor opbouw van weefsels en cellen en reguleren functies in het lichaam.
3.2 Functies spijsverteringsstelsel
Verteren:
Mechanische vertering: verteren van voedsel door beweging (kauwen en kneden). Er wordt een voedselbrok of bolus gevormd.
Chemisch verteren: verteren van voedsel door enzymen. Deze enzymen zitten in spijsverteringssappen. Deze sappen worden door klieren uitgescheiden (bijv. speekselklieren). Deze enzymen verkleinen als het ware de moleculeketens van het voedsel. Eiwitten, koolhydraten en vetten worden chemisch verteerd.
==> Peristaltiek!
Onwillekeurige spiercontracties. De spieren voor de voedselbrok spannen samen terwijl de spieren na de voedselbrok ontspannen waardoor de brok wordt verder geduwd. Lengtespieren en kringspieren maken dit mogelijk.
This item has no instructions
3.2 Functies spijsverteringsstelsel
Resorptie: opname van voedingsstoffen (dunne darm) & vocht (dikke darm).
This item has no instructions
3.2 Functies spijsverteringsstelsel
Functies van voedsel:
Psychosociale functie: emotionele stimulans ==> sociale functie, gezelligheid, samenzijn,...
This item has no instructions
3.2 Functies spijsverteringsstelsel
Functies van voedsel:
Fysiologische functie:
Metabolisme: opbouwen en afbreken van stoffen door chemische reacties. Verloopt optimaal door voedingsstoffen: eiwitten, vetten verteerbare koolhydraten, vezels (niet verteerbare koolhydraten), water, vitamines, mineralen of sporenelementen.
Anabolisme: opbouwen: bijv. opbouwen van lichaamseiwitten uit aminozuren
Katabolisme: afbraak: ontstaan van energie door bijv. verbranding van glucose
Mineralen: ijzer, zink, jodium, selenium, koper, chroom ==> lichaam maakt ze niet zelf aan maar moeten we via voeding opnemen.
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Toediening van voeding:
Enterale voeding: via maag- darmstelsel
Per os: via de mond: vast, halfvast en vloeibaar.
Per sonde via de neus: sondevoeding.
Per sonde via een stoma/fistel naar maag of dunne darm: gastrostomie, jejunostomie
Stoma/fistel: kunstmatige verbinding door middel van een sonde tussen maagdarmstelsel en de buitenwereld.
This item has no instructions
Gastrostomiesonde
Nasogastrische sonde
This item has no instructions
3.2 Functies van spijsverteringsstelsel
Parenteraal: toedienen van voedingsstoffen via de bloedsomloop of intraveneus. Bijv. bij een comateuze patiënt.
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Consistentie van voeding:
Vaste voeding
Half-vaste voeding: gemalen, gemixt of gepureerd
Indicatie: kinderen, ZV met slikstoornissen, kauwproblemen, zieke of vermoeide ZV
Vloeibare voeding:
Indicatie:
Niet mogen of niet kunnen kauwen door:
Kaakbeenfractuur
Aftosis
Keelaandoeningen
Slechte algemene toestand
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Hulpmiddelen tijdens de maaltijd:
LEZEN!
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Observeren en beoordelen van de voedingstoestand van de ZV
Soorten voedingstoestanden:
Goede voedingstoestand
Ondervoeding
Overgewicht
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Goede voedingstoestand:
Goede eetlust
Normaal gewicht
BMI tussen 20 en 25 kg/m²
Gelijkmatig verdeeld subcutaan vet
Elastische huid
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Wat is ondervoeding?
Acuut of chronisch tekort aan bouwstoffen en/of brandstoffen en/of beschermende stoffen. Er worden te weinig voedingsstoffen opgenomen om het metabolisme goed te laten werken.
Twee niveaus:
Verminderde voedingstoestand of eiwitondervoeding
Cahexie of chronische energetische ondervoeding
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Verminderde voedingstoestand of eiwitondervoeding:
Bijv. na een operatie ==> hoge energiebehoefte en versterkte eiwit afbraak = kans op ondervoeding.
Symptomen:
Gewichtsverlies
Onvoldoende aanwezigheid van subcutaan vetweefsel
Slechte eetlust
Weinig weerstand
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
2. Cahexie of chronische energetische ondervoeding:
Bij ZV met anorexia nervosa en terminale ZV
Symptomen:
Sterke vermagering
Geen vet
Spieratrofie
Verminderde elasticiteit van de huid
Psychische en fysische zwakte
Vrouwen: amenorroe
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Wat is overgewicht?
Ander woord: obesitas. BMI tussen 25 en 30 kg/m² en te veel subcutaan vetweefsel.
Dit is een ziekte als gevolg van een overdreven vetophoping in het lichaam. Het is een chronische ziekte die multifactorieel bepaald wordt: sociale, psychologische, economische, metabole en omgevingsfactoren spelen een rol. Het is schadelijk voor het volledige lichaam, omdat het normaal metabolisme verstoord wordt en de werking van vele organen.
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Functies van vocht in het lichaam:
Algemeen: lichaam bestaat uit 60% vocht. Uitscheiding via urine, stoelgang, uitademing en transpiratie. Terug aanvullen van het verlies.
Functies:
Bouwstoffen voor alle weefsels
Grondstof aanmaak lichaamssappen
Temperatuurregeling
Transportmiddel
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Dagelijks aanbevolgen hoeveelheid vocht:
2-3L vocht door eten en drinken
Voedsel: 1 tot 1,5l vocht per dag
Volwassene dus: 1,5L water drinken per dag
Volwassenen: dorstgevoel = lichaam geeft aan om de drinken
Kinderen GEEN dorstgevoel
Geriatrische ZV: dorstgevoel NEEMT AF
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Preventieve maatregelen bij dehydratatie:
Algemeen: baby’s, kinderen, ouderen en hulpbehoevende meer kans op dehydratatie.
Ouderen: door fysiologische veranderingen hebben ouderen meer kans op dehydratatie. Dit zeker in combinatie met pathologie en medicatiegebruik. Ook bij warme dagen stijgt de kans op dehydratatie. Mortaliteit = HOOG!! 40% is acuut, 60% combinatie met infectie.
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Preventie:
Ingaan op dorstgevoel
Voldoende vocht aanbieden
Drank binnen handbereik
Urine observeren
Uitscheidingspatroon observeren
Dagboek bijhouden
Welke medicatie neemt mijn ZV?
Huidturgor observeren
Pathologie?
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Vochtbalans:
= Registratie van input en output vochtbalans.
Input = alles wat de ZV opneemt (enteraal EN parenteraal)
Output= alles wat de ZV uitscheidt (urine EN drainagevochten)
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Aandachtspunten bij opmaak vochtbalans:
ZV laten urineren op moment van start VB. Deze urine NIET meerekenen.
Andere vochten worden ook verwijderd bij de start van VB (wondvocht, maagvocht)
24u meten!
Vochten op einduur wel meerekenen!
Normaal= homeostase. Verschil input en output MAX 500ml. Verschil groter = stoornis VB.
==> Goede hydratatie, dehydratatie of overvulling
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Dehydratatie:
This item has no instructions
3.2 Functies van het spijsverteringsstelsel
Overvulling: teveel vocht aanwezig in de weefsels. Input>output
This item has no instructions
In DUO maak je volgende oefeningen:
OEFENING P68 VB MEVR. DEBREE
OEFENING P70 VB RONALD
minute
second
This item has no instructions
3.3 Mondholte (Cavum Oris)
Start spijsvertering
Mondholte wordt begrensd door:
De wangen met kauwspieren, mondbodemspieren en lippen
Palatum Durum (hard gehemelte) en palatum molle (zacht gehemelte)
Lingua (tong)
Farynx (keelholte)
Speekselklieren (glandulae)
Slijmvliesepitheel
This item has no instructions
3.3 Mondholte (Cavum Oris)
Cavum Nasi
Cavum Oris
Farynx
Palatum durum
Palatum Molle
Uvula
Lingua
Hyoïd
Mandibula
Maxilla
This item has no instructions
3.3 Mondholte (Cavum Oris)
Functies tong:
Voedsel kneden en vermengen met speeksel
Slikken
Reinigen gebit
Smaak
Spraak
This item has no instructions
3.3 Mondholte (Cavum Oris)
Palatum (gehemelte):
Palatum durum:
Stevige ondergrond om voedsel tegenaan fijn te drukken tijdens het kauwen
Spraakklanken
Palatum molle:
In rusttoestand hangt dit over de lingua en sluit cavum oris van de farynx af.
Uvula in het midden
This item has no instructions
3.3 Mondholte (Cavum Oris)
Glandulae:
= Trosvormige klieren met afvoergangen naar de mond. Produceren 1,5l speeksel per dag.
Speeksel bestaat uit:
Slijm: slikken voedsel
Water: aanlengen voedsel
Speekselamylase: eerste vertering koolhydraten
Speeksel 2 functies:
Gedeeltelijk verteren koolhydraten
Reinigen mond
Speekselafscheiding = reflexmatig:
Zintuigelijk: voedsel zien, ruiken, eraan denken
Mechanisch: aanraking van voedsel met het slijmvlies in de mond
This item has no instructions
3.4 Keelholte
= Buisvormige ruimte dat zich achter de neus- en mondholte bevindt.
Van boven naar beneden zien we volgende delen:
Nasofarynx = neus- keelholte. Achter de cavum nasi. Bestaat uit lymfatisch weefsel; de neusamandel (adenoïd). Hier monden ook de twee buizen van Eustachius uit die de farynx verbind met het middenoor.
Orofarynx = mond- keelholte. Achter cavum oris. Bestaat uit lymfatisch weefsel; keelamandelen (tonsillen) en de tongamandel.
Laryngofarynx = strottenhoofd- keelholte. Achter het strottenhoofd (larynx). Kruising oesofagus en trachea.
This item has no instructions
3.4 Keelholte
A. Nasofarynx
B. Orofarynx
C. Laryngofarynx
Adenoïd 7. Larynx
Tonsillen 8. Oesofagus
Tongamandel 9. Trachea
Buis van Eustachius
Uvula
Epiglottis
Van boven naar beneden zien we volgende delen:
Nasofarynx = neus- keelholte. Achter de cavum nasi. Bestaat uit lymfatisch weefsel; de neusamandel (adenoïd). Hier monden ook de twee buizen van Eustachius uit die de farynx verbind met het middenoor.
Orofarynx = mond- keelholte. Achter cavum oris. Bestaat uit lymfatisch weefsel; keelamandelen (tonsillen) en de tongamandel.
Laryngofarynx = strottenhoofd- keelholte. Achter het strottenhoofd (larynx). Kruising oesofagus en trachea.
3.4 Keelholte
Functie van de keelholte:
Voorkomen dat tijdens het slikken voedsel in de trachea terecht komt.
This item has no instructions
3.4 Keelholte
Het slikproces:
Stap 1: de orale fase
De verplaatsing van de mondholte naar de keelholte. Het slikken begint met een beweging van de tong omhoog en naar achteren. Die beweging drukt het voedsel tegen de keelwand. Hierbij wordt de weg naar de neusholte afgesloten door de huig.
Stap 2: de faryngale fase
De verplaatsing van de keelholte naar de slokdarm. De faryngale fase gebeurt reflexmatig. De weg naar de mondholte is afgesloten door de tong. De weg naar de neusholte wordt afgesloten doordat het weke gehemelte en de huig worden opgetrokken. De tong drukt het strotklepje (epiglottis) naar beneden. Dat sluit de weg naar de luchtpijp af.
Stap 3: de oesofagale fase
De verplaatsing door de slokdarm naar de maag. Het voedsel wordt door de peristaltische bewegingen van de slokdarm voortbewogen. Door een reflex wordt het deel van de slokdarm boven de bolus samengeknepen, terwijl het deel onder de bolus ontspant. Daardoor wordt bolus verder geduwd.
Stap 4: de bolus komt de maag binnen (deze stap behoort niet meer tot het proces van slikken) Figuur : het slikproces
This item has no instructions
Oorzaken slikproblemen
This item has no instructions
3.4 Keelholte
Prevalentie slikproblemen:
In acute zorg: 33%
Ouderenzorg: 66%
==> Als VPK belangrijk om voldoende kennis te hebben over slikproblemen, goed te observeren en goede interventies toe te passen. Zo kun je grote en mogelijks fatale gevolgen voorkomen.
This item has no instructions
3.4 Keelholte
Oorzaken slikproblemen:
Verouderen
Neurologische aandoeningen (CVA, Parkinson, MS, ALS)
Cognitieve problemen (dementie)
Kanker
Bijwerkingen van medicatie (curare)
Mechanische problemen: vernauwingen door bijv. divertikel van zenker
This item has no instructions
3.4 Keelholte
Observaties van slikproblemen:
Verslikken, hoesten, kuchen tijdens eten of drinken
Moeite met bewegen van de tong of met kauwen
Slechte coördinatie tussen ademhalen en slikken
…
==> Belangrijk als VPK te weten wie slikproblemen heeft vooraleer we hulp bieden tijdens de maaltijd. Check het VPK dossier & check de maaltijdplateau van de ZV.
This item has no instructions
3.4 Keelholte
VPK acties om verslikken te voorkomen en acties om toe te passen:
Pas steeds volgende acties toe wanneer je hulp biedt tijdens de maaltijd:
Informeer jezelf (VPK dossier)
Proper gebit en mond
Rustige omgeving
Controle na iedere hap ==> ingeslikt?
Mond proper na de hap?
Rechte houding
Niet spreken
Tijd geven om te slikken
Vast en vloeibaar apart
Tuitbeker/rietjes vermijden
Indikken indien aangewezen
Verslikken = vragen tot hoesten
Steeds begeleiden bij alle maaltijden
Medicatie met sliksiroop
Een tuitbeker lijkt handig, maar dwingt de gebruiker tot een verkeerde lighouding van het hoofd en de tong.
Rietjes veranderen de snelheid en de plaats waar het vocht in de mond komt.
Handelingen tijdens het verslikken
This item has no instructions
This item has no instructions
3.4 Keelholte
Gevolgen slikproblemen:
Ernstige dyspnoe en dreigende verstikking
Eénzijdige voeding of onvoldoende voeding ==> ondervoeding
Achteruitgang fysieke en mentale conditie
Aspiratie- of slikpneumonie
Wat is een slikpneumonie?
Longontsteking die ontstaat door opneming van kleine voedingsdelen in de longen. Dit kan ook door vloeistoffen zoals drinken, braaksel,…
This item has no instructions
3.4 Keelholte
Oorzaken slikpneumonie:
Bij ZV’s met afwezigheid van de ademhalingsreflex of hoestreflex:
Comateuze ZV
ZV met slechte mondhygiëne
Na narcose
Neurologische aandoeningen
Slikproblemen
This item has no instructions
3.4 Keelholte
Observaties slikpneumonie:
Koorts
Pijn bij AH
Hoesten met pijn op de borst
Dyspnoe
Tachycardie
Piepende AH
Reutelende AH
Ophoesten van etterig slijm
AAT
This item has no instructions
3.4 Keelholte
Behandeling:
Onbehandeld ==> longabces of langdurige schade aan de longen.
Medicamenteus: antibiotica + corticosteroïden (meestal IV)
Soms nood aan ICU (intensive care unit) ==>ademhalingsondersteuning
This item has no instructions
Bedankt om te luisteren!
This item has no instructions