Les 15 Niveau 1S

+
1 / 15
next
Slide 1: Slide
RekenenMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 1,2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

+

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesdoel
Aan het einde van de les kan je:
  • Diagrammen onderscheiden
  • Opgaven met verschillende diagrammen maken

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

welke soorten diagrammen
ken je allemaal?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

waarom worden diagrammen
gebruikt?

Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

Grafieken
In een grafiek wordt het verband tussen een aantal getallen of hoeveelheden weergegeven.

Er zijn verschillende soorten grafieken. Veelgebruikt zijn
het cirkeldiagram, het staafdiagram en de lijngrafiek.

Slide 5 - Slide

Diagrammen zijn in deze context een vorm van grafieken.
Cirkeldiagram
Een cirkeldiagram geeft
 een verdeling aan.

De cirkel is opgedeeld in punten.
De hele cirkel is het totaal, en elke punt is een deel van het totaal.

 


Slide 6 - Slide

In dit cirkeldiagram zie je alleen de verhoudingen. Bij veel cirkeldiagrammen staan ook de aantallen of percentages in de punten weergegeven. Dat zie je bij de opgaven ook terugkomen.

Welke zin is waar?
(klik op de afbeelding)
A
Er komen meer leerlingen met de scooter naar school dan met de fiets.
B
Er komen evenveel leerlingen lopend naar school als met de scooter.
C
Er komen minder leerlingen met de fiets naar school dan de andere opties bij elkaar.
D
Er komen evenveel leerlingen lopend naar school als met de bus/tram.

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Staafdiagram
Een staafdiagram geeft
 een vergelijking aan.

Een staafdiagram heeft twee assen: een horizontale en verticale as.

Op de ene as bekijk je welke staaf
je nodig hebt en op de andere as zoek je het getal erbij.

Slide 8 - Slide

In dit staafdiagram hebben de staven maar één kleur. Vaak zijn de condities op de horizontale as nog eens verdeeld in meerdere condities. Dan heb je meerdere kleuren staven. Dit zie je ook terugkomen in de opgaven.

Uit welke klas komen de
minste leerlingen met
de fiets naar school?
(klik op de afbeelding)
A
Klas 1
B
Klas 2
C
Klas 3
D
Klas 4

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions


Welke zin is waar?
(klik op de afbeelding)
A
In klas 2 komen meer meisjes dan jongens met de fiets naar school.
B
In klas 4 komen meer jongens dan meisjes met de fiets naar school.
C
In klas 3 komen evenveel jongens als meisjes met de fiets naar school.
D
Geen zin is waar.

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Lijngrafiek
Een lijngrafiek geeft
een ontwikkeling aan.

Aan de lijn kan je zien hoe de hoeveelheid met de tijd verandert.

Ook een lijngrafiek heeft een horizontale en verticale as.

Slide 11 - Slide

In deze lijngrafiek staat maar één lijn. Vaak staan er in een grafiek meerdere lijnen weergegeven. Dit zie je ook terugkomen in de opgaven.

Welke zin is waar?
(klik op de afbeelding)
A
In 2017 kwamen er meer leerlingen uit klas 1 met de fiets naar school dan uit klas 2.
B
In 2017 kwamen er minder leerlingen uit klas 1 met de fiets naar school dan uit klas 2.

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel leerlingen uit klas 2 kwamen in 2017 met de fiets
naar school?
(klik op de afbeelding)

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Aan de slag!
Maken:




Klaar: Steek je vinger op
timer
4:00

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Leerdoel
Aan het einde van de les kan je:
  • Diagrammen onderscheiden
  • Opgaven met verschillende diagrammen maken

Slide 15 - Slide

This item has no instructions