Peuter Sport en Recreatie

 De Peuter
1 / 40
next
Slide 1: Slide
Project sport recreatieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

 De Peuter

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Lichamelijke ontwikkeling 

  • Groeitempo neemt af (daarmee eetlust ook)
  • Voornamelijk breedtegroei

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Motorische ontwikkeling
Peuters zijn voortdurend in beweging, oefening baart kunst.
  • Grove motoriek ontwikkelt, grote spieren/spiergroepen aansturen.
  • Van krassen naar binnen de lijntjes kleuren.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Beweegmijlpalen
Mijlpaal
Maanden
Achteruit lopen
18
Toren 3 blokjes
18
Toren 6 blokjes
24
Springen op plek
22-36
Fietsen (3wieler)
24-38
Hinkelen
36-48
Vangt stuiterende bal
48>

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Fysieke ontwikkeling
-Rond de leeftijd 18 maanden, lengte rond 82 cm en gewicht 10 kilo.
-Een 4 jarig kind is gemiddeld 1 meter en 18 kilo ,Sprake van breedte groei. 
- De meeste peuters kunnen met 18 maanden lopen.
- Lopen zorgt voor een enorme bewegingsvrijheid, maken hier veel gebruik van. Niets is meer veilig!
- Grove motoriek: Lopen, klimmen, klauteren, schoppen, gooien.
- Fijne motoriek: Beperkt. Knippen, plakken enz.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Wat is de juiste volgorde?
A
baby > kleuter > peuter
B
peuter > kleuter > baby
C
kleuter > peuter > baby
D
baby > peuter > kleuter

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de leeftijd van een peuter?
A
1 - 2 jaar
B
1,5 - 3 jaar
C
1,5 - 4 jaar

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurt er vooral in de motorische ontwikkeling van de baby?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Cognitieve ontwikkeling
  • Concreet denken
  • Magisch denken
  • Taalontwikkeling en differentiatiefase

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Cognitieve ontwikkeling 
  • Exploratiedrang: is de intense behoefte van een peuter om de wereld te ontdekken. Ook wel ontdekkingsdrang genoemd.
  • Koppigheidsfase of peuterpuberteit: Geen boze opzet, moeten koppig zijn. Peuter oefent en experimenteert met eigen wil om te kunnen groeien tot zelfstandige en wilskrachtige persoonlijkheid.
     



Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Concreet denken
  • Denken over hetgeen waar je mee bezig bent of wat je op dat moment ziet. 
  • Nog geen onderscheid tussen werkelijkheid en fantasie
    --> belevingswereld enorm fantasierijk. 
  • Nog geen oorzaak en gevolg.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Magisch denken
Na ongeveer 24 maanden:
  • Imitatiespel / fantasiespel
    - Telefoon pakken en brabbelen / pop opvoeden
    - Meer fantasie: 3 stoelen op rij zijn ineens een boot
  • Snapt nog geen relatie tussen oorzaak en gevolg.
    - Alles was hij niet zal snappen schrijft hij toe aan toverkrachten.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Differentiatiefase
(Taalontwikkeling: voortalige en vroegtalige fase bij de baby).
  • Peuter bevindt zich in de differentiatiefase van de taalontwikkeling
  • Gebruiken van woordcombinaties en begrijpen van eenvoudige zinnen.
  • Leert dat er verband zit tussen verschillende woorden en dit samen een zin kan vormen (Syntactische aspect).

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Sociaal-affectieve ontwikkeling
  • Ontstaan ik-besef
  • Driftig en koppig
  • Begin van gewetenontwikkeling
  • Speelt graag naast anderen
  • Ontstaan vriendschappen
  • Veel angst en fantasie
  • Lust gekoppeld aan zindelijk worden

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Korte samenvatting peuter
Motorisch
Cognitief
Soc.-affectief
Grove motoriek
Concreet denken
Ik-besef
Beweegmijlpalen
Magisch denken
Driftig en koppig
Differentiatiefase
Gewetenontw.
Spelen naast
Onst. vriendschap
Veel angst/fantasie
Lust/zindelijk worden

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

2.2.1 Egocentrisme
Een peuter bekijkt de wereld vanuit zijn eigen gezichtspunt. Hij kan zich dus nog moeilijk verplaatsen in anderen. Egocentrisme is het onvermogen om zich in anderen te verplaatsen en in anderen in te leven.  Het egocentrisme komt vooral in spel naar voren. Hij maakt vaak ruzie met kinderen of pakt speelgoed af. Een peuter kan zich daarentegen juist goed vermaken in zijn eentje.

Egocentrisme is iets anders dan egoïsme.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Ik-besef
  • Peuter merkt dat hij de persoon is die morst / de bal weg schopt.
  • Begint zichzelf ook bij eigen naam te noemen omdat hij dit vaak hoort, later wordt dit 'ik' .
  • Ontdekt dat hij iemand is en onafhankelijke keuzes kan maken --> Egocentrisch

  • Egocentrisch: in zijn denken en doen is er geen ruimte voor anderen en kan zich hier ook niet in verplaatsen, kijken door de 'ik-bril'. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Video

This item has no instructions

Sociale persoonlijkheidsontwikkeling
  • Normbesef: Het vormen van het geweten.
  • Zelfbesef:Alles wat er gebeurd doet hij, Bijv. hij krabt ieman.
  • Egocentrisme: Bekijkt de wereld van eigen ervaring, eigen gevoelens. Niet kunnen inleven.
  • Behoefte aan sociale contacten. Eerst samen-naast- elkaar spelen dan samenspelen.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

taalontwikkeling
  • Eerst tweewoordzinnetjes ( pop stout / poes eten)
  •  Daarna driewoordzinnen ( daar snoep eten / auto hans mee) 
  • Leren dat alles een naam heeft ( warm, koud, bal, hard, groot) 
  • Leren dat alles in perspectief staat ( in, op, boven, onder)

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

Een peuter ontwikkelt een eigen wil. Een peuter ontdekt dat hij ook iets anders kan doen dan wat anderen van hem vragen. De koppigheidsfase is de periode in de peutertijd waarbij het kind zich verzet tegen de ouders of verzorgers, door nee te zeggen en/of alles zelf te willen doen. De koppigheidsfase van een peuter is lastig maar onvermijdelijk. Een peuter moet koppig zijn en moet zijn eigen wil uitproberen. Dit is een positieve ontwikkeling. Een ander woord voor de ‘koppigheidsfase’ is ‘peuterpuberteit’.
0

Slide 29 - Video

This item has no instructions

In dit stukje zie je dat de peuter een eigen willetje heeft. Hoe noem je dit?
A
koppigheidsfase
B
exploratiedrang
C
magisch denken
D
concreet denken

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Hoe kan je dit stukje van het filmpje het best omschrijven?
A
exploratiedrang
B
echocentrisme
C
koppigheidsfase
D
concreet denken

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Wat doet de moeder in het filmpje?

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

Hoe zou je zelf met dit gedrag omgaan?

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Exploratiedrang betekent de behoefte van de peuter om de wereld te ontdekken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

Een peuter doet meer sociale contacten op, zeker als het naar een kinderopvang of peuterspeelzaal gaat. Een peuter kan nog niet goed samenspelen. Dit komt omdat hij nog niet in staat is om zich in anderen te verplaatsen. Bij de emotionele ontwikkeling zal hier nader op ingegaan worden. Opvallend is dat peuters niet zozeer met elkaar spelen, maar vooral naast elkaar. Dit noem je ook wel parallelspel. Parallelspel is een manier van spelen waarbij een peuter niet met, maar naast de ander speelt. 

Slide 36 - Video

This item has no instructions

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Slide 40 - Slide

This item has no instructions