lundi 31-05-21 TH2A

Programme aujourd'hui 
Lundi 31 mai:
- Introduction
- Stof toetsweek 
- Onregelmatige werkwoorden être, avoir, aller, faire 
- Regelmatige werkwoorden op -er. 
- Herhaling passé composé met avoir (hebben)
- Zelfstandig werken 
- Black M - Sur ma route 
- Fin du cours (einde van de les)

1 / 13
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Programme aujourd'hui 
Lundi 31 mai:
- Introduction
- Stof toetsweek 
- Onregelmatige werkwoorden être, avoir, aller, faire 
- Regelmatige werkwoorden op -er. 
- Herhaling passé composé met avoir (hebben)
- Zelfstandig werken 
- Black M - Sur ma route 
- Fin du cours (einde van de les)

Slide 1 - Slide

Stof toetsweek 

Slide 2 - Slide

Onregelmatige werkwoorden: être (zijn)
je suis = ik ben 
tu es = jij bent 
Il/elle est = hij/zij is 
on est = wij zijn 
nous sommes = wij zijn 
vous êtes = jullie zijn/ u bent 
Ils/elles sont = zij zijn 

Slide 3 - Slide

Onregelmatige werkwoorden: avoir (hebben)
j'ai = ik heb 
tu as = jij hebt 
Il/elle a = hij/zij heeft 
on a = wij hebben
nous avons = wij hebben
vous avez = jullie hebben/u heeft 
Ils/elles ont = zij hebben

Slide 4 - Slide

Onregelmatige werkwoorden: faire (maken/doen)
je fais = ik maak/doe
tu fais = jij maakt/doet
Il/elle fait = hij/zij maakt/doet
on fait = wij maken/doen
nous faisons = wij maken/doen
vous faites = jullie maken/doen, u maakt/doet
Ils/elles font = zij maken/doen

Slide 5 - Slide

Onregelmatige werkwoorden: aller (gaan)
je vais = ik ga
tu vas = jij gaat
Il/elle va = hij/zij gaat
on va = wij gaan
nous allons  = wij gaan
vous allez = jullie gaan/ u gaat 
Ils/elles vont = zij gaan 

Slide 6 - Slide

Werkwoorden op -er 
Vervoeg de werkwoorden regarder (kijken) et écouter (luisteren)
Je/j' 
Tu 
Il/elle
On
Nous
Vous
Ils/elles 

Slide 7 - Slide

Werkwoorden op -er 
Vervoeg de werkwoorden regarder (kijken) et écouter (luisteren)
Je regarde
Tu regardes
Il/elle regarde
On regarde
Nous regardons
Vous regardez
Ils/elles regardent 

Slide 8 - Slide

Werkwoorden op -er 
Vervoeg de werkwoorden regarder (kijken) et écouter (luisteren)
J' écoute
Tu écoutes
Il/elle écoute
On écoute
Nous écoutons
Vous écoutez
Ils/elles écoutent

Slide 9 - Slide

Le passé composé 
Le passé composé gaat over de verleden tijd. 

Het gaat over gebeurtenissen in het verleden. 

Slide 10 - Slide

Le passé composé 
hulpwerkwoord avoir + voltooid deelwoord (é)

J'ai regardé 
Tu as regardé
Il/elle a regardé
On a regardé
Nous avons regardé
Vous avez regardé
Ils/elles ont regardé

Slide 11 - Slide

Maintenant c'est à vous 
 Zelfstandig werken: 
M: 21, 22ab, 23, 24, 25 van chapitre 5 (werkboek B). '
L: voca ABEF + bron C en D van chapitre 5. 

Slide 12 - Slide

Stof toetsweek 

Slide 13 - Slide