Breuken

 Breuken
1 / 25
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

 Breuken

Slide 1 - Slide

Breuken optellen 
Dit onderdeel heb je al geoefend op school. 


Slide 2 - Slide

Optellen breuken




Stap 1. Zijn er helen in de som? Tel ze op en zet ze vooraan.

Stap 2. Maak de breuken gelijknamig, zodat ze dezelfde noemer hebben

Stap 3. Tel de tellers bij elkaar op. Houd de noemer hetzelfde

Stap 4. Is de breuk een onechte breuk? Haal de helen eruit

Stap 5 Als het kan, vereenvoudig de breuk zover mogelijk.

Slide 3 - Slide

oefenen - volg het werkschema
221+154
112+111
95+98
32+54

Slide 4 - Slide

Aftrekken breuken




Stap 1. Zijn er helen in de som? Trek ze af en zet deze vooraan.

Stap 2. Maak de breuken gelijknamig, zodat ze dezelfde noemer hebben

Stap 3. Als de eerste teller kleiner is dan de tweede, moet je een hele in de eerste teller zetten. 

Stap 4 Trek de tellers van elkaar af. Houd de noemer hetzelfde

Stap 5 Als het kan, vereenvoudig de breuk zover mogelijk.

Slide 5 - Slide

Eerste voorbeeld hoort bij de opdrachten 5.1
Tweede voorbeeld hoort bij de opdrachten van 5.2
Enzovoort.
Bekijk eerst het voorbeeld, maak dan je opdrachten van 5.1.
Bekijk het voorbeeld van 5.2, maak dan je opdrachten van 5.2
enzovoort. Ga door tot je huiswerk af is!
Succes!

Slide 6 - Slide

5.1 Gelijknamige breuken aftrekken

Slide 7 - Slide

5.2 Ongelijknamige breuken aftrekken

Slide 8 - Slide

Breuken vermenigvuldigen
Dit klinkt heel lastig, maar je zult merken dat dit makkelijker is dan breuken optellen en aftrekken.

In het volgende filmpje wordt het uitgelegd. 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

In de volgende dia zie je weer een stappenplan.

Daarna vind je 6 sommen met daarbij een uitleg als je op het plusje klikt. 
Je kunt de uitleg vergroten door op het plaatje te klikken.

Slide 11 - Slide

vermenigvuldigen breuken
Stap 1. Schrijf beide getallen als een onechte breuk. Vermenigvuldig het hele getal met de noemer van de breuk en tel deze op bij de teller

Stap 2. Vermenigvuldig de breuken. 


Stap 3. Onechte breuk? Haal de hele(n) eruit

Stap 4 Vereenvoudig zo ver mogelijk
noemer×noemerteller×teller

Slide 12 - Slide

6.2 Breuken vermenigvuldigen
Gebruik hier de regel:




Vereenvoudig waar dat nodig is!


noemer×noemerteller×teller

Slide 13 - Slide

6.3 Breuken vermeniguldigen met een geheel getal
Ook hier geldt. Zorg ervoor dat een geheel getal een onechte breuk wordt.
Een aantal voorbeelden:



Daarna weer 
4=14
15=115
1=11
noemer×noemerteller×teller

Slide 14 - Slide

6.4 Gemengde getallen vermenigvuldigen
Bij deze opdracht is het belangrijk dat je alle stappen volgt uit het stappenplan!

 
Succes weer!!

Slide 15 - Slide

Gemengde getallen vermenigvuldigen

Slide 16 - Slide

Breuken delen
Je hebt geleerd dat breuken vermigvuldigen eigenlijk best makkelijk is, namelijk 

Nu ga je bij breuken delen daar ook gebruik van maken. 
We zeggen dan: heb je een deelsom, dan vermenigvuligen we met het omgekeerde. 

In het volgende filmpje zie je een voorbeeld, hoe dat omdraaien werkt.
noemer×noemerteller×teller

Slide 17 - Slide

Breuken delen - voorbeeld

Slide 18 - Slide

breuken delen
Waarom mag dat nou eigenlijk, een keersom maken als je de achterste breuk omdraait?

Dit hoef je niet te weten, maar als de uitleg wel wilt weten, kijk dan dit filmpje

Slide 19 - Slide

Een breuk delen
Stap 1 Schrijf het getal als een onechte breuk

Stap 2 vervolgens geldt de regel: 
Delen door een breuk, is vermenigvuldigen met het omgekeerde

Stap 3 vermenigvuldig de tellers en noemers met elkaar

Stap 4 Vereenvoudig zo nodig
noemer×noemerteller×teller

Slide 20 - Slide

Oefenen
65:43
109:74
2:54
4:21

Slide 21 - Slide

Maken 6.5 | Breuken delen
52:43=52×34
5×32×4=158

Slide 22 - Slide

Maken 6.6 | Hele getallen delen door een breuk
Volg het stappenplan en bekijk de  2 voorbeelden

Slide 23 - Slide

Maken 6.7 (h) | Delen met negatieve breuken
Dezelfde regel geldt ook voor breuken:

Positief breuk : positief breuk= positieve breuk
Postief breuk : negatief breuk = negatieve breuk
Negatief breuk : positief breuk = negatieve breuk
Negatief breuk : negatief breuk = positieve breuk

Tip
Gebruik je pijltjestoetsen, als je minteken in je breuk blijft staan (in Bettermarks)

Slide 24 - Slide

Uitlegvideo 6.7

Slide 25 - Slide