21-22 4G wk 38 les 1 zelfstandig

so Kapitel 3 "Unterwegs"
Met deze LessonUp ga je zelfstandig 
aan de slag met het nieuwe 
(herhalings-)hoofdstuk
1 / 42
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

so Kapitel 3 "Unterwegs"
Met deze LessonUp ga je zelfstandig 
aan de slag met het nieuwe 
(herhalings-)hoofdstuk

Slide 1 - Slide

  Lernziele
  1. Ik weet wat ik moet kennen en kunnen voor het proefwerk in de SE-week.
  2. Ik begrijp een interview over de toekomst
  3. Ik ken de betekenis van de woorden van de Lernliste C: Hören.
  4. Ik ken de betekenis  van een aantal woordjes uit de Lernliste
  5. Ik weet weer het verschil tussen de der- en ein-Gruppe

Slide 2 - Slide

SE-WEEK PROEFWERK DUITS
Kapitel 3 "Unterwegs" + Kapitel 5 "Zukunft" + Grammatik

  • Alle stof van het SO Kapitel 3 "Unterwegs" EN
  • Lernlisten Kapitel 5 "Zukunft"
  • Sprachmittel Kapitel 5 "Zukunft"
  • Grammatik "der- en ein- Gruppe"

Slide 3 - Slide

HÖREN, Seite 60
Aufgabe 9: Dein Leben in zehn Jahren.
9a: beantwoord deze vraag in je boek.
9b: maak de vragen van 9b. Beluister het fragment met onderstaande luidspreker en kruis de antwoorden tijdens het luisteren aan:

Fragment Aufgabe 9b

Slide 4 - Slide

Welk woord in deze zin betekent: "baan"?

In zehn Jahren hätte ich gern eine gute Stelle.

Slide 5 - Open question

Welk woord in deze zin betekent: "familieleden"?

Wir sind dann bei unseren Verwandten in Spanien.

Slide 6 - Open question

Welk woord in deze zin betekent: "ooit"?

Ich träume davon, irgendwann da zu leben.

Slide 7 - Open question

Welk woord in deze zin betekent: "milieu"?

Umwelt ist für mich ein Thema.

Slide 8 - Open question

Welk woord in deze zin betekent: "gek"?

Ich möchte ein bisschen verrückt sein.

Slide 9 - Open question

Welk woord in deze zin betekent: "geen idee"?

Wie mein Leben dann aussieht? Keine Ahnung!

Slide 10 - Open question

Welk woord in deze zin betekent: "geen idee"?

Wie mein Leben dann aussieht? Keine Ahnung!

Slide 11 - Open question

SEITE 61, AUFGABE 11
LANDESKUNDE: HOCHZEITSBRÄUCHE
  • Wat zijn "Hochzeitsbräuche"? ZOEK dit op op internet....
  • LUISTER naar de tekst en LEES mee in je boek
  • Beantwoord de vraag......


Aufgabe 11 Hochzeitsbräuche

Slide 12 - Slide

Wat is de "Polterabend"?
Wat doen mensen dan?
En waarom?

Slide 13 - Open question

GRAMMATIK DER- EIN- GRUPPE
KEN JE DE RIJTJES NOG?

BESTUDEER DE VOLGENDE 2 DIA'S GOED 

EN BEANTWOORD DE VRAGEN OP DE DAAROP VOLGENDE DIA'S

Slide 14 - Slide

der-Gruppe 
(Lidwoorden de/het)
dies-                            jed-                   welch-          alle
deze/die/dit/dat          elk-/ieder-         welk- 

Slide 15 - Slide

ein-Gruppe 
(Lidwoorden een + bezittelijke vnw)
kein-  mein- dein-  sein- ihr-  unser-      euer-  ihr-    Ihr-
geen  mijn    jouw  zijn    haar  ons/onze  jullie   hun   uw

Slide 16 - Slide

der-Gruppe

3e naamval vrouwelijk?
A
die
B
das
C
der
D
den

Slide 17 - Quiz

der-Gruppe

4e naamval meervoud?
A
die
B
das
C
der
D
den

Slide 18 - Quiz

der-Gruppe

4e naamval mannelijk
A
die
B
das
C
der
D
den

Slide 19 - Quiz

der-Gruppe

1e naamval onzijdig
A
die
B
das
C
der
D
dem

Slide 20 - Quiz

der-Gruppe

3e naamval onzijdig
A
die
B
das
C
der
D
dem

Slide 21 - Quiz

ein-Gruppe

4e naamval onzijdig
A
eine
B
einem
C
eines
D
ein

Slide 22 - Quiz

ein-Gruppe

1e naamval mannelijk
A
einer
B
einem
C
ein
D
einen

Slide 23 - Quiz

ein-Gruppe

3e naamval meervoud
A
keinen
B
keine
C
kein
D
keiner

Slide 24 - Quiz

ein-Gruppe

4e naamval mannelijk
A
einer
B
einen
C
eine
D
ein

Slide 25 - Quiz

ein-Gruppe

1e naamval vrouwelijk
A
einer
B
eine
C
ein
D
eines

Slide 26 - Quiz

Bij welke Gruppe hoort het woord?

dies-
A
der-Gruppe
B
ein-Gruppe

Slide 27 - Quiz

Bij welke Gruppe hoort het woord?

ihr-
A
der-Gruppe
B
ein-Gruppe

Slide 28 - Quiz

Bij welke Gruppe hoort het woord?

euer-
A
der-Gruppe
B
ein-Gruppe

Slide 29 - Quiz

Bij welke Gruppe hoort het woord?

welch-
A
der-Gruppe
B
ein-Gruppe

Slide 30 - Quiz

Bij welke Gruppe hoort het woord?

jed-
A
der-Gruppe
B
ein-Gruppe

Slide 31 - Quiz

Bij welke Gruppe hoort het woord?

kein-
A
der-Gruppe
B
ein-Gruppe

Slide 32 - Quiz

BEANTWOORD.....
1    EERST DE DIA'S MET DE VRAGEN OVER DE              LEERDOELEN..

2   GA DAARNA VERDER MET HET HUISWERK                (STAAT OP DE OP EEN NA LAATSTE DIA)

Slide 33 - Slide

  Lernziele geschaft?
  • Ik weet wat ik moet kennen en kunnen voor het proefwerk in de SE-week.
  • Ik begrijp een interview over de toekomst
  • Ik snap een tekst over huwelijkstradities
  • Ik ken de betekenis van de woorden van de Lernliste C: Hören.


GEEF HET AAN IN DE VOLGENDE DIA'S ->->-> 

Slide 34 - Slide

  Lernziele geschaft?
  • Ik weet wat ik moet kennen en kunnen voor het proefwerk in de SE-week.
  • Ik begrijp een interview over de toekomst
  • Ik snap een tekst over huwelijkstradities
  • Ik ken de betekenis van de woorden van de Lernliste C: Hören.
  • Ik weet weer het verschil tussen de der- en ein-Gruppe

GEEF HET AAN IN DE VOLGENDE DIA'S ->->-> 

Slide 35 - Slide

Ik weet wat ik moet kennen en kunnen voor het proefwerk in de SE-week.
😒🙁😐🙂😃

Slide 36 - Poll

Ik begrijp een interview over de toekomst
😒🙁😐🙂😃

Slide 37 - Poll

Ik ken de betekenis van de woorden van
de Lernliste C: Hören.
😒🙁😐🙂😃

Slide 38 - Poll

Ik snap een tekst over huwelijkstradities
😒🙁😐🙂😃

Slide 39 - Poll

Ik weet weer het verschil tussen de der- en ein-Gruppe
😒🙁😐🙂😃

Slide 40 - Poll

AN DIE ARBEIT MIT HAUSAUFGABEN
Kapitel 5 "Zukunft"

Machen, ab Seite 56
Aufgabe 3, 4, 5, 6, 7, 8

Lernen Seite 88
Lernliste N-D t/m "kiezen - wählen"

Slide 41 - Slide

Auf Wiedersehen!

Slide 42 - Slide