Opfrissing meertaligheid

Opfrissing: meertaligheid
1 / 22
next
Slide 1: Slide
Vakdidactiek NederlandsHoger onderwijsBachelorStudiejaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Opfrissing: meertaligheid

Slide 1 - Slide

Hulpbronnen:
presentatie 'Meertaligheid: achtergronden en opvattingen'
presentatie 'Meertaligheid en taalontwikkeling' 
(uit cursus BHVO 2de jaar)

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Welke groep is de laatste jaren het grootst in het Brusselse kleuteronderwijs?
A
kleuters uit homogeen Nederlandstalig gezin
B
kleuters uit homogeen Franstalig gezin
C
kleuters uit taalgemengd gezin
D
kleuters uit homogeen anderstalig gezin

Slide 5 - Quiz

Nog steeds hanteren heel wat scholen deze visie...

Slide 6 - Slide

'In het belang van uw kind spreken wij hier Nederlands' - Hoe wordt deze benadering genoemd?
A
talensensibilisering
B
taalbadmethode
C
moedertaalmethode
D
een-taal-methode

Slide 7 - Quiz

Taalbadmethode?
Verschillende wetenschappers toonden aan dat de taalbadmethode niet tot schoolsucces lijdt en het welbevinden van kinderen ondermijnt.
Welke aanpak dan wel?

Slide 8 - Slide

“To reject the child’s language in school is to reject the child."
Welke boodschap geeft Jim Cummins hiermee?
A
Laten we de kinderen welkom heten mét hun thuistaal.
B
Laten we de kinderen op school enkel de schooltaal Nederlands doen spreken.
C
Thuistalen toelaten is goed voor het welbevinden van het kind.
D
Het gebruik van thuistalen bestraffen verhoogt het welbevinden van het kind.

Slide 9 - Quiz

‘Het leren van een tweede taal wordt sterk gefaciliteerd door de kennis en vaardigheden die de leerlingen in de eerste taal verworven hebben.’ (Cummins, 1979)

Slide 10 - Slide

Wat zegt het onderzoek van o.a. Jim Cummins over de invloed van meertaligheid op het leren van het Nederlands?
A
Meer talen spreken van thuis uit gaat ten koste van het Nederlands.
B
Meer talen spreken heeft geen invloed op het leren van het Nederlands.
C
Meer talen spreken kan een positieve invloed hebben op het leren van het NL.
D
Jim Cummins zegt hier niets over.

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Wat stelt de basis van de ijsberg (onder het wateroppervlak) van Jim Cummins voor?
A
ons taalvermogen
B
onze hersenen
C
een gevaarlijke massa
D
alle talen die we spreken

Slide 13 - Quiz

CUP - taalleervermogen
'Common underlying proficiency' = een taalleervermogen waar elke mens mee geboren wordt. 
De talen die we leren hebben een gemeenschappelijke basis. Dat betekent dat wat we in de ene taal leren, gebruikt kan worden om een andere taal te leren. 
Voorbeeld: een kind dat 'une rangée' kent van thuis, zal het woord 'rij' makkelijker leren dan een kind dat dit concept nog niet uit zijn moedertaal kent. Het moet er alleen nog een nieuw label op plakken.

Slide 14 - Slide

bron afbeelding: mamabaas.be 

Slide 15 - Slide

Kinderen die van bij de geboorte met meer dan een taal opgroeien, zijn ... meertalig.
A
successief
B
productief
C
simultaan
D
consecutief

Slide 16 - Quiz

Welke fasen van de taalontwikkeling slaan successief meertalige kinderen over in de tweede/derde taal?
A
voltooiingsfase
B
vroegtalige fase
C
voortalige fase
D
differentiatiefase

Slide 17 - Quiz

Een kind dat nog niets zegt in het Nederlands maar wel in de moedertaal neemt het Nederlands niet op. Er moet hulp gezocht worden bv. logopedie.
Juist of fout?
A
juist
B
fout

Slide 18 - Quiz

Toelichting stille periode
  • meestal normaal: ontcijferingsperiode, actief bezig met het verwerven van de taal
  • kan problematisch zijn als het erg lang duurt
  • checken hoe de ontwikkeling in de thuistaal verloopt
  • thuistaal inschakelen om overgang naar tweede taal te maken als het niet vanzelf komt

Slide 19 - Slide

Bron afbeelding: Dreamstime.com

Slide 20 - Slide

'Talen mengen is normaal bij jonge kinderen die tweetalig opgroeien.'
Juist of fout?
A
juist
B
fout

Slide 21 - Quiz

Talen mengen gebeurt op verschillende manieren, bewust en onbewust. Hoe noem je de onbewuste manier, waarbij kinderen bv. de grammaticale structuur van hun moedertaal toepassen op het Nederlands?
A
translanguaging
B
codewisseling
C
taalpuree
D
interferentiefout

Slide 22 - Quiz