Zorg 1, les 4: Veilige en duurzame omgeving

Zorg 1

Les 4

Veilige en duurzame omgeving
1 / 27
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Zorg 1

Les 4

Veilige en duurzame omgeving

Slide 1 - Slide

Inhoud van de les:

* Aanwezigheid

* Theorie en praktijk: 
tanden (poetsen).

* Theorie:
  • 2.1 Gevaar
  • 2.2 Veilige groepsruimte
  • 2.3 Veilige slaapruimte


* Meldcode huiselijk geweld

* Praktijk: maken van een veiligheidsplan
*(Huis)werk: online opdrachten Traject


Slide 2 - Slide

Vorige week:
Ergonomie staat voor gezond en efficiënt werken.

Ergonomisch werken = op zo'n manier werken dat je jouw lichaam zo min mogelijk belast.
Met name de rug in het werken met kinderen.

Zelfredzaamheid is de mate waarin iemand in staat is zichzelf te redden en voor zichzelf te zorgen.
Zelfstandigheid is de mate waarin het kind iets zelf kan doen.

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
  • Je kunt op een ergonomische manier werken
  • Je leert respect te hebben voor andermans gevoel, respect en grenzen.

  • Je kunt voorbeelden geven van oorzaken van gevaar.
  • Je kunt toelichten welke aandachtspunten er zijn voor een veilige groepsruimte.
  • Je kunt toelichten welke aandachtspunten er zijn voor een veilige slaapruimte. 

Slide 4 - Slide

Veilige en duurzame omgeving
Gevaar = een bron of situatie met de potentie om schade of letsel te veroorzaken aan personen of materialen.
Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kinderen op school of bij de kinderopvang veilig zijn. 
Taak als PW'er: zorgen voor fysieke en emotionele veiligheid.

Fysieke veiligheid: voorkomen van lichamelijke verwondingen ( zorgen voor: een veilige groepsruimte​, veilige slaapruimte​, veilige keuken​, veilig meubilair​, veilige speelmaterialen)

Emotionele veiligheid: gevoel van geborgenheid (zorgen dat een kind kan zijn wie hij is en beschermen tegen negatief gedrag van anderen).

Slide 5 - Slide

Gevaar
Gevaar is een bedreiging van de veiligheid. 
Drie soorten gevaren:
  • De natuur
  • Technische fouten
  • Menselijk handelen

Slide 6 - Slide

Geef een voorbeeld van een gevaar veroorzaakt door de natuur.

Slide 7 - Open question

Geef een voorbeeld van gevaar veroorzaakt door technische fouten.

Slide 8 - Open question

Geef een voorbeeld van gevaar veroorzaakt door menselijk handelen.

Slide 9 - Open question

Gevaar
  • De natuur: blikseminslag, overstromingen.
  • Technische fouten: kortsluiting, instorten van een gebouw.
  • Menselijk handelen: slordigheid, opzettelijk iets saboteren of vernielen, onoplettendheid:

- Je denkt tijdens het werk aan andere dingen
- Je wilt (te) snel iets afmaken - Je bent vermoeid - Je kent de apparatuur waarmee je werkt niet goed genoeg - Je gebruikt middelen en materialen op een verkeerde manier.

Hoe het risico te verminderen:
 Werk geconcentreerd -  Doe geen twee dingen tegelijk - Zorg dat je genoeg rust/ pauze neemt - Zorg dat je genoeg tijd hebt om werkzaamheden uit te voeren - Zorg dat je week hoe je apparaten moet gebruiken - Zorg dat je weet welke (schoonmaak)middelen je kunt combineren - Houd je aan de protocollen -  Onderneem actie bij gevaarlijke situaties.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Veiligheidsplan
Protocollen en richtlijnen op het gebied van veiligheid.
Onderwerpen kunnen zijn: 
  • Activiteiten buiten de locatie
  • Brandveiligheid
  • Hoog meubilair
  • Veilig buitenspelen
  • Vervoeren van kinderen
  • Warme dranken
  • Zieke kinderen
  • Kinderen naar school of ophalen van school (alleen bso)
  • Veilig slapen (alleen kinderopvang)

Slide 12 - Slide

Veiligheidspictogrammen
In veel organisaties kom je pictogrammen tegen die waarschuwen voor een bepaald risico.

Verbod, gebod, waarschuwing of aanwijzing. 
Blauw en rond: verplicht
Rood en rond: verboden
Geel en driehoekig: gevaar
Groen en rechthoekig: aanwijzing (zo breng je jezelf in veiligheid)

Slide 13 - Slide

Deze pictogram betekent:
A
Roken verboden
B
Handen wassen verplicht
C
Uitgang
D
Elektrisch spanning

Slide 14 - Quiz

Deze pictogram betekent:
A
Handen wassen verplicht
B
Elektrische spanning
C
Roken verboden
D
Uitgang

Slide 15 - Quiz

Deze pictogram betekent:

A
Elektrische spanning
B
Roken verboden
C
Uitgang
D
Handen wassen verplicht

Slide 16 - Quiz

Deze pictogram betekent:
A
Uitgang
B
Handen wassen verplicht
C
Roken verboden
D
Elektrische spanning

Slide 17 - Quiz

Veilige groepsruimte
De meeste tijd breng je in een groepsruimte door, waar je met kinderen werkt.

Aandachtspunten:
  • Overzicht
  • Veilig meubilair
  • Veilige materialen
  • Deurstrips
  • Stopcontactbescherming
  • Hygiëne
  • Noodsituaties oefenen
  • Communicatie

Veilig gedrag aanleren: bijvoorbeeld voordoen hoe je een voorwerp veilig gebruikt.

Slide 18 - Slide

Veilige slaapruimte
Aandacht voor een veilige slaapruimte is heel belangrijk, 
er kunnen gevaren zijn waar je niet zo snel aan denkt.
Basismaatregelen:
  • goed ventileren: luchtafvoer, raam openzetten tijdens slapen, deuren na slapen,
    dit zorgt ervoor dat vocht en vieze luchtjes de kamer verlaten. Slapen in schone lucht, 
    dan krijgen bacteriën minder kans om te groeien.
  • veilige bedjes: hoge hekken en een plafond, zo kunnen kinderen niet eruit klimmen en wordt voorkomen dat ze vallen. Bedjes bevatten sloten met een alarm, zodat je deze niet vergeet op slot te doen.
  • let op de slaaphouding: standaard op rug, zonder knuffel of kleedje. Met de voeten bij het voeteind. 
    Dekentje kort opdekken: alleen het onderste deel van het bed opmaken, aan alle kanten goed ingestopt lakentje en deken.
    Dit zodat het kind niet verder naar het voeteind kan bewegen en onder het dekentje kan komen. Dit om te voorkomen dat het kind kan stikken.
  • zorg voor controle: babyfoon, kijk ieder half uur in de kamer of ze de goede slaaphouding hebben en of ze nog ademen

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Opdracht

Opdracht: gevaar & risico in kaart brengen.​

Werk in tweetallen:​
Probeer per ruimte in te schatten welke gevaren/ risico’s een kind kan tegenkomen en wat je eraan zou kunnen doen.

Slide 21 - Slide

Kindermishandeling

  • Lichamelijke mishandeling
  • Psychische mishandeling​
  • Lichamelijke verwaarlozing​
  • Psychische verwaarlozing​
  • Seksueel misbruik
Hoe te signaleren?

  • Agressief gedrag​
  • Zich terugtrekken​
  • Seksueel uitdagend gedrag
  • Angst voor bepaalde volwassenen​
  • Onverklaarbaar lichamelijk letsel







Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Slide 24 - Slide

Casus Marit


Marit is een leerling van onze school. Ze is 7 jaar. ​
Marit ziet er onverzorgd uit, heeft vaak ongewassen haar en ruikt soms naar urine. ​
Ze draagt te grote of te kleine kleren. Kleding die er anders uitziet dan van de andere kinderen, zoals wijde lange rokken en jurken. ​
Klasgenootjes pesten haar. ​
Ze zeggen tegen haar dat ze stinkt en ze willen niet naast haar zitten. Marit wordt niet gevraagd om bij andere kinderen thuis te spelen. ​
Ze is veel alleen, zowel op school als thuis. ​
Marit geeft aan dat ze graag andere kleren wil en vriendinnetjes mee naar huis wil nemen. ​
Maar dat mag niet van haar moeder. Ze vraagt waarom dat van andere mama's wel mag.   

Slide 25 - Slide

(Huis)werk tot nu toe:

Thema 1
Theorie: paragraaf 1.1 t/m 1.7

  • Verwerkingsopdrachten niveau 4: opdracht 1 t/m 10
(Huis)werk deze week:

Thema 2
Theorie: paragraaf 2.1 t/m 2.3

  • Verwerkingsopdrachten niveau 4: opdracht 1 t/m 6

Slide 26 - Slide

Afsluiten van de les
Zijn er nog vragen?

Nabespreken lesdoelen:
  • Je kunt voorbeelden geven van oorzaken van gevaar.
  • Je kunt toelichten welke aandachtspunten er zijn voor een veilige groepsruimte.
  • Je kunt toelichten welke aandachtspunten er zijn voor een veilige slaapruimte. 

Slide 27 - Slide