Les 21 Via Vervolg 1F Deel B thema 4 H7 Samenwerken en overleggen

Thema 4 H7 Samenwerken en overleggen
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsBeroepsopleiding

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Thema 4 H7 Samenwerken en overleggen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma
Terugblik vorige week
Doel van de les
Stukje theorie 
Opdracht
Evaluatie

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Terugblik
Wat is communiceren?
Hoe communiceren wij?
Oefenen in vragen stellen

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Doel van de les
Op het einde van de les weet jij dat je te maken krijgt met samenwerken en overleggen (1F)
Op het einde van de les ben je bewust van je sociale vaardigheden (2F)
Weet jij waar je staat in de Roos van Leary? (2F)
Heb je ontdekt dat je als teamlid/werknemer een schakel bent in het geheel (2F)

Slide 4 - Slide

This item has no instructions




Wat heb jij nodig om ''succesvol'' te kunnen samenwerken?
Opdracht
Schrijf dit op het papier wat je van de docent krijg

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Wat ging er goed en welk effect heeft dit op de groep?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Slide 8 - Video

This item has no instructions

Wat heb jij nodig om succesvol te kunnen samenwerken?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Slide 10 - Video

This item has no instructions

samenwerken
Samenwerken betekent dat je met een of meer personen aan hetzelfde werkt. Als je samenwerkt, voer je niet perse allemaal dezelfde taak uit. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

overleggen
Overleggen betekent dat je met elkaar bespreekt wat er moet gebeuren. Tijdens het overleg kun je:
- taken verdelen
- afspraken maken
- vragen stellen
- problemen bespreken

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

werkoverleg
Werkoverleg is een overleg met deze kenmerken:
- het vindt plaats tussen leidinggevende en medewerkers
- het vindt regelmatig plaats
- de onderwerpen zijn vooraf bekend
- er is een voorzitter, meestal de leidinggevende
- er wordt besproken hoe de werkzaamheden verlopen
- taken worden verdeeld

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

werkoverleg
Het is belangrijk dat je actief deelneemt aan het werkoverleg. Stel vragen als dingen onduidelijk zijn, vertel hoe het met je werkzaamheden gaat en bespreek problemen. Soms moet je ook je mening geven

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

problemen
Tijdens het samenwerken kun je tegen problemen aanlopen. Bijv.: 
- taak is onduidelijk
- het klikt niet met de persoon waarmee je samenwerkt
- er doet zich een onverwachte situatie voor
- je hebt te weinig tijd om de taak uit te voeren

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

problemen
Als er zich tijdens het samenwerken problemen voordoen, is het belangrijk dat je die problemen bespreekt. Bespreek de problemen eerst met de persoon zelf. Vraag een collega of een leidinggevende om hulp, als je er samen niet uitkomt. Blijf nooit rondlopen met vragen en problemen. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Maken
Maak de opdrachten 1 t/m 5 
blz. 95-107 (1F)

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Sociale vaardigheden (2F)

Vakinhoudelijke competenties versus professionele sociale vaardigheden

  • Op een vriendelijke manier contact kunnen maken en onderhouden
  • Actief luisteren en doorvragen totdat je de ander echt begrijpt
  • Duidelijk en helder communiceren over je doelen en verwachtingen
  • Begrip tonen voor de standpunten van je gesprekspartner
  • Met verschillende mensen kunnen communiceren, ook met mensen waarmee je geen ‘klik’ hebt of met vreemden.
  • Regie hebben over je emoties in een gesprek

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

10 meest gemaakte communicatie fouten

  1. Volledig op je eigen verhaal gefocust zijn
  2. Woorden gebruiken die je verhaal ondermijnen
  3. Gebrek aan inlevingsvermogen
  4. Ervan uit gaan dat je weet wat de ander bedoelt (niveau, laat uitpraten)
5. Respectloos communiceren - 
6. Je gelijk willen halen in een gesprek
 7. Iemand afbranden - Feedback 
8. Collega’s of medewerkers opjagen - verlammen, stress
9. Je emoties in het gesprek jou laten leiden
10. Niet assertief communiceren - stel grenzen

Slide 19 - Slide

Verklein woorden

'

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Link

This item has no instructions

Wat vind je van de uitslag? Herken je jezelf hierin?

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Zelftest
Maak nu ook de zelftest
opdracht 1 t/m 7
blz. 108-112
Evaluatie
Wat hebben wij vandaag geleerd?
Wat kunnen wij hiermee?
Wat was mijn inbreng?
Op welk niveau heb ik gewerkt?
Is het lesdoel behaald?
Volgende week: organiseren en plannen van gesprekken (sollicitatiegesprek)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions