16.4 Immuniteit, vaccinatie en allergische reacties 5V 2526

1 / 27
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 27 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
16.4 Immuniteit, vaccinatie en allergische reacties

Slide 2 - Slide

Vandaag 16.4
Hoe wordt je immuun voor een ziekteverwekker?
Welke vormen van vaccinatie heb je?
Welke rol speelt je afweersysteem bij een allergie?

Slide 3 - Slide

Verloop van een infectie
Na verloop van tijd is de infectie bestreden en moet de afweer-reactie ook weer worden stopgezet (deze kost veel energie).
Hiervoor zorgen T-suppressorcellen.

Slide 4 - Slide

Immuniteit
Je afweersysteem vormt geheugencellen die onthouden met welke ziekteverwekker je al eens in contact bent geweest.

Cellulaire immuniteit: Th-geheugencellen en Tc-geheugencellen.
Humorale immuniteit: B-geheugencellen.


Slide 5 - Slide

Immuniteit
Bij een hernieuwde infectie met dezelfde ziekteverwekker worden de Tc-cellen en B-cellen sneller actief en er worden meer antistoffen gemaakt.

Je wordt niet meer ziek: je bent immuun.

Slide 6 - Slide

Immuniteit

Slide 7 - Slide

Immunisatie
Actief vs passief
Actieve immunisatie: je afweersysteem heeft zelf de antistoffen aangemaakt.

Natuurlijk vs kunstmatig
kunstmatig wil zeggen toegediend/ ingespoten



Slide 8 - Slide

Waar hoort wat?

Slide 9 - Slide

Waar hoort wat?
Blootstelling aan ziekteverwekker/doorlopen van de ziekte
Vaccinatie
Via placenta
/moedermelk
Antiserum met antistoffen

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Bacteriën bestrijden
Antibiotica: medicijnen die zich specifiek richten op bacteriën.
Resistentie: mutaties kunnen er voor zorgen dat bacteriën resistent worden. Bacteriën kunnen resistentie aan elkaar doorgeven via plasmiden.
Bacteriofagen: virussen met bacterie als gastheer. 
celwand
synthese
DNA-RNA
synthese
celmembraan
eiwit-synthese
wegpompen
stoffen die binding antibiotica voorkomen
aangrijpings-punt wijzigen
stoffen die antibiotica afbreken
EVOLUTIE
(foliumzuur synthese)

Slide 13 - Slide

Bacteriën bestrijden
Antibiotica: medicijnen die zich specifiek richten op bacteriën.
Resistentie: mutaties kunnen er voor zorgen dat bacteriën resistent worden. 

Slide 14 - Slide

Bacteriën bestrijden
Bacteriofagen: virussen met bacterie als gastheer. 

Slide 15 - Slide

BINAS 84K

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Allergie
Mest-cellen:
In de huid en de slijmvliezen.
Hebben receptoren voor IgE 
antistoffen (gemaakt door B cellen)
Hebben blaasjes met histamine die
vrijkomt bij contact met een 
ziekteverwekker (via de IgE antistoffen)

Slide 19 - Slide

Allergie
Histamine is een mediator die een
ontstekingsreactie veroorzaakt: 
meer slijm, verwijding bloedvaten.
Hierdoor kunnen macrofagen de
infectie beter bestrijden.

Slide 20 - Slide

Allergie
Een allergische reactie is als de mest-cellen onnodig reageren op een niet-schadelijke lichaamsvreemde stof.
Die stof heet dan allergeen.

Oorzaak: een APC heeft een onschuldige antigeen onterecht beoordeeld als ziekteverwekker en heeft de specifieke afweer aangezet.


Slide 21 - Slide

Allergie
Allergie ontstaat in twee stappen:
Eerste contact met allergeen: B-lymfocyten en plasmacellen maken IgE molecuul – deze hecht zich aan mestcellen
Volgend contact: activatie mest-cellen

Slide 22 - Slide

Medicijnen
Tegen bacteriën: penicilline of een ander antibioticum.
Antibiotica doden bacteriën.
Bacteriën kunnen resistent worden tegen antibiotica (evolutie).
Nieuwe ontwikkeling: bacteriofagen.

Slide 23 - Slide

Antihistamine
Bindt aan de histamine receptoren
waardoor de cellen
niet meer reageren op het vrij-
komen van histamine.

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Lesdoel 16.4 Je kunt
  • Je beschrijft de cellulaire en de humorale respons bij immuniteit, je herkent de verschillende vormen van immuniteit en legt de rol van vaccinatie uit (leerdoel 8)
  • Je beschrijft de werking van antibiotica en legt uit wat resistentie is (leerdoel 9)
  • Je legt het verloop uit van een allergische reactie (leerdoel 10)

Slide 26 - Slide

Huiswerk
Opdrachten 16.4
Leerdoel 8, 9, 10

Slide 27 - Slide